“FCA Breda”, “EXW”, “DAP” of “DDP”. In internationale koopovereenkomsten staan deze afkortingen regelmatig tussen de afspraken over levering, risico, vervoer en kosten. Met slechts drie letters leggen koper en verkoper een belangrijk deel van hun onderlinge verantwoordelijkheden vast. Toch is niet altijd duidelijk wat de gekozen Incoterm precies betekent en hoe ver de werking daarvan reikt. Ondernemers kunnen daardoor ten onrechte aannemen dat met de keuze voor een Incoterm alle belangrijke aspecten van de levering en de koopovereenkomst zijn geregeld. In deze blog leggen wij uit wat Incoterms precies regelen, welke onderwerpen daar juist buiten vallen en waar ondernemers op moeten letten bij het opnemen van een Incoterm in een internationale koopovereenkomst.
Bij internationale overeenkomsten besteden partijen vaak veel aandacht aan prijs, levering, aansprakelijkheid en beëindiging. Partijen leggen daarbij niet altijd vast welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Dat kan bij een geschil tot onzekerheid leiden. Het toepasselijke recht bepaalt bijvoorbeeld of een overeenkomst kan worden ontbonden en welke regels gelden voor schadevergoeding. Het ontbreken van een rechtskeuze betekent niet dat geen recht van toepassing is. Bij internationale overeenkomsten bepalen regels van internationaal privaatrecht welk nationaal recht de overeenkomst beheerst. Binnen de Europese Unie speelt daarbij de Rome I-Verordening een centrale rol. In deze blog leggen we uit welk recht geldt bij een internationaal contract zonder rechtskeuze en welke hoofdregels de Rome I-Verordening daarvoor geeft.
Productaansprakelijkheid gaat over de aansprakelijkheid voor schade die een gebrekkig product veroorzaakt. De regeling beschermt natuurlijke personen die door een gebrekkig product schade lijden. De gevolgen zijn echter ook relevant voor ondernemingen die betrokken zijn bij de ontwikkeling, productie en verhandeling van producten. De huidige regels zijn echter opgesteld in een tijd waarin producten en productketens er anders uitzagen dan tegenwoordig. Digitalisering en mondialisering hebben ertoe geleid dat producten steeds vaker software bevatten, na verkoop digitaal worden bijgewerkt en onderdeel uitmaken van internationale distributieketens. Ook worden steeds meer producten rechtstreeks van buiten de EU ingevoerd of via onlineplatforms aangeboden. De bestaande regels sluiten daardoor niet altijd goed aan op de manier waarop producten tegenwoordig worden ontwikkeld, verkocht en gebruikt.
Ondernemers die internationaal goederen verkopen of inkopen, krijgen al snel te maken met de vraag welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Vaak wordt daarvoor in het contract een rechtskeuze opgenomen, bijvoorbeeld dat Nederlands recht van toepassing is. Daarmee is echter niet altijd duidelijk welke regels de rechtsverhouding daadwerkelijk beheersen. Het Weens Koopverdrag, internationaal bekend als de United Nations Convention on Contracts for the International Sale of Goods (CISG), kan namelijk automatisch van toepassing zijn.
Het beëindigen van een overeenkomst is juridisch vaak minder eenvoudig dan het lijkt. In de praktijk bestaan verschillende manieren om een contract te beëindigen, elk met eigen voorwaarden en rechtsgevolgen. Wie de verkeerde route kiest of onzorgvuldig handelt, loopt het risico op aansprakelijkheid of een overeenkomst die toch blijft doorlopen.
Ondernemers kunnen niet alle risico’s uitsluiten. Wel biedt het contractenrecht effectieve mogelijkheden om aansprakelijkheid te beperken, bijvoorbeeld met een exoneratieclausule. Een dergelijke clausule kan grote financiële gevolgen voorkomen, maar moet zorgvuldig worden opgesteld. De toelaatbaarheid en effectiviteit hangen sterk af van de context van de overeenkomst en de wijze waarop de clausule is geformuleerd.