Van wanprestatie is sprake wanneer een partij haar verplichtingen niet, te laat of niet correct nakomt. Juridisch wordt dit een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis genoemd. Denk bijvoorbeeld aan een leverancier die de verkeerde producten levert of een opdrachtnemer die gebrekkig werk verricht.
Een verbintenis ontstaat meestal uit een overeenkomst. Daarbij is het belangrijk om te weten dat een overeenkomst niet schriftelijk hoeft te zijn. Ook mondelinge afspraken of afspraken die blijken uit het gedrag van partijen kunnen juridisch bindend zijn. Daarnaast kunnen verbintenissen rechtstreeks uit de wet voortvloeien. Denk bijvoorbeeld aan de wettelijke verplichting om schadevergoeding te betalen wegens een onrechtmatige daad. Wanneer deze schadevergoeding niet wordt betaald, kan ook dat een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis opleveren.
Niet iedere tekortkoming betekent echter automatisch dat je recht hebt op schadevergoeding. Of je schade kunt verhalen, hangt onder meer af van de gemaakte afspraken, de toepasselijke wettelijke regels en de omstandigheden van het geval.
Artikel 6:74 BW bepaalt dat een tekortkoming in beginsel verplicht tot vergoeding van de daardoor ontstane schade.
Daarvoor moet wel aan verschillende voorwaarden zijn voldaan:
Wanneer een contractspartij haar verplichtingen niet nakomt, is het vaak noodzakelijk om haar eerst in gebreke te stellen. Een ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarin je duidelijk aangeeft welke verplichtingen niet zijn nagekomen. Daarbij stel je in beginsel een redelijke termijn om alsnog aan die verplichtingen te voldoen. Komt de wederpartij niet binnen deze termijn na, dan raakt zij in verzuim (artikel 6:82 BW).
Een ingebrekestelling is echter niet altijd noodzakelijk. Zo kan verzuim zonder ingebrekestelling intreden wanneer bijvoorbeeld een fatale termijn is verstreken of wanneer de wederpartij duidelijk meedeelt dat zij haar verplichtingen niet zal nakomen (artikel 6:83 BW). Ook bij een verplichting tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad kan verzuim zonder ingebrekestelling intreden.
Bovendien is verzuim niet vereist voor zover nakoming blijvend onmogelijk is. Dit betekent dat de wederpartij haar verplichtingen niet meer kan nakomen. Ook bij gebrekkige prestaties kan sprake zijn van blijvende onmogelijkheid. Zo kan een leverancier gebrekkige onderdelen leveren, waardoor een productielijn stilvalt. Hoewel de onderdelen later kunnen worden vervangen, kan de inmiddels geleden productieschade daarmee niet meer worden weggenomen. Voor vergoeding van dergelijke schade is verzuim niet vereist.
Ook je eigen handelen kan van belang zijn. Wanneer je de wederpartij verhindert haar verplichtingen na te komen, kan sprake zijn van schuldeisersverzuim. Denk bijvoorbeeld aan een opdrachtgever die noodzakelijke informatie niet verstrekt, waardoor een opdrachtnemer zijn werkzaamheden niet kan uitvoeren. Zolang sprake is van schuldeisersverzuim, kan de wederpartij niet in verzuim raken (artikel 6:61 BW).
Bij wanprestatie bestaat een onderscheid tussen aanvullende en vervangende schadevergoeding.
Aanvullende schadevergoeding komt naast de nakoming van de overeenkomst. Denk aan een leverancier die alsnog levert, maar waarbij de vertraging al tot productieverlies heeft geleid. Vervangende schadevergoeding komt daarentegen in de plaats van nakoming. Je verlangt dan bijvoorbeeld een geldbedrag in plaats van de overeengekomen prestatie.
Wanneer nakoming nog mogelijk is, kun je niet direct vervangende schadevergoeding eisen. Volgens artikel 6:87 BW moet de wederpartij in verzuim zijn en moet je schriftelijk meedelen dat je schadevergoeding in plaats van nakoming verlangt. Als de tekortkoming slechts van geringe betekenis is, kun je niet altijd vervangende schadevergoeding eisen.
Op grond van artikel 6:95 BW kan schade bestaan uit vermogensschade en ander nadeel. Bij ander nadeel gaat het om immateriële schade, die alleen in bepaalde wettelijke gevallen voor vergoeding in aanmerking komt. Bij zakelijke geschillen gaat het doorgaans om vermogensschade.
Artikel 6:96 lid 1 BW maakt binnen de vermogensschade onderscheid tussen geleden verlies en gederfde winst. Geleden verlies omvat bijvoorbeeld herstelkosten, extra transportkosten of hogere kosten doordat je een andere leverancier moet inschakelen. Daarnaast kun je onder omstandigheden aanspraak maken op gederfde winst. Denk aan een onderneming die door een gebrekkige levering tijdelijk geen producten kan verkopen en daardoor winst misloopt.
Naast geleden verlies en gederfde winst kunnen ook andere kosten voor vergoeding in aanmerking komen (artikel 6:96 lid 2 BW). Denk bijvoorbeeld aan redelijke kosten om verdere schade te voorkomen of te beperken, kosten voor het vaststellen van schade en aansprakelijkheid en buitengerechtelijke kosten om betaling te verkrijgen. Hieronder kunnen bijvoorbeeld kosten voor noodmaatregelen, deskundigenonderzoek en juridische bijstand vallen.
Niet iedere financiële tegenvaller is echter verhaalbaar. De schade moet voldoende verband houden met de tekortkoming en juridisch daaraan kunnen worden toegerekend. Verder moet je redelijke maatregelen nemen om de schade te beperken. Laat je dat na en loopt de schade daardoor verder op, dan kan dit gevolgen hebben voor de hoogte van de vergoeding (artikel 6:101 BW).
In commerciële overeenkomsten wordt vaak onderscheid gemaakt tussen directe schade en indirecte schade of gevolgschade. Deze begrippen hebben geen vaste wettelijke betekenis. Wat daaronder wordt verstaan, hangt daarom af van de uitleg van de overeenkomst. Zo worden herstelkosten vaak als directe schade beschouwd, terwijl schade door productiestilstand of gederfde winst onder gevolgschade kan vallen.
Dit onderscheid is vooral van belang wanneer de overeenkomst aansprakelijkheid voor bepaalde schadeposten beperkt of uitsluit. De wet bepaalt namelijk niet dat gevolgschade bij wanprestatie automatisch van vergoeding is uitgesloten. Ook gevolgschade kan voor vergoeding in aanmerking komen.
Veel commerciële overeenkomsten en algemene voorwaarden bevatten aansprakelijkheidsbeperkingen. Deze worden ook wel exoneratiebedingen genoemd.
In zakelijke verhoudingen mogen partijen hun aansprakelijkheid in beginsel contractueel beperken. Zo kan zijn afgesproken dat de aansprakelijkheid maximaal gelijk is aan het factuurbedrag. Ook komt het regelmatig voor dat aansprakelijkheid voor gevolgschade wordt uitgesloten. Dat betekent echter niet dat iedere beperking onder alle omstandigheden afdwingbaar is.
Allereerst moet worden vastgesteld of het beding daadwerkelijk onderdeel uitmaakt van de overeenkomst. Staat het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden, dan is het belangrijk dat deze voorwaarden ook daadwerkelijk op de overeenkomst van toepassing zijn. Meer hierover lees je in onze blog ‘Algemene voorwaarden rechtsgeldig van toepassing verklaren’. Vervolgens is van belang hoe het beding moet worden uitgelegd en welke schade daaronder valt.
