Na beneficiaire aanvaarding kan de rechtbank op grond van artikel 4:203 BW een vereffenaar benoemen. De wet maakt daarbij onderscheid tussen een verzoek van een erfgenaam en een verzoek van een belanghebbende of het Openbaar Ministerie.
Een erfgenaam verzoekt om benoeming
Op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW kan iedere erfgenaam na beneficiaire aanvaarding de rechtbank verzoeken een vereffenaar te benoemen. De wet stelt aan zo’n verzoek geen afzonderlijke inhoudelijke benoemingsgrond, al volgt uit het woord kan dat de rechtbank beoordeelt of benoeming in de omstandigheden van het geval aangewezen is. Wordt een vereffenaar benoemd, dan treedt deze op grond van lid 2 in de plaats van de erfgenamen als vereffenaar.
Een voorbeeld is Hof ‘s-Hertogenbosch 26 september 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3029. De erfgenamen waren niet in staat de beneficiair aanvaarde nalatenschap gezamenlijk behoorlijk te vereffenen, omdat er geen onderlinge samenwerking en vertrouwen in elkaar was. Het Hof achtte benoeming van een professionele vereffenaar gerechtvaardigd. Daarvoor was volgens het Hof niet vereist dat sprake was van externe schuldeisers.
Een belanghebbende verzoekt om benoeming
Artikel 4:203 lid 1 onder b BW biedt daarnaast een mogelijkheid voor een belanghebbende of het Openbaar Ministerie. Daarvoor noemt de wet wél specifieke gronden. Benoeming kan worden verzocht wanneer:
Ook een schuldeiser kan onder omstandigheden als belanghebbende worden aangemerkt. De Rechtbank Rotterdam benoemde in 2024 bijvoorbeeld op verzoek van een hypothecaire schuldeiser een vereffenaar omdat de nalatenschap na beneficiaire aanvaarding feitelijk niet werd vereffend. Rb. Rotterdam 11 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4106. Het belang was erin gelegen dat de vordering van deze schuldeiser niet (volledig) werd voldaan.
Is de nalatenschap niet beneficiair aanvaard, dan kan artikel 4:204 BW een grondslag bieden voor benoeming van een vereffenaar. De bepaling kan onder meer toepassing vinden bij een zuiver aanvaarde nalatenschap, maar ook wanneer nog geen aanvaarding heeft plaatsgevonden. Artikel 4:204 lid 1 BW onderscheidt drie situaties.
A. Geen erfgenamen, onbekende erfgenamen of een onbeheerde nalatenschap
Een belanghebbende of het Openbaar Ministerie kan benoeming verzoeken wanneer:
Zo benoemde de Rechtbank Rotterdam in 2025 een vereffenaar omdat onbekend was wie de erfgenamen waren en de nalatenschap niet werd beheerd: Rb. Rotterdam 25 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13008.
B. De belangen van een schuldeiser van de nalatenschap komen in gevaar
Een schuldeiser van de nalatenschap kan benoeming van een professionele vereffenaar verzoeken wanneer de nalatenschap wordt verdeeld voordat de opeisbare schulden zijn voldaan, of wanneer gevaar bestaat dat hij niet volledig of niet binnen redelijke tijd wordt betaald. Dat gevaar kan onder meer ontstaan doordat de nalatenschap niet toereikend is, niet behoorlijk wordt beheerd en afgewikkeld of doordat een andere schuldeiser verhaal gaat nemen.
C. Schuldeisers van een erfgenaam worden ernstig benadeeld
Ten slotte kunnen één of meer schuldeisers van een erfgenaam een verzoek doen wanneer hun belangen door gedragingen van de erfgenamen of de executeur ernstig worden geschaad.
Eerst vaststellen welke route van toepassing is
De eerste vraag bij een mogelijke benoeming is dus niet uitsluitend of een nalatenschap ingewikkeld is of is vastgelopen. Eerst moet worden vastgesteld: is de nalatenschap beneficiair aanvaard? Zo ja, dan vormt in beginsel artikel 4:203 BW het vertrekpunt. Zo nee, dan moet worden beoordeeld of één van de wettelijke gronden van artikel 4:204 BW zich voordoet.
Dat onderscheid kan in de praktijk belangrijk zijn. In Rb. Noord-Holland 7 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8359 stond een discussie centraal over de vraag of de nalatenschap beneficiair of al eerder zuiver was aanvaard. De rechtbank liet dat uiteindelijk in het midden: ook als geen beneficiaire aanvaarding had plaatsgevonden, kon een vereffenaar worden benoemd op grond van artikel 4:204 BW omdat de nalatenschap in die kwestie al jarenlang feitelijk onbeheerd bleef.
De rechtbank benoemde overigens niet de voorgedragen kandidaat, omdat diens eerdere optreden voor één van de erfgenamen volgens de rechtbank afdeed aan het vertrouwen in zijn onafhankelijke en onpartijdige positie. Ook de keuze van de persoon van de vereffenaar verdient dus aandacht.
Twijfelt u over de vraag of benoeming van een vereffenaar mogelijk of wenselijk is, of bent u op zoek naar een professionele vereffenaar? Een kort overleg vooraf kan veel duidelijkheid geven.