Richtlijn (EU) 2024/2853 moderniseert het Europese productaansprakelijkheidsrecht. Nederland moet deze richtlijn uiterlijk op 9 december 2026 in de nationale wetgeving hebben omgezet. Daarvoor is het wetsvoorstel voor de Implementatiewet richtlijn herziening productaansprakelijkheid ingediend. De nieuwe regels gelden voor producten die ondernemingen op of na 9 december 2026 in de handel brengen of in gebruik stellen.
De kern van de regeling blijft hetzelfde: een producent kan aansprakelijk zijn wanneer een gebrekkig product schade veroorzaakt. Wel breiden de nieuwe regels onder meer het begrip ‘product’ uit. Ook kunnen meer partijen binnen de productketen aansprakelijk zijn en krijgt de benadeelde een sterkere bewijspositie. De nieuwe regels krijgen daarmee ook gevolgen voor ondernemingen die zichzelf niet direct als producent beschouwen, maar bijvoorbeeld producten importeren, distribueren, aanpassen of digitaal ondersteunen.
Uitgangspunt blijft dat de fabrikant van het gebrekkige product of een gebrekkige component kan worden aangesproken. Het begrip fabrikant is daarbij ruim. Een onderneming die haar naam, handelsmerk of andere onderscheidende kenmerken op een product aanbrengt en zich daarmee als fabrikant presenteert, kan als fabrikant worden aangemerkt. Ook de fabrikant van een gebrekkig onderdeel en de importeur van een product van buiten de EU kunnen worden aangesproken. Kan niet worden vastgesteld wie de producent of importeur is, dan kan onder voorwaarden ook de leverancier aansprakelijk zijn.
De nieuwe regeling breidt deze kring van aansprakelijke partijen uit. Bij producten van een fabrikant buiten de EU kan ook diens gemachtigde aansprakelijk zijn. Deze gemachtigde moet dan wel in de EU gevestigd zijn. Is er geen importeur of gemachtigde in de EU, dan kan een fulfilmentdienstverlener aansprakelijk zijn. Een fulfilmentdienstverlener is kort gezegd een onderneming die zonder eigenaar van het product te zijn ten minste twee diensten verricht op het gebied van opslag, verpakking, adressering en verzending.
Ook distributeurs kunnen onder bepaalde voorwaarden aansprakelijk zijn. Dit speelt wanneer niet duidelijk is welke relevante marktdeelnemer binnen de EU aansprakelijk is. Onder specifieke voorwaarden kan deze regeling ook gelden voor aanbieders van onlineplatforms.
Voor ondernemers betekent dit vooral dat het belangrijker wordt om vast te stellen welke positie hun onderneming binnen de productketen inneemt. Een Nederlandse onderneming die producten van een fabrikant buiten de EU importeert, kan bijvoorbeeld zelf een productaansprakelijkheidsclaim krijgen. Goede afspraken met leveranciers en fabrikanten verderop in de keten worden daardoor nog belangrijker.
Een belangrijke wijziging is dat software onder de nieuwe regeling uitdrukkelijk als ‘product’ wordt aangemerkt. Daaronder kunnen bijvoorbeeld besturingssystemen, firmware, computerprogramma’s en AI-systemen vallen. Het maakt daarbij niet uit of een onderneming de software zelfstandig aanbiedt. Software kan ook onderdeel zijn van een fysiek product, zoals een machine, voertuig of slim apparaat. Ook ondernemingen die zich niet als traditionele fabrikant beschouwen, kunnen hierdoor met productaansprakelijkheid te maken krijgen.
Daar komt bij dat de verantwoordelijkheid voor een product niet altijd eindigt zodra het product op de markt is gebracht. Dat is met name relevant wanneer een fabrikant daarna zeggenschap blijft houden over software, updates, upgrades of bijbehorende digitale diensten. Een gebrek dat door een dergelijke wijziging ontstaat, kan onder omstandigheden tot aansprakelijkheid leiden. Hetzelfde kan gelden wanneer de fabrikant een noodzakelijke veiligheidsupdate niet verstrekt
Bij de beoordeling of een product gebrekkig is, krijgt bovendien de digitale veiligheid nadrukkelijker betekenis. Kwetsbaarheden op het gebied van cybersecurity kunnen relevant zijn voor de vraag of een product de veiligheid biedt die daarvan mag worden verwacht. Ook het vermogen van software of onderliggende algoritmen om na het in de handel brengen te blijven leren of nieuwe functies te ontwikkelen, kan relevant zijn.
Voor bedrijven die slimme apparaten, machines of andere softwaregestuurde producten aanbieden, blijft productveiligheid ook na de verkoop relevant. De verantwoordelijkheid beperkt zich dus niet altijd tot de oorspronkelijke ontwikkeling van het product. Ook het beleid rond softwareondersteuning, beveiligingsupdates en patches kan van belang zijn voor het productaansprakelijkheidsrisico.
De nieuwe regels zijn ook relevant voor ondernemingen die bestaande producten refurbishen, moderniseren of anderszins aanpassen. Een onderneming kan voor het productaansprakelijkheidsrecht zelf als fabrikant gelden wanneer zij een product ingrijpend wijzigt. Dit kan het geval zijn als de oorspronkelijke fabrikant geen zeggenschap over die wijziging heeft en de onderneming het gewijzigde product vervolgens opnieuw in de handel brengt of in gebruik stelt.
Niet iedere reparatie of wijziging heeft dit gevolg. Het moet gaan om een ingrijpende wijziging. Dit is met name relevant voor ondernemingen die bijvoorbeeld machines of elektronica reviseren. Zij moeten beoordelen of hun werkzaamheden ertoe leiden dat zij zelf als fabrikant gelden
Een benadeelde moet in beginsel nog steeds aantonen dat een product gebrekkig is, dat schade is geleden en dat tussen het gebrek en de schade een causaal verband bestaat. De nieuwe regeling maakt het in bepaalde situaties echter eenvoudiger om dat bewijs te leveren.
Zo kunnen partijen in een procedure toegang vragen tot relevant bewijsmateriaal waarover de wederpartij beschikt. Daarnaast introduceert de nieuwe regeling verschillende weerlegbare bewijsvermoedens. Dat betekent dat een benadeelde in bepaalde situaties niet volledig zelf hoeft te bewijzen dat een product gebrekkig is of dat het gebrek de schade heeft veroorzaakt.
Het gaat steeds om weerlegbare vermoedens. De aangesproken onderneming krijgt dus de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren. Juist daarom wordt een goede informatiehuishouding belangrijker. Technische dossiers, testresultaten, kwaliteitscontroles, softwareversies, updatehistorie en informatie over klachten en productincidenten kunnen nodig zijn om een claim te beoordelen en een bewijsvermoeden te weerleggen. Goede documentatie is daarmee niet alleen van belang vanuit het oogpunt van productveiligheid en compliance, maar ook voor de bewijspositie van de onderneming wanneer daadwerkelijk een productaansprakelijkheidsclaim wordt ingesteld.
De nieuwe regeling verruimt daarnaast de schade die voor vergoeding in aanmerking kan komen. Schade door overlijden en lichamelijk letsel blijft onder de regeling vallen. Nieuw is dat ook geestelijk letsel uitdrukkelijk wordt genoemd, voor zover sprake is van medisch erkende schade aan de geestelijke gezondheid.
Ook bij zaakschade verandert er iets. De huidige drempel van € 500 vervalt en de beperking tot zaken die gewoonlijk voor privégebruik zijn bestemd, wordt losgelaten. De productaansprakelijkheidsregeling blijft echter buiten toepassing op zaken die iemand uitsluitend beroepsmatig gebruikt.
Daarnaast kan schade door vernietiging of corruptie van gegevens voor vergoeding in aanmerking komen. De gegevens mogen dan niet voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. Dit is met name relevant voor ondernemingen die software, slimme apparaten en andere digitale of verbonden producten ontwikkelen of op de markt brengen.
Verder verdient de vervaltermijn aandacht. De huidige termijn van tien jaar blijft in beginsel bestaan. Nieuw is dat deze termijn bij lichamelijk letsel dat zich pas na langere tijd openbaart onder omstandigheden kan worden verlengd tot 25 jaar. Bij een ingrijpend gewijzigd product begint bovendien een nieuwe termijn van tien jaar zodra een onderneming het gewijzigde product opnieuw in de handel brengt of in gebruik stelt. Voor ondernemingen kan dit betekenen dat zij langer rekening moeten houden met productaansprakelijkheidsclaims en relevante product- en veiligheidsdocumentatie dus ook langer moeten bewaren.
De eerste stap is bepalen welke positie de onderneming binnen de productketen inneemt. Produceert het bedrijf zelf producten, biedt het producten onder eigen merk aan of importeert het producten van buiten de EU? Voor ondernemingen die producten repareren, reviseren of moderniseren is daarnaast van belang of hun werkzaamheden mogelijk als een ingrijpende wijziging kunnen worden aangemerkt.
Vervolgens verdienen bestaande contracten aandacht. De wettelijke productaansprakelijkheid tegenover een benadeelde kan niet contractueel worden uitgesloten, maar partijen binnen de keten kunnen wel afspraken maken over hun onderlinge risicoverdeling en regres. Controleer daarom onder meer afspraken over aansprakelijkheid, vrijwaringen, productveiligheid, technische informatie, medewerking bij claims, recalls, software-updates en cybersecurity. Vooral bij producten van een fabrikant buiten de EU is het belangrijk om duidelijk af te spreken of de aangesproken onderneming de schade uiteindelijk op die fabrikant kan verhalen.
Daarnaast is het verstandig om de interne documentatie en processen tegen het licht te houden. Een onderneming moet later kunnen reconstrueren hoe een product is ontworpen, getest, geproduceerd, gewijzigd en onderhouden. Bij softwaregestuurde producten gaat het daarbij ook om softwareversies, updates, beveiligingspatches en meldingen van kwetsbaarheden.
Tot slot verdient de verzekeringsdekking aandacht. De uitbreiding van de productaansprakelijkheidsregels naar onder meer software en nieuwe partijen in de keten betekent niet automatisch dat iedere bestaande verzekering voldoende dekking biedt. Het is daarom verstandig om te controleren of de verzekering nog aansluit bij de activiteiten en aansprakelijkheidsrisico’s van de onderneming.
De nieuwe productaansprakelijkheidsregels zijn niet alleen relevant voor klassieke fabrikanten. Ook importeurs, private-labelaanbieders, softwareontwikkelaars, fulfilmentdienstverleners, distributeurs en ondernemingen die producten ingrijpend aanpassen kunnen ermee te maken krijgen.
Vooral de uitbreiding naar software en digitale functionaliteiten, de aandacht voor cybersecurity en updates, de positie van ondernemingen in internationale productketens en de nieuwe bewijsregels maken het verstandig om vóór eind 2026 de bestaande werkwijze te beoordelen.
Voor ondernemers ligt de praktische vraag daarom vooral bij hun eigen positie: welke rol vervult de onderneming in de productketen en sluiten de contracten, verzekeringen, productdocumentatie en interne veiligheidsprocessen nog aan bij het nieuwe aansprakelijkheidsregime?
Vragen over productaansprakelijkheid of de nieuwe regels vanaf eind 2026? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag mee over de gevolgen voor jouw onderneming, de verdeling van aansprakelijkheidsrisico’s binnen de keten en de inrichting van contracten en interne processen.