Daarnaast kan een beroep op een aansprakelijkheidsbeperking onder bijzondere omstandigheden onaanvaardbaar zijn. Dit volgt uit artikel 6:248 lid 2 BW. Bij deze beoordeling spelen onder meer de ernst van de tekortkoming, de wijze waarop het beding tot stand is gekomen en de verhouding tussen partijen een rol. Een aansprakelijkheidsbeperking betekent dus niet automatisch dat schadevergoeding onmogelijk is. Meer weten over de mogelijkheden en grenzen van aansprakelijkheidsbeperkingen? Lees dan onze blog ‘Aansprakelijkheid beperken met een exoneratieclausule’.
Wie schadevergoeding vordert, moet zijn aanspraak voldoende onderbouwen. Dat geldt zowel voor de tekortkoming als voor de geleden schade. Bewaar daarom de overeenkomst, relevante correspondentie, facturen, hersteloffertes en andere bewijsstukken. Bij gederfde winst kunnen financiële gegevens, eerdere verkoopresultaten en prognoses belangrijk zijn.
Maak daarnaast inzichtelijk welke schade door de tekortkoming is ontstaan. Een duidelijke schadeberekening vergroot de kans dat je de schade daadwerkelijk kunt verhalen. De exacte omvang van schade is niet altijd eenvoudig vast te stellen. Artikel 6:97 BW biedt de rechter daarom de mogelijkheid om de schade te schatten wanneer deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Je moet daarvoor wel voldoende aanknopingspunten aanleveren.
Wanneer je schade hebt geleden door wanprestatie, is het verstandig om snel actie te ondernemen. Heb je vastgesteld dat jouw contractspartij tekortschiet en dat er mogelijk recht op schadevergoeding bestaat? Stel de wederpartij dan, waar nodig, tijdig in gebreke. Wanneer zij aansprakelijk is voor de schade, kun je haar schriftelijk aansprakelijk stellen en betaling verlangen.
Let ook op de klachtplicht. Volgens artikel 6:89 BW moet je binnen bekwame tijd protesteren nadat je een gebrek in de prestatie hebt ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken. Te laat klagen kan ertoe leiden dat je geen beroep meer kunt doen op het gebrek. Daarnaast is het belangrijk om verjaringstermijnen te bewaken. Een schadevordering verjaart in beginsel vijf jaar nadat je bekend bent geworden met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon.
Weigert de wederpartij de schade te vergoeden, dan kan het nodig zijn een gerechtelijke procedure te starten om schadevergoeding af te dwingen. Welke stappen verstandig zijn en of een procedure zinvol is, hangt onder meer af van de hoogte van de vordering, de bewijspositie en de te verwachten kosten. Ook is het belangrijk om te onderzoeken of de wederpartij voldoende vermogen heeft om de schadevergoeding daadwerkelijk te betalen. Een gewonnen procedure heeft immers weinig waarde als de wederpartij geen verhaal biedt. Daarnaast kun je onder bepaalde voorwaarden al vóór een procedure conservatoir beslag laten leggen op bijvoorbeeld bankrekeningen of andere bezittingen. Hiervoor is toestemming van de voorzieningenrechter nodig.
Schade door wanprestatie kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor je onderneming. Of je deze schade kunt verhalen, hangt onder meer af van de verplichtingen die op de wederpartij rusten, de aard van de tekortkoming en de geleden schade. Daarbij zijn zowel de gemaakte afspraken als de wettelijke regels van belang.
Een goede juridische beoordeling en zorgvuldige onderbouwing zijn essentieel. Daarnaast is het belangrijk om te beoordelen welke stappen verstandig zijn en of de schade daadwerkelijk op de wederpartij kan worden verhaald.
Heb je schade geleden doordat een andere partij haar verplichtingen niet nakomt? Of word je zelf geconfronteerd met een schadeclaim wegens wanprestatie? Neem gerust contact met ons op. Wij adviseren en procederen over aansprakelijkheid en commerciële geschillen en helpen je graag bij het verhalen van schade of het voeren van verweer tegen een schadevordering.