Bedrijven die persoonsgegevens verwerken, krijgen meer verplichtingen. Aangezien vrijwel iedere organisatie persoonsgegevens verwerkt, gelden deze verplichtingen dus voor vrijwel ieder bedrijf. Van belang is dat organisaties kunnen laten zien dat zij hun verplichtingen nakomen en zich aan de AVG houden. Er gaat een documentatie- en registratieplicht gelden, terwijl bedrijven transparant en helder moeten communiceren welke persoonsgegevens zij verwerken, met welk doel en op welke grondslag. Personen moeten weten wat er met hun gegevens gebeurt.
In deze blog staat de evenementenvergunning centraal. Op het moment dat een evenement in overeenstemming is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan (zie hierover meer in blog 1) kan voor het houden van een evenement worden volstaan met een evenementenvergunning. In sommige gevallen is zelfs helemaal geen vergunning benodigd. De grondslag voor de evenementenvergunning is gelegen in de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: de APV). Iedere gemeente kent een eigen APV. Het staat iedere gemeente vrij om zelf de voorwaarden voor een evenementenvergunning nader te formuleren.
Voor veel evenementen kan worden volstaan met een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hier zal in blog 2 nader op ingegaan worden.
Met de kruimelgevallenlijst, die is opgenomen in artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor), kan het college van burgemeester en wethouders toestemming verlenen om voor een concreet project van het bestemmingsplan af te wijken (de zogenoemde kruimelvergunning). In de lijst staan elf verschillende ‘kruimels’ genoemd. Het college van burgemeester en wethouders heeft beleidsvrijheid bij het al dan niet verlenen van een vergunning op grond van deze bepaling. Dit betekent dat het (binnen de grenzen) zelf kan bepalen of het voor een bepaalde ontwikkeling vergunning wenst te verlenen. Medewerking van het gemeenteraad is niet vereist. Een groot voordeel van de kruimelgevallenlijst is dat met toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure (maximaal veertien weken) kan worden afgeweken van het bestemmingsplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 28 juni 2017 een overzichtsuitspraak gedaan over de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze uitspraak bevat de hoofdlijnen van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak over de eisen waaraan een bestemmingsplan, waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt, dient te voldoen.