Mischa Mackaaij

“De juridische praktijk is vaak complex. Maar de essentie is simpel: je wilt een rechtvaardige oplossing waarmee de belangen van de cliënt het beste gediend zijn.”

Mischa Mackaaij

Mijn werkterrein

Enerzijds adviseer ik cliënten in het onderwijs, van basisschool tot universiteit, bij de steeds complexere vraagstukken die zich in deze branche voordoen. Daarnaast heb ik me de afgelopen jaren gespecialiseerd in het contractenrecht: het opstellen van waterdichte overeenkomsten en het procederen bij geschillen.

Rust op lastige momenten

Als advocaat ben je een groot deel van je tijd bezig met het voeren van lastige gesprekken. Met de wederpartij, in de rechtbank, soms ook met cliënten. Mijn persoonlijke kracht is dat ik in dat soort situaties rust uitstraal. Dat helpt om het overzicht te bewaren en vergroot de kans op een optimaal resultaat.

De kracht van een integrale blik

Zeker voor het onderwijsrecht geldt dat je voor het beste resultaat elkaar als collega-advocaten nodig hebt. De kracht van ons brancheteam Onderwijs is dat we elke vraag integraal kunnen benaderen, vanuit alle rechtsgebieden die het onderwijs raken. Bij Rassers loopt dat uiterst soepel: er is een dynamische teamspirit, doordat we samen hard werken én samen plezierige dingen doen.

Opleidingen
  • SBB Beroepsopleiding Bedrijfsjurist, 2011/2012
  • Nederlands recht, Tilburg University, accent Privaatrecht, 2007
Lidmaatschappen
  • Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht (NVOR)
  • Vereniging van Advocaten en Rechtsbijstandsverleners in het Onderwijs (VARO)
  • Vereniging voor Distributie-, Franchise- en Agentuurrecht (DFA)

Mischa Mackaaij heeft in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten het volgende rechtsgebied geregistreerd:

  • Verbintenissenrecht

Deze registratie verplicht haar elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op dit geregistreerd rechtsgebied.

Gepubliceerde artikelen

Om onze klanten up-to-date te houden posten wij graag nieuws over de laatste ontwikkelingen van ons werk en het bedrijf.

18 mrt. 2020

Onderwijsrecht Geen eindtoets voor groep 8 vanwege Corona.

Dat ook het onderwijs wordt getroffen door het Corona-virus zal niemand zijn ontgaan. Vandaag is besloten dat groep 8 het dit jaar moet doen zonder eindtoets (voormalig Cito-toets). Het schooladvies dat de basisschoolleerlingen eerder dit jaar van hun leraren kregen, bepaalt nu naar welke middelbare school de leerlingen gaan. Dat was in principe al leidend, tenzij door een leerling of zijn / haar ouder(s) om heroverweging werd gevraagd naar aanleiding van een beter resultaat van de eindtoets. In afwijking van de wet, dit jaar dus geen heroverweging naar aanleiding van een beter resultaat voor de eindtoets. Heeft u hierover of over andere aspecten van het onderwijsrecht vragen? Dan kunt u contact opnemen met Mischa Mackaaij, e-mail mackaaij@rassers.nl , telefoonnummer 076-5 136 133.

23 jan. 2020

Algemene voorwaarden: battle of forms

Bij het opstellen van algemene voorwaarden, stellen cliënten dikwijls de vraag: “Wat nu als de andere partij háár algemene voorwaarden van toepassing verklaart? Hoe komen wij daar dan onder uit?” Dit komt bijvoorbeeld voor wanneer de partij waarmee u zaken doet / gaat doen, uw offerte bevestigt met een e-mail waarin onderaan naar de eigen voorwaarden wordt verwezen (door bijvoorbeeld ook een verwijzingszin met een hyperlink) of dat de andere partij uw algemene voorwaarden niet accepteert. We noemen deze problematiek “de battle of forms”. Indien hier sprake van is, biedt artikel 6:225 lid 3 BW voor het Nederlandse recht uitkomst: de algemene voorwaarden waar het eerst naar is verwezen zijn van toepassing, tenzij toepasselijkheid van deze voorwaarden uitdrukkelijk wordt afgewezen in de aanvaarding van de overeenkomst. Hiervoor wordt de term “first shot rule” gebruikt. Kort gezegd: het is dus zaak altijd de eerste partij te zijn die haar algemene voorwaarden van toepassing verklaart. En indien de wederpartij naar eigen algemene voorwaarden verwijst, deze expliciet van de hand te wijzen. Indien de andere partij toch ‘wint’, dan kunt u altijd proberen te onderhandelen en de meest ongunstige bepalingen proberen te schrappen of wijzigen. Van de algemene voorwaarden afwijkende bepalingen dient u dan in de offerte / overeenkomst op te nemen. Een praktisch voorbeeld Een aantal weken geleden heeft de rechtbank Rotterdam (Rechtbank Rotterdam , 27 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9364) uitspraak gedaan in een zaak waarin een aanbesteder (hierna: “Aanbesteder”) in de uitnodiging tot het doen van een aanbod (het verzoek om een offerte) naar haar eigen algemene voorwaarden verwees. Een aannemer (hierna: “Aannemer”) die hier op in ging, verstrekte een offerte en verklaarde daarbij de Metaalunievoorwaarden van toepassing. Partijen verwijzen dus naar verschillende sets algemene voorwaarden, waardoor hier sprake is van ‘de battle of forms’. De uitnodiging van Aanbesteder aan Aannemer van het doen van een aanbod is hier het ‘first shot’. Aanbesteder heeft als eerste haar algemene voorwaarden van toepassing verklaard. In haar offerte heeft Aannemer vervolgens weliswaar de Metaalunievoorwaarden van toepassing verklaard, echter de door Aanbesteder toepasselijk verklaarde voorwaarden zijn niet uitdrukkelijk verworpen. Ook het feit dat partijen al langer zaken met elkaar deden waarbij voorheen de algemene voorwaarden van Aannemer van toepassing waren, doet hieraan niet af. De rechtbank concludeert dat het voorgaande betekent dat de algemene voorwaarden van Aanbesteder toepasselijk zijn en de Metaalunievoorwaarden en de standaardvoorwaarden van Aannemer niet. Het enkel overrulen van de ‘first shot’ door verwijzing naar uw eigen algemene voorwaarden, betekent dus niet dat u daarmee de eerst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden van de hand wijst. Daar is écht het uitdrukkelijk van de hand wijzen voor nodig. Tot slot Heeft u vragen over bovenstaande materie of over andere aspecten van het contractenrecht? Dan kunt u contact opnemen met Mischa Mackaaij, e-mail mackaaij@rassers.nl , telefoonnummer 076-5 136 133.

7 jan. 2020

Schadevergoeding voor student na negatief bindend studieadvies

Afgelopen najaar is een interessante uitspraak gepubliceerd van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam over het recht op schadevergoeding voor een student na een onterecht verkregen negatief bindend studieadvies (“bsa”) [zie Rechtbank Amsterdam, 19 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5247]. Een van de weinige uitspraken over deze materie! Negatief bindend studieadvies De student in kwestie studeerde aan de Hogeschool van Amsterdam (“HvA”) en kreeg in zijn tweede collegejaar een negatief bindend studieadvies. Hiertegen heeft de student geprocedeerd. Tijdens de hoger beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (“CBHO”) heeft de HvA verklaard dat zij het negatief bindend studieadvies heeft ingetrokken. Desondanks liep de student wel een studievertraging op van één jaar. En daarmee ook een vertraging voor de toetreding tot de arbeidsmarkt en dus één jaar inkomsten uit arbeid. Volgens de student dient de HvA deze schade te vergoeden, en wel overeenkomstig de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Beoordeling kantonrechter Niet in geschil is dat de HvA met het geven van een negatief bsa onrechtmatig jegens de student heeft gehandeld. De HvA is dan ook gehouden de schade die de student heeft geleden als gevolg van dit onrechtmatige handelen, aan de student te vergoeden. Ter beoordeling stond daarom onder meer wat de omvang was van de door de student geleden schade. In dit verband stelt de HvA dat de student zijn schade had kunnen beperken door het door de HvA voorgelegde studieplan te volgen. De student had hiermee een half jaar kunnen “inlopen”, maar heeft hiervan afgezien. De kantonrechter deelt dit standpunt van de HvA is daarom van oordeel dat de schade als gevolg van de studievertraging voor de helft (dus voor een half jaar) voor rekening van student dient te blijven. De HvA brengt ook nog in dat student gedurende het jaar dat hij zijn opleiding niet kon volgen, heeft gewerkt als nachtreceptionist en daarmee inkomsten heeft vergaard. De kantonrechter vindt het (kort gezegd) niet redelijk dat deze inkomsten van student volledige moeten worden verrekend met de HvA en zal de verkregen inkomsten daarom slechts voor een deel met de geleden schade verrekenen. Bij gebrek aan andere reële aanknopingspunten oordeelt de kantonrechter tot slot dat -onder verwijzing naar artikel 6:97 BW- inderdaad aansluiting kan worden gezocht bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Deze Richtlijn gaat uit van een normbedrag van EUR 19.800,-- per jaar studievertraging op HBO-niveau. Hoogte schadevergoeding In onderhavige zaak is het normbedrag van de Richtlijn gehalveerd en daar is vervolgens nog een redelijk bedrag aan inkomsten van afgetrokken. De HvA is uiteindelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 6.900,-- aan schadevergoeding aan de student, ten gevolge van het onterechte verkregen negatief bsa. Tot slot Heeft u vragen over bovenstaande materie of over andere aspecten van het onderwijsrecht? Dan kunt u contact opnemen met Mischa Mackaaij, e-mail mackaaij@rassers.nl , telefoonnummer 076-5 136 133.

12 dec. 2019

Wangedrag ouders: mag een school om die reden een leerling verwijderen?

Om maar meteen met de hoofdregel te beginnen: ja, dat mag. Maar, tot verwijdering van een leerling wegens het gedrag van ouders kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden overgegaan. Namelijk, indien de feiten op grond waarvan de verwijdering plaatsvindt, zó ernstig zijn dat zij een verwijdering rechtvaardigen en er in redelijkheid geen alternatieve oplossing meer mogelijk is. Alle betrokken belangen en relevante omstandigheden dienen hierbij te worden meegewogen. Aanleiding voor deze blog is een uitspraak van de Geschillencommissie passend onderwijs (hierna: “de Geschillencommissie”) van 26 juli 2019 (publicatienummer 108814). In deze zaak heeft de VO-school een van haar leerlingen verwijderd met als reden ‘vertrouwensbreuk met ouders’. Ouders zijn het hier niet mee eens en hebben zich daarom tot de Geschillencommissie gewend. Wat speelde er? Op school was sprake van een pestproblematiek bij een leerling. De ouders van deze leerling maakten zich hier zorgen om en stuurden de school hierover een reeks e-mailberichten in beschuldigende bewoording. De school voelde zich hierdoor beperkt in haar pedagogisch handelen. Nadat diverse gesprekken hebben plaatsgevonden tussen ouders en school, spreken ouders en school een ‘time-out’ af voor wat betreft de e-mailberichten van ouders aan school. Een dag na deze afspraak sturen ouders alweer een e-mail aan school. De school zoekt vervolgens een nieuwe school voor de leerling. Deze nieuwe school is bereid de leerling toe te laten. Om dit te bespreken worden ouders uitgenodigd voor een gesprek. Deze afspraak wordt twee keer door ouders afgezegd. Omdat school vindt dat er een onwerkbare situatie is ontstaan (de uitingen van ouders hadden een intimiderend effect op haar medewerkers) en de ouders gesprekken over een nieuwe school uit de weg bleven gaan, besloot de school tot verwijdering van de leerling, met als reden: “vertrouwensbreuk met ouders”. Ook het samenwerkingsverband stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een vertrouwensbreuk tussen ouders en school en een overstap naar een nieuwe school het beste zou zijn voor de leerling. Wat vindt de Geschillencommissie hiervan? De Geschillencommissie vindt de maatregel van school té vergaand. De school had ouders duidelijker kenbaar kunnen maken welke impact het gedrag van ouders had op het team op school. Hoewel de school zeker inspanningen heeft geleverd om te komen tot een werkbare situatie, is voor ouders onvoldoende duidelijk geweest welke consequenties hun onveranderde gedrag zou hebben. De school had ouders een expliciete, schriftelijke waarschuwing dienen te geven dat als ouders hun gedragingen niet zouden staken, zij zich genoodzaakt zou zien om desnoods een procedure te starten tot verwijdering van de leerling van school. Het verwijderingsbesluit is nu onvoorzien geweest. De Geschillencommissie oordeelt het verzoek van ouders gegrond en adviseert school om de leerling weer toe te laten. Heeft u vragen over bovenstaande materie of over andere aspecten van het onderwijsrecht? Dan kunt u contact opnemen met Mischa Mackaaij, e-mail mackaaij@rassers.nl , telefoonnummer 076-5 136 133.

2 mei 2019

Geschil over verwijdering leerling met syndroom van Down van regulier basisonderwijs.

Op 8 april 2019 heeft de Geschillencommissie Passend Onderwijs (“GPO”) zich uitgesproken over de verwijdering van een leerling met het syndroom van Down van groep 1-2 van het reguliere basisonderwijs.

8 aug. 2018

Nieuw voor mbo-instellingen: het samenwerkingscollege en het alleenrecht

Vanaf 1 augustus 2018[1] kunnen twee of meer mbo-instellingen een samenwerkingscollege vormen, waarin zij gezamenlijk één of meer beroepsopleidingen of opleidingen vavo (voortgezet algemeen volwassenonderwijs) verzorgen.[2]

23 apr. 2018

Kabinet schrapt fusietoets voor primair en voortgezet onderwijs

Afgelopen vrijdag is op de website van de Rijksoverheid gepubliceerd dat de fusietoets voor basis- en middelbare scholen wordt afgeschaft. Daarmee wordt het voor deze scholen makkelijker om te gaan fuseren, omdat er dan geen toestemming van de Minister van OC&W meer vereist is. Wel moeten de betrokken medezeggenschapsraden instemmen met de voorgenomen fusie en moet er een rapport worden opgesteld waarin de keuze voor de fusie wordt onderbouwd.