Lieke Prinsen

“Cliënten zo goed mogelijk bijstaan met mijn juridische expertise”

Lieke Prinsen

Mijn werkterrein

In mijn specialisatie bestuursrecht wil ik voor onze cliënten het verschil maken. Ik wil ze ondersteunen op een manier waar zij echt iets aan hebben. Daar haal ik energie uit.

Doorgaan tot de winst binnen is

Voetbal is mijn grote hobby. Ik sta in de verdediging en mijn drive is om ‘de nul’ te houden. Tegenstanders geen kans geven om ergens een punt te pakken. Voor mijn cliënten ga ik op dezelfde manier aan de slag. Ik blijf strijden tot het eind, tot de winst binnen is.

Opleidingen

Master Rechtsgeleerdheid, Tilburg University, 2019

Gepubliceerde artikelen

Om onze klanten up-to-date te houden posten wij graag nieuws over de laatste ontwikkelingen van ons werk en het bedrijf.

4 dec. 2019

De perikelen rondom het Cornelius Haga Lyceum

Het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam is het afgelopen jaar regelmatig in het nieuws geweest. Zo kopte de NOS op 8 maart van dit jaar: ‘’Kabinet dreigt islamitische school met sluiting, Rutte raadt school af’’ en op 11 juli van dit jaar: ‘’Slob: geldkraan dicht als bestuur Haga Lyceum niet opstapt.’’ In deze blog wordt bekeken wat er nu allemaal speelt rondom deze school en wat de juridische consequenties hiervan zijn. Kan de overheid inderdaad besluiten een middelbare school geen bekostiging meer toe te kennen? Voordat het Cornelius Haga Lyceum nader wordt bekeken is het goed om eerst het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs duidelijk te hebben. Bijzonder onderwijs betreft scholen die les geven op basis van een bepaalde richting. Deze richting kan een godsdienst, levensovertuiging of visie op het onderwijs zijn. Openbare scholen zijn niet gebaseerd op een bepaalde richting en de overheid moet ervoor zorgen dat er voldoende openbare scholen in een gemeente zijn. Wat houdt het recht op onderwijsbekostiging in? In artikel 23 lid 7 Grondwet staat opgenomen dat: ‘’Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.’’ Dit artikel garandeert dus een gelijke overheidsbekostiging van het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs dat aan bij de wet te stellen voorwaarden voldoet. Hoewel lid 7 geen beperkingen stelt aan de inhoud van de bekostigingsvoorwaarden, is aan te nemen dat deze voorwaarden ook de vrijheid van richting en oprichting in acht moeten nemen. Bekostiging is dus een grondwettelijk recht en de voorschriften zijn bij wet geregeld. Wat voor school is het Cornelius Haga Lyceum? Het Cornelius Haga Lyceum is een bijzondere school voor voortgezet onderwijs op Islamitische grondslag. De Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland (hierna te noemen: SIO) vormt het bevoegd gezag van deze school. Omdat het een bijzondere school voor voortgezet onderwijs betreft, is de Wet op het voorgezet onderwijs van toepassing (hierna te noemen: Wvo). In de Wvo zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de onderwijsbekostiging. Een van de wettelijke voorschriften omtrent de bekostiging is neergelegd in artikel 104 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Hieruit volgt dat de minister de bekostiging geheel of gedeeltelijk kan inhouden dan wel opschorten wanneer het bevoegd gezag van een school in strijd handelt met de Wet op het voortgezet onderwijs. De Onderwijsinspectie heeft een rapport uitgebracht over deze school waaruit, volgens de minister, de volgende misstanden zouden blijken: Er zou sprake zijn van ernstige nalatigheid om maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en goede voortgang van het onderwijs aan de school; Er zou sprake zijn van ongerechtvaardigde verrijking van de rechtspersoon die de school in stand houdt; Er zou sprake zijn van financieel wanbeleid. De minister stelt zich, onder geleiding van het rapport van de Onderwijsinspectie, op het standpunt dat er sprake is van wanbeheer bij het Cornelius Haga Lyceum. Om deze reden heeft de minister SIO een aanwijzing in de zin van artikel 103g lid 1 Wvo gegeven. Deze aanwijzing hield in dat het bestuur van de school binnen vier weken na dagtekening van de aanwijzing al zijn taken en bevoegdheden moest overdragen aan een interim-bestuur. (Over de rechtmatigheid van deze aanwijzing gaat de rechtbank van Amsterdam zich nog buigen.) Het Cornelius Haga Lyceum heeft de aanwijzing niet opgevolgd. Daarop besloot de minister op 15 oktober jl. de bekostiging van de onderhavige school per 1 december van 2019 te beëindigen. De minister is direct overgegaan tot volledige inhouding van de bekostiging, omdat hij het niet-naleven van de aanwijzing als zeer ernstig beschouwt, maar mocht hij dit zomaar doen? SIO heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Mocht de minister de bekostiging van deze school stop zetten? Op 22 november jl. heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopig oordeel gegeven in deze zaak (ECLI:NL:RVS:2019:3949). In r.o. 7.4 van de uitspraak overweegt de Afdeling dat bij het stopzetten van de bekostiging van het Cornelius Haga Lyceum de minister zich niet aan zijn eigen beleidsregels heeft gehouden. Het besluit tot inhouding van de bekostiging is in strijd met de Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen (https://wetten.overheid.nl/BWBR0031665/2013-08-01). Uit deze beleidsregel vloeit namelijk voort dat alleen tot volledige inhouding van de bekostiging kan worden overgegaan als aan de volgende vereisten is voldaan: De bekostiging moet eerst voor 15% zijn opgeschort; daarna, na drie maanden, moet de bekostiging voor 15% zijn ingehouden; en daarna, na weer drie maanden, moet de bekostiging voor 30% zijn ingehouden; en als het bestuur dan nog altijd niet aan de wettelijke voorschriften voldoet. In het onderhavige geval heeft de minister dus geen toepassing gegeven aan de door hemzelf geformuleerde beleidsregels. Op de zitting heeft de minister gemotiveerd dat hij van deze beleidsregel is afgeweken omdat de beleidsregels alleen zou toezien op het niet-naleven van wettelijke voorschriften en het hier gaat om het niet-naleven van een aanwijzing. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee en schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de minister. Volgens de voorzieningenrechter mocht de minister de bekostiging van deze school dus niet zomaar stopzetten. De minister wordt hier aardig terug gefloten, maar of het oordeel ook stand houdt in de bodemprocedure moet nog af worden gewacht. Indien u nader geïnformeerd wilt worden over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met Lieke Prinsen, per e-mail (prinsen@rassers.nl) of telefonisch op nummer 076-5 136 121.

24 okt. 2019

Let op: Een e-mail kan ook een besluit zijn waartegen bezwaar en beroep open staat!

Stel dat u via een e-mail te horen krijgt dat de door uw zorgvuldig voorbereide demonstratie geen doorgang kan vinden omdat de burgemeester geen toestemming geeft. De beslissing wordt gekenmerkt als een besluit in de zin van de Awb. Wanneer u geen bezwaar heeft ingesteld zal dit besluit formele rechtskracht krijgen en staan er voor u geen rechtsmiddelen meer open. Maar hoe kunt u nu weten of een dergelijke e-mail een besluit in de zin van de Awb inhoudt? Naar aanleiding van een dergelijke casus heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich op 9 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:33820) uitgelaten over de vraag of een e-mail kan worden gekwalificeerd als een besluit ex. artikel 1:3 van de Awb. Met deze uitspraak sluit zij aan bij een uitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:99) waarin reeds werd overwogen dat een e-mail een besluit kan inhouden. Hier werd aangesloten bij de opvatting dat een beslissing een rechtsgevolg heeft indien zij er op is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel een juridische status van een persoon of zaak vast te stellen. In dat opzicht kan een e-mail ook als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb worden gekwalificeerd. Daarbij is de inhoud en de wijze waarop de e-mail is geformuleerd van belang. Wanneer blijkt nu uit de inhoud en de wijze waarop de e-mail is geformuleerd of er sprake is van een besluit? De Afdeling geeft aan dat de redactie van de e-mail van doorslaggevende betekenis kan zijn. In dit geval was de e-mail bedoeld als reactie op de kennisgeving van een demonstratie. De reactie hield concreet en ondubbelzinnig een melding in dat de aangevraagde demonstratie op de gewenste wijze geen doorgang kon vinden. De mededeling kon niet anders worden begrepen. Dat in de reactie ook alternatieve mogelijkheden worden gegeven voor de demonstratie doet daar niets aan af. Een belangrijk verschil met de uitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:99) is dat destijds de e-mail wel is verstuurd door een beslissingsbevoegde, de secretaris. In dit geval is de e-mail door een medewerker van de politie gestuurd. Dit is niet in overeenstemming met het beleid dat de burgemeester besluiten over demonstraties schriftelijk en door haarzelf ondertekend kenbaar moet maken. Maar, zo beslist de Afdeling, dat betekent niet dat de e-mail daarom geen besluit kan zijn. De betreffende e-mail is namelijk op verzoek van de burgemeester namens haar verzonden. In de mail wordt ook namens de burgemeester meegedeeld dat de demonstratie op de gewenste wijze geen doorgang kan vinden. Dat de strekking van de e-mail niet overeenkomt met hetgeen de burgemeester verzocht heeft, komt voor haar risico, nu zij de e-mail namens haar door de politiemedewerker heeft laten versturen. Nu de Afdeling tot het oordeel is gekomen dat ook in een dergelijk geval sprake kan zijn van een Awb-besluit, wordt het besluitbegrip nog verder opgerekt. Dit kan het verstrekkende gevolg hebben dat iemand, zonder het goed te weten, met een besluit wordt geconfronteerd. Wanneer er vervolgens geen rechtsmiddelen zijn aangewend, krijgt dit besluit formele rechtskracht. Let dus goed op wanneer u als private partij een e-mail ontvangt of stuurt met daarin een mededeling van de burgemeester verwerkt. Afhankelijk van de vorm en inhoud kan het een besluit in de zin art. 1:3 Awb inhouden met alle gevolgen van dien. Indien u nader geïnformeerd wilt worden over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met Lieke Prinsen, per e-mail prinsen@rassers.nl of telefonisch op nummer 076-5 136 121, dan wel met de andere advocaten van de sectie Bouw en Overheid.