In blog 1 zijn wij ingegaan op de verankering van evenementen in bestemmingsplannen. In blog 2 hebben wij uiteengezet wanneer een evenementenvergunning is vereist. Blog 3 ging over de omgevingsvergunning. In dit blog staat centraal de vraag welke rechtsmiddelen tegen deze besluiten aangewend kunnen worden.
In deze blog staat de vraag centraal wanneer voor een evenement een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vereist is. In blog 2 zijn wij reeds ingegaan op de vraag wanneer een evenementenvergunning vereist is. Naast een evenementenvergunning op grond van de APV kan echter ook een omgevingsvergunning op grond van de Wabo vereist zijn. Dat is het geval indien de bestemming van het bewuste terrein het houden van een evenement (planologisch) niet toestaat.
In deze blog staat de evenementenvergunning centraal. Op het moment dat een evenement in overeenstemming is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan (zie hierover meer in blog 1) kan voor het houden van een evenement worden volstaan met een evenementenvergunning. In sommige gevallen is zelfs helemaal geen vergunning benodigd. De grondslag voor de evenementenvergunning is gelegen in de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: de APV). Iedere gemeente kent een eigen APV. Het staat iedere gemeente vrij om zelf de voorwaarden voor een evenementenvergunning nader te formuleren.
Voor veel evenementen kan worden volstaan met een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hier zal in blog 2 nader op ingegaan worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 28 juni 2017 een overzichtsuitspraak gedaan over de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze uitspraak bevat de hoofdlijnen van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak over de eisen waaraan een bestemmingsplan, waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt, dient te voldoen.