115 jaar ervaring in de advocatuur

Wanneer is het Weens Koopverdrag van toepassing?

Het Weens Koopverdrag geldt in beginsel voor internationale koopovereenkomsten betreffende goederen. Daarbij moeten koper en verkoper in verschillende staten zijn gevestigd. Daarnaast moet aan één van twee voorwaarden zijn voldaan: beide staten zijn partij bij het Weens Koopverdrag, of de regels van internationaal privaatrecht leiden tot toepassing van het recht van een verdragsstaat.

 

Een Nederlandse onderneming die goederen verkoopt aan een Duitse, Franse of Belgische afnemer kan daardoor rechtstreeks met het Weens Koopverdrag te maken krijgen. Hetzelfde geldt bij handel met veel landen buiten Europa, waaronder de Verenigde Staten en China. Ook een wederpartij buiten een verdragsstaat sluit toepassing van het CISG niet uit. Het verdrag kan alsnog gelden als het internationaal privaatrecht leidt tot het recht van een verdragsstaat.

 

Kunnen partijen andere afspraken maken?

Hoewel het Weens Koopverdrag op grond van deze regels automatisch van toepassing kan zijn, kunnen partijen de toepassing ervan uitsluiten. Om discussie daarover te voorkomen, is het verstandig om het verdrag uitdrukkelijk buiten toepassing te verklaren. Een algemene rechtskeuze voor bijvoorbeeld Nederlands recht is daarvoor in beginsel niet voldoende. Nederland is namelijk partij bij het Weens Koopverdrag. Het CISG maakt daardoor binnen zijn toepassingsgebied deel uit van het Nederlandse recht.

 

Daarnaast kunnen partijen bepaalde onderdelen buiten toepassing verklaren of van afzonderlijke bepalingen afwijken. Ook kunnen partijen contractueel een andere regeling treffen voor de gevolgen die het verdrag aan een bepaalde situatie verbindt. De inhoud van de koopovereenkomst blijft daarmee het eerste aanknopingspunt. Het Weens Koopverdrag vult de rechtsverhouding aan voor zover partijen niet zelf iets anders hebben afgesproken.

 

Verder kunnen handelsgebruiken en de manier waarop partijen eerder met elkaar zaken hebben gedaan van belang zijn. Het Weens Koopverdrag kent onder voorwaarden betekenis toe aan gebruiken die in de internationale handel algemeen bekend en regelmatig worden nageleefd. Ook een handelswijze die partijen in hun onderlinge relatie hebben ontwikkeld, kan hun rechten en verplichtingen mede bepalen.

 

Wat regelt het Weens Koopverdrag wel en niet?

Het verdrag geeft geen volledige regeling voor alle juridische vragen die bij een internationale koopovereenkomst kunnen ontstaan. Het verdrag ziet in hoofdzaak op de totstandkoming van de koopovereenkomst en op de rechten en verplichtingen van koper en verkoper die daaruit voortvloeien. Voor vragen die buiten dat bereik vallen, geldt het toepasselijke nationale recht.

 

Anders ligt het bij onderwerpen die het Weens Koopverdrag wel regelt, maar waarvoor het verdrag geen uitdrukkelijke oplossing geeft. In dat geval mag niet direct naar nationaal recht worden gekeken. Eerst moet worden gekeken of de algemene beginselen van het Weens Koopverdrag een antwoord bieden. Dit wordt ook wel gap filling genoemd. Het verdrag noemt deze algemene beginselen niet uitputtend. Deze beginselen volgen uit de bepalingen, de systematiek en de doelstellingen van het Weens Koopverdrag. Voorbeelden zijn partijautonomie, vormvrijheid, het uitgangspunt dat afspraken moeten worden nagekomen, de verplichting om schade zoveel mogelijk te beperken en een zekere verplichting voor partijen om bij de uitvoering van de overeenkomst samen te werken. Ook internationale handelsgebruiken kunnen daarbij een rol spelen.

 

Pas als uit het Weens Koopverdrag geen bruikbaar algemeen beginsel volgt, komt nationaal recht in beeld. Welk nationaal recht geldt, volgt uit de regels van internationaal privaatrecht.

 

Het is dus belangrijk onderscheid te maken tussen twee situaties. Sommige onderwerpen vallen geheel buiten het CISG. Denk aan bepaalde vragen over de geldigheid van de overeenkomst of de eigendom van de verkochte zaken. Daarvoor geldt in beginsel het toepasselijke nationale recht. Valt het onderwerp wel binnen het verdrag, maar bevat het verdrag geen concrete regel, dan moet eerst binnen het verdrag en zijn algemene beginselen naar een oplossing worden gezocht. Pas daarna kan op nationaal recht worden teruggevallen.

Heeft u vragen? Neem gerust contact op met Esmée Janssen

Bel nu 076 513 6198

Wat zijn de belangrijkste verschillen met Nederlands recht?

Of toepassing van het Weens Koopverdrag gunstig of ongunstig uitpakt, hangt af van de positie die je in de transactie inneemt. Op drie onderdelen zijn de verschillen met het Nederlandse recht in de praktijk het meest relevant.

 

Klachtplicht 

Een voorbeeld is de klachtplicht. Onder het Weens Koopverdrag moet de koper de goederen zo snel onderzoeken als onder de omstandigheden redelijk is. Ontdekt de koper een gebrek, dan moet daar vervolgens binnen een redelijke termijn over worden geklaagd. Daarnaast geldt in beginsel een uiterste termijn van twee jaar na de feitelijke aflevering waarbinnen de koper zich op non-conformiteit moet beroepen, behoudens uitzonderingen. Het Nederlandse recht kent voor zakelijke koop geen vergelijkbare algemene uiterste klachttermijn van twee jaar. Voor verkopers biedt het Weens Koopverdrag op dit punt meer duidelijkheid. Zij weten beter hoe lang zij nog rekening moeten houden met klachten over de geleverde goederen.

 

Ontbinding

Ook de mogelijkheden om de overeenkomst te ontbinden verschillen. Onder Nederlands recht kan een tekortkoming in beginsel grond geven voor ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Het Weens Koopverdrag kiest een ander uitgangspunt. Voor ontbinding van de overeenkomst is in veel gevallen een fundamental breach, oftewel een wezenlijke tekortkoming, vereist. De tekortkoming moet dan zodanig ernstig zijn dat zij de wederpartij in belangrijke mate onthoudt wat deze op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De drempel voor ontbinding ligt bij het Weens Koopverdrag dus in beginsel hoger.

 

Schadevergoeding

Ook bij schadevergoeding bestaan verschillen. Schadevergoeding neemt binnen het Weens Koopverdrag een belangrijke plaats in en kan naast andere remedies worden gevorderd. Onder het verdrag kan de koper bij een tekortkoming schadevergoeding vorderen zonder dat de verkoper eerst formeel een laatste kans hoeft te krijgen om alsnog correct na te komen. Het verdrag geeft de verkoper onder omstandigheden wel de mogelijkheid om een gebrek alsnog te herstellen. Onder Nederlands recht ligt dat anders. Als correcte nakoming nog mogelijk is, moet de verkoper in beginsel eerst de gelegenheid krijgen om alsnog goed na te komen voordat vervangende schadevergoeding kan worden gevorderd. Onder het Weens Koopverdrag staat schadevergoeding dus zelfstandiger naast andere remedies. Tegelijkertijd kan een koper onder het verdrag niet bij ieder gebrek zonder meer vervanging van de geleverde producten eisen. Daarvoor moet sprake zijn van een wezenlijke tekortkoming. Voor verkopers kan het daarom belangrijk zijn om contractueel vast te leggen dat zij eerst de mogelijkheid krijgen om een gebrek te herstellen of vervangende producten te leveren.

 

Voor schadevergoeding geldt onder het Weens Koopverdrag bovendien als belangrijke begrenzing dat de schade bij het sluiten van de overeenkomst voorzienbaar moet zijn geweest als mogelijk gevolg van de tekortkoming. Het Nederlandse schadevergoedingsrecht kent een andere systematiek, waarbij onder meer causaal verband en toerekening van schade centraal staan.

 

Algemene voorwaarden

Daarnaast gelden onder het Weens Koopverdrag strengere eisen voor het van toepassing worden van algemene voorwaarden dan onder Nederlands recht. Waar naar Nederlands recht een duidelijke verwijzing naar de algemene voorwaarden in beginsel voldoende kan zijn, moet de wederpartij onder het verdrag ook daadwerkelijk een redelijke mogelijkheid hebben gehad om van die voorwaarden kennis te nemen.

 

De verschillen zitten daarmee niet alleen in afzonderlijke regels, maar ook in de manier waarop het Weens Koopverdrag juridische vragen benadert. Het verdrag kent een eigen begrippenkader en eigen uitgangspunten. Bij een internationaal geschil is het daarom belangrijk om niet automatisch vanuit het Nederlandse Burgerlijk Wetboek te redeneren, maar eerst vast te stellen welk juridisch regime van toepassing is en welke gevolgen dat heeft voor de positie van partijen.

 

Wat betekent dit in de praktijk?

Het Weens Koopverdrag kan op internationale verkoopcontracten van toepassing zijn zonder dat partijen daar bewust voor hebben gekozen. Omdat het Weens Koopverdrag op belangrijke punten afwijkt van het Nederlandse kooprecht, kan dat directe gevolgen hebben voor de rechten en verplichtingen van koper en verkoper.

 

Bij internationale verkoopcontracten is het daarom verstandig om vooraf vast te stellen welk recht van toepassing is, of het Weens Koopverdrag daar onderdeel van uitmaakt, welke onderwerpen daarnaast door nationaal recht worden beheerst en in hoeverre van het verdrag wordt afgeweken. Door die keuzes vooraf te maken en duidelijk vast te leggen, kunnen veel discussies achteraf worden voorkomen.

 

Vragen over het Weens Koopverdrag of internationale verkoopcontracten? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag mee over de toepassing van het Weens Koopverdrag en de inrichting van internationale contracten en algemene voorwaarden.

 

Deze blog is uitsluitend informatief van aard en vervangt geen advies op maat. Neem voor uw specifieke situatie altijd contact op met een advocaat.