Charlotte Pennings

“Het beste resultaat behaal je door je te verplaatsen in je cliënt.”

Charlotte Pennings

Mijn werkterrein

Mijn expertise ligt op het gebied van commerciële contracten. Of het nu gaat om koop-, distributie-, franchise-, agentuur- of duurovereenkomsten, ik ontzorg de cliënt door contracten en algemene voorwaarden op te stellen. En mocht het komen tot een conflict dan haal ik in een procedure of onderhandeling voor hen het onderste uit de kan.

Resultaat

Wat het beste resultaat is, is niet eenduidig in dit vak. Geen enkele zaak is hetzelfde. Het beste resultaat behaal je door je te verplaatsen in de cliënt. De ene cliënt is gebaat bij een waterdicht contract, terwijl de ander zoekt naar een concrete oplossing voor een langslepend conflict. Dat moet je haarfijn aanvoelen.

Vloeiend verhaal

Ik ben in mijn vrije tijd een ballet liefhebber. Het fijne van dans is de controle die je hebt over je bewegingen. Je bent continu bezig met de volgende stap om zo te komen tot een vloeiend verhaal. Dat is in de advocatuur niet anders.

 
Opleidingen
  • Grotius Nationaal en Internationaal contracteren
  • Nederlands recht, Nijmegen, 2008

Charlotte heeft in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten de volgende rechtsgebieden geregistreerd:

  • Ondernemingsrecht
  • Verbintenissenrecht

Deze registratie verplicht haar elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd rechtsgebied.

Gepubliceerde artikelen

Om onze klanten up-to-date te houden posten wij graag nieuws over de laatste ontwikkelingen van ons werk en het bedrijf.

15 dec. 2022

Zijn uw Franchisecontracten in overeenstemming met de Wet Franchise?

Op 1 januari 2021 is de Wet Franchise in werking getreden. Deze wet geldt is van toepassing op alle franchiseovereenkomsten met een Nederlandse franchisenemer en bevat regels aangaande de franchiseovereenkomst waarvan niet ten nadele van de franchisenemer mag worden afgeweken. De Wet Franchise bevat een overgangsregeling voor de op dat moment geldende franchiseