Reeds in 2017 heeft de Afdeling overwogen dat een gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan de mogelijkheden om vergunningsvrije bouwwerken in achtererfgebieden te plaatsen, kan beperken.[1] In lijn met deze jurisprudentie heeft de Afdeling op 17 juni 2020 de mogelijkheden die een gemeenteraad ter beschikking staat om het vergunningsvrij bouwen in te perken in het bestemmingsplan, verder uitgebreid.[2]
Wij kunnen ons voorstellen dat het aanvragen van compensatie voor transitievergoedingen voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers wellicht geen prioriteit heeft gehad door de huidige coronacrisis. Wij wijzen u er daarom graag op dat compensatieaanvragen voor transitievergoedingen die voor 1 april 2020 zijn betaald vóór 1 oktober 2020 moeten worden ingediend bij het UWV. Voor overige gevallen geldt dat de compensatieaanvraag uiterlijk zes maanden na volledige betaling van de transitievergoeding moet zijn ingediend. Een compensatieaanvraag is vrij eenvoudig aan te vragen. U logt in op het werkgeversportaal van het UWV met eHerkenning. Vervolgens vult u het formulier ‘Aanvraag compensatie transitievergoeding’ in. Onze ervaring is dat aanvragen overzichtelijk en vlot worden afgewerkt door het UWV. Als u compensatie krijgt, staat in de toekenningsbrief hoe hoog de compensatie is en hoe het bedrag berekend is. Van cliënten horen wij dat zij het bedrag daarna binnen vijf werkdagen op de bankrekening hebben ontvangen.
Ruim een jaar geleden heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State haar jurisprudentie over de werking van het vertrouwensbeginsel ingrijpend gewijzigd. De Afdeling overwoog dat een toezegging van een bouwinspecteur en andere ambtenaren aan een vrouw uit Amsterdam het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat het gemeentebestuur van Amsterdam in haar geval niet handhavend zou optreden tegen het niet in overeenstemming met de vergunning aanwezige dakterras. Op deze uitspraak en de daaruit voortvloeiende jurisprudentiewijziging ben ik uitgebreid in een eerdere blog ingegaan.
In een eerdere blog link schreven wij welke contractuele aandachtspunten voor ondernemers gelden in verband met het coronavirus. Wij bespraken dat het virus een grote impact heeft op de economie en dat dit wellicht kan betekenen dat bepaalde verplichtingen uit lopende overeenkomsten niet (tijdig) kunnen worden nagekomen, waardoor mogelijk schade wordt geleden. Wij gaven aan dat er onder deze omstandigheden wellicht een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden kan worden gedaan. Op dat moment was het nog niet duidelijk of een beroep op onvoorziene omstandigheden specifiek in verband met de coronacrisis kans van slagen had. Inmiddels druppelen de eerste uitspraken hierover binnen.
1. Wat is de wettelijke grondslag van de NOW? De NOW is gebaseerd op de Kaderwet SZW-subsidies en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. De tegemoetkoming die aan werkgevers wordt verstrekt is in de regeling aangemerkt als een subsidie. Een subsidie is een aanspraak op financiële middelen, verstrekt door een bestuursorgaan ‘met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager’ (artikel 4:21 van de Awb). Een subsidie wordt verstrekt om wenselijke activiteiten te stimuleren. Met de NOW worden werkgevers gestimuleerd om hun werknemers te behouden en hiermee kwalificeert de tegemoetkoming onder de NOW als subsidie.
Met enige regelmaat worden bestuurders die ineen enquêteprocedure door de Ondernemingskamer worden genoemd (“OK-bestuurder”) geconfronteerd met bestuurders of betrokkenen die weigeren mee te werken of ruzie zoeken.