115 jaar ervaring in de advocatuur

Een vereffenaar van een nalatenschap heeft een duidelijke opdracht: de nalatenschap zorgvuldig afwikkelen en ervoor zorgen dat de schuldeisers (zoveel mogelijk) worden voldaan.

Maar wat moet een vereffenaar doen als één schuldeiser een forse vordering indient, die vordering wordt betwist én daarover nog een procedure in hoger beroep loopt? Moet de hele vereffening en de afronding daarvan dan stil blijven liggen totdat definitief over die vordering is beslist?

De Rechtbank Noord-Nederland gaf daarover op 24 juli 2026 een interessante beschikking (ECLI:NL:RBNNE:2026:3555). Het antwoord: niet noodzakelijk.

Van oproeping van schuldeisers naar de uitdelingslijst

Bij een zware vereffening roept de vereffenaar de schuldeisers van de nalatenschap op om hun vorderingen ter verificatie in te dienen. Ook bekende schuldeisers moeten worden aangeschreven.

Vervolgens beoordeelt de vereffenaar de ingediende vorderingen. Een vordering kan worden erkend of betwist. Kan de vereffenaar zich niet met een vordering of de ingeroepen voorrang verenigen, dan moet hij dat gemotiveerd aan de schuldeiser laten weten.

Na afloop van de indieningstermijn legt de vereffenaar een lijst van de erkende en betwiste vorderingen ter inzage. Uiteindelijk volgt – behoudens wettelijke uitzonderingen – de rekening en verantwoording met de uitdelingslijst. Daaruit blijkt welke schuldeisers welk bedrag ontvangen.

Belanghebbenden kunnen tegen die uitdelingslijst in verzet komen. Pas nadat de uitdelingslijst verbindend is geworden, gaat de vereffenaar over tot uitkering overeenkomstig die lijst.

Maar een betwiste vordering kan ondertussen onderwerp zijn van een aparte procedure. Artikel 4:223 lid 2 BW biedt een schuldeiser de mogelijkheid om de gegrondheid en omvang van zijn vordering in rechte te laten vaststellen. En dan ontstaat een lastig dilemma.

Een claim van bijna € 22 miljoen

In deze zaak had één van de twee erfgenamen zelf een vordering op de nalatenschap ingesteld van bijna € 22 miljoen. Over die vordering liep nog een procedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De vereffening liep ondertussen al geruime tijd. De erflater was bijna zeven jaar daarvoor overleden. De erkende schuldeisers konden volledig worden betaald en verschillende legatarissen – familieleden van erflater – wachtten al jarenlang op hun uitkering.

De schuldeiser met de betwiste claim wilde echter niet dat de vereffening al werd afgerond. Begrijpelijk vanuit zijn positie: als miljoenen uit de nalatenschap worden uitgekeerd en zijn vordering later alsnog wordt toegewezen, waar kan hij zijn geld dan nog halen? Daarbij was nog van belang dat zijn vordering in rang vóór de legaten kwam.

Hoofdregel: normaal gesproken wachten

De rechtbank overweegt expliciet dat in het algemeen wordt gewacht met het beëindigen van de vereffening en het uitkeren aan schuldeisers wanneer over een betwiste vordering een procedure ex artikel 4:223 lid 2 BW loopt. De beschikking geeft dus géén vrijbrief voor een professionele vereffenaar om een betwiste schuldeiser eenvoudig terzijde te schuiven.

Maar specifiek in deze nalatenschap zag de rechtbank voldoende redenen om van dat uitgangspunt af te wijken. Daarvoor sluit de rechtbank aan bij een arrest van de Hoge Raad uit 2017: met verdere afwikkeling hoeft niet noodzakelijk te worden gewacht, zolang met de belangen van schuldeisers voldoende rekening wordt gehouden.

Philip Vroegrijk, advocaat en vereffenaar: "Bij de vereffening van een nalatenschap moeten we constant belangen afwegen, ook als de keuze makkelijk lijkt."

Bel nu 076 513 6136

Waarom kon de vereffenaar hier toch verder?

Voor de rechtbank waren meerdere omstandigheden doorslaggevend. Alle erkende schuldeisers konden volledig worden voldaan. De vereffening duurde inmiddels jaren. Ook kon het hoger beroep over de miljoenenclaim nog geruime tijd voortduren, mede omdat verwijzing naar een schadestaatprocedure was gevraagd.

Maar vooral belangrijk was het verhaal dat voor de schuldeiser beschikbaar bleef ná de vereffening. De rechtbank wijst daarvoor op artikel 4:184 lid 3 en artikel 4:220 lid 3 BW. De schuldeiser kon zich, als zijn vordering uiteindelijk zou worden toegewezen, onder omstandigheden verhalen op hetgeen de andere erfgenaam en legatarissen uit de nalatenschap hadden ontvangen.

Ook de driejaarstermijn van artikel 4:220 lid 3 BW stond daaraan volgens de rechtbank niet in de weg. Zij verwijst daarvoor naar het arrest van de Hoge Raad van 14 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1687): het enkel binnen drie jaar nadat de legataris een uitkering op grond van de uitdelingslijst heeft ontvangen maken van een aanspraak is voldoende om aan deze vervaltermijn te ontkomen.

Vereffenen is dus ook belangen afwegen

De meest interessante passage vind ik uiteindelijk de belangenafweging. Aan de ene kant stond het belang van de schuldeiser bij zekerheid voor zijn betwiste miljoenenclaim. Aan de andere kant stonden de belangen van de erkende schuldeisers en legatarissen, die al jaren wachtten, én het belang om niet zonder noodzaak verdere vereffeningskosten te maken.

De rechtbank liet die laatste belangen prevaleren. Het verzet werd ongegrond verklaard. Daarbij speelde ook mee dat de rechtbank de aangepaste uitdelingslijst zorgvuldig tot stand gekomen vond: partijen waren uitvoerig gehoord en de vereffenaar had de lijst gedurende de procedure aangepast.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor mij laat deze uitspraak vooral zien dat het werk van een door de rechtbank benoemde vereffenaar méér is dan het administratief afwerken van een stappenplan.

Bij complexe nalatenschappen moet de vereffenaar juridische posities beoordelen, procesrisico’s inschatten, verhaalsmogelijkheden onderzoeken en voortdurend de belangen van verschillende schuldeisers en andere betrokkenen tegen elkaar afwegen.

Een betwiste vordering betekent niet automatisch dat een nalatenschap jarenlang op slot moet blijven.

Maar doorgaan terwijl daarover nog wordt geprocedeerd vraagt wél om een zorgvuldig onderbouwde beslissing waarbij de verhaalspositie van de betwiste schuldeiser daadwerkelijk is gewaarborgd.

Afsluitend

Ik treed als advocaat erfrecht op in complexe nalatenschappen en ben beschikbaar voor benoeming door de rechtbank tot vereffenaar. Bent u advocaat, notaris of andere erfrechtprofessional en zoekt u in een dossier een onafhankelijke professionele vereffenaar die zowel de civielrechtelijke als de procesrechtelijke aspecten kan overzien? Neem dan gerust contact met mij op.