Opheffing betekent dat een lopende wettelijke vereffening voortijdig wordt beëindigd. Geeft de geringe waarde van de baten daartoe aanleiding, dan kan de kantonrechter op verzoek van de vereffenaar of een belanghebbende hetzij de kosteloze vereffening, hetzij de opheffing van de vereffening bevelen (artikel 4:209 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Het is de erfrechtelijke tegenhanger van de artikelen 16 en 18 van de Faillissementswet. Is op grond van artikel 4:208 BW een rechter-commissaris benoemd, dan beslist de rechtbank op diens voordracht, en niet de kantonrechter.
Er bestaan drie figuren, namelijk de opheffing, de ontheffing en de kosteloze vereffening. Deze drie figuren worden vaak door elkaar gehaald. Het verschil zit in het gevolg:
Kosteloze vereffening en opheffing kunnen niet in één beschikking worden bevolen; voor een verzoek op grond van artikel 4:209 leden 1 en 2 BW is geen griffierecht verschuldigd (HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:681). Indien nodig kan om teruggaaf worden verzocht.
Terughoudendheid is geboden: de vereffening beschermt juist de schuldeisers en bewijst haar waarde bij negatieve nalatenschappen. Dat de passiva de activa overtreffen is dus geen voldoende grond voor opheffing. De Handleiding Erfrechtprocedures Kantonrechter geeft drie handvatten:
Een omvangrijke boedel met veel schulden is dus iets anders dan een gebrek aan baten. Is onvoldoende onderzocht waar het vermogen van de erflater is gebleven, dan wordt het verzoek (nog) afgewezen (Hof Leeuwarden 19 november 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BG5147).
Het verzoek wordt gedaan door de vereffenaar of een belanghebbende bij de kantonrechter van de laatste woonplaats van de erflater; er geldt geen termijn. Bijlagen zijn een boedelbeschrijving en de namen en adressen van de op te roepen personen: de verzoeker, de erfgenamen voor zover bekend, de vereffenaar en de boedelnotaris. Een zitting volgt, tenzij het verzoek aanstonds kan worden toegewezen of niemand verweer voert. Tegen de beschikking staat hoger beroep open.
Twee nuances volgen uit HR 25 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:662: het verzoek hoeft niet altijd door de gezamenlijke erfgenamen-vereffenaars te worden gedaan (artikel 4:198 BW), mits recht wordt gedaan aan hoor en wederhoor, en opheffing is niet pas toewijsbaar nadat de boedelbeschrijving van artikel 4:211 lid 3 BW is opgemaakt. Dat maakt de route ook begaanbaar als de administratie ontbreekt.
Bij het bevel tot opheffing stelt de kantonrechter de reeds gemaakte vereffeningskosten vast. Die komen ten laste van de boedel en, als die onvoldoende is, ten laste van de erfgenamen voor zover zij met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn (artikel 4:209 lid 2 BW en artikel 4:184 lid 2 BW). Het zijn schulden van de nalatenschap (artikel 4:7 lid 1 onder c BW). Volgens de Handleiding vallen daaronder het loon van de benoemde vereffenaar (artikel 4:206 lid 3 BW), de publicatiekosten, de kosten van een noodzakelijke verklaring van erfrecht en maximaal vijf uur pre-vereffeningskosten tegen het Recofa-tarief voor de professional die de erfgenaam-vereffenaar begeleidde. Werkzaamheden van de erfgenamen-vereffenaars zelf vallen daar niet onder.
De opheffing wordt bekendgemaakt zoals de benoeming van een vereffenaar (artikel 4:209 lid 4 BW); bij beneficiair aanvaardende erfgenamen volstaat vaak inschrijving in het boedelregister.
Rassers Advocaten combineert erfrecht, ondernemingsrecht en ervaring als curator. Bent u advocaat en twijfelt u of in uw dossier opheffing van de vereffening of de benoeming van een professionele vereffenaar de juiste weg is? Of bent u vereffenaar en wilt u een lopende vereffening laten opheffen? Wij denken mee over de onderbouwing van het verzoekschrift en kunnen als professionele vereffenaar worden aangesteld.
Philip Vroegrijk is een ervaren advocaat erfrecht, curator en vereffenaar en is in overleg beschikbaar voor een voordracht aan de rechtbank. Neem contact op om uw situatie voor te leggen. Wij helpen u graag. Meer lezen? Lees ons vorige artikel over het laten benoemen van een vereffenaar door de rechtbank.