115 jaar ervaring in de advocatuur

In dit artikel gaan we nader in op de “andere wettelijke rechten” in het erfrecht conform Boek 4 Titel 3 Afdeling 2 die uiterst relevant zijn voor partners. Er zijn verschillende soorten rechten waar dan ook weer verschillende soorten termijnen voor gelden. Mocht u vragen hebben over een van deze wettelijke rechten, neem dan gelijk contact op, omdat bij deze wettelijke rechten een verval- en verjaringstermijn zo voorbij is. In dit artikel zal specifiek worden ingegaan op het recht van voortgezet gebruik van de woning.

Bewoningsrecht partner

Als een persoon overlijdt, mag de achterblijvende echtgenoot nog zes maanden in de gezamenlijke woning blijven wonen. Dit geldt wanneer de woning van de overledene was, tot hun gezamenlijke vermogen behoorde of door de overledene werd gebruikt zonder dat er sprake was van huur. De echtgenoot mag de woning in die periode blijven gebruiken onder dezelfde voorwaarden als vóór het overlijden, aldus artikel 4:28 lid 1 BW. Indien u niet getrouwd was of geen geregistreerd partner met erflater had, dan geldt lid 2 van dit artikel, waarin wordt beschreven dat iedereen die met de erflater een duurzame gemeenschappelijke huishouding had, ook gebruik mag maken van de woning en de inboedel gedurende zes maanden na het overlijden. Dit recht is automatisch en hoeft niet te worden ingeroepen of te worden gevestigd. Nadat de termijn van zes maanden na overlijden is afgelopen, vervalt het bewoningsrecht. De wetgever heeft in dit geval de mogelijkheid gegeven om een ander recht te vestigen.

Vruchtgebruik woning

Zodra de zes maanden voorbij zijn, dan moet er een andere oplossing worden gevonden voor partners die niet als enige de eigenaar waren van de woning waarin zij verbleef met de erflater. De wet geeft de mogelijkheid voor een echtgenoot van de erflater om een vruchtgebruik te vestigen op de woning, indien zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. Volgens artikel 4:29 lid 1 BW zijn de erfgenamen verplicht tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op de woning en inboedel ten behoefte van de echtgenoot, voor zover de echtgenoot dit van hen verlangt. Dit is met name van belang in het geval de echtgenoot niet of niet enig rechthebbende van de woning en de inboedel.

Let op! Op grond van artikel 4:31 lid 2 BW moet de echtgenoot kenbaar maken gebruik te willen maken van de vestiging van het vruchtgebruik binnen zes maanden na overlijden van erflater.

Conclusie

Een echtgenoot met wie erflater een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde heeft dus op grond van de wet recht op het bewonen van de woning voor ten minste zes maanden na overlijden van erflater. Dit bewoningsrecht kan worden voortgezet door binnen zes maanden na overlijden aanspraak te maken op het vruchtgebruik op de woning en de inboedel.

Vragen over hoe je het vruchtgebruik kan vestigen op de woning? Neem vrijblijvend contact met ons op. Onze erfrechtadvocaten staan voor u klaar.

 

Stijn Goossens, erfrechtadvocaat: "partners komen ruime bewoningsrechten toe, maar dan moet er wel tijdig beroep op worden gedaan."

Bel nu 076 - 5 136 198