De wet schrijft geen wijze van waardering voor van bedrijven, waardoor we zijn aangewezen op de verschillende waarderingsmethoden bij een bedrijfsovername. In dit artikel gaan we kort in op de waarderingsmethoden.
De Discounted Cash Flow-methode (DCF) waardeert de onderneming op basis van de contante waarde van de toekomstige vrije kasstromen. De methode vereist een prognose van de kasstromen over een expliciete prognoseperiode (doorgaans vijf tot tien jaar) en een eindwaarde (terminal value) die de waarde na de prognoseperiode representeert. De kasstromen worden verdisconteerd tegen de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet (WACC). Het resultaat is de ondernemingswaarde (enterprise value); na aftrek van de nettoschuld resteert de waarde van het eigen vermogen (equity value).
Het voordeel van de DCF-methode is dat zij de intrinsieke waarde weerspiegelt op basis van het toekomstig verdienvermogen. Het nadeel is de gevoeligheid voor de gehanteerde aannames: kleine wijzigingen in de disconteringsvoet of de groeiverwachting kunnen tot aanzienlijke verschillen in de uitkomst leiden.
De multiple-methode waardeert de onderneming op basis van vergelijking met soortgelijke ondernemingen of transacties. De waarde wordt afgeleid door een relevante financiële maatstaf (zoals EBITDA of omzet) te vermenigvuldigen met een kengetal (de multiple) dat is ontleend aan beursgenoteerde vergelijkbare ondernemingen (trading multiples) of aan recente vergelijkbare transacties (transaction multiples).
De methode is relatief eenvoudig toepasbaar en wordt in de praktijk veel gehanteerd, met name in de eerste fase van het overnameproces om een indicatie van de waarde te verkrijgen. Het nadeel is de gevoeligheid voor de keuze van vergelijkbare ondernemingen: geen twee ondernemingen zijn gelijk en de uitkomst hangt sterk af van welke referentiegroep wordt gehanteerd.
De rentabiliteitswaarde waardeert de onderneming op basis van het genormaliseerde resultaat gedeeld door de rendementseis op het eigen vermogen. Deze methode wordt met name gebruikt bij de waardering van kleinere ondernemingen en in de accountantspraktijk. De methode is eenvoudig, maar houdt beperkt rekening met groei en met de balansstructuur van de onderneming.
De intrinsieke waarde methode waardeert de onderneming op basis van de actuele waarde van de afzonderlijke activa en passiva. Deze methode wordt met name gehanteerd bij vastgoedvennootschappen of houdstermaatschappijen zonder significante operationele activiteiten. Voor ondernemingen met een substantieel verdienvermogen is de intrinsieke waarde doorgaans niet de meest geschikte maatstaf.
Een fundamenteel onderscheid dat in de praktijk regelmatig door elkaar wordt gehaald is dat tussen waarde en prijs. De waarde is het bedrag dat een rationele koper bereid zou zijn te betalen, gegeven de beschikbare informatie. De prijs is het bedrag dat daadwerkelijk wordt overeengekomen, mede beïnvloed door onderhandelingsmacht, strategische overwegingen, concurrentie van andere bieders en emotionele factoren.
Het verschil tussen stand alone waarde en strategische waarde is eveneens relevant: een strategische koper die synergieën kan realiseren, kan bereid zijn meer te betalen dan de stand alone waarde rechtvaardigt. Dat is geen overpaying, maar een bewuste strategische keuze.
De keuze voor een waarderingsmethode hangt af van de aard van de onderneming, de beschikbaarheid van gegevens en het doel van de waardering. In de praktijk worden doorgaans meerdere methoden naast elkaar gehanteerd om een bandbreedte te bepalen. De waardering is het startpunt van de onderhandelingen, niet het eindpunt. Hoe de koopprijs vervolgens wordt gestructureerd (via een vaste prijs, een earn-out of een locked box mechanisme) is een volgend vraagstuk dat in deze serie aan bod komt. Dit artikel is onderdeel van een reeks artikelen over de koopprijs bij bedrijfsovernames. Lees hier deel 2 over de earn-out regeling en deel 3 over het locked box mechanisme.
Heeft u vragen over de waardering van een onderneming in het kader van een overname? Neem gerust contact op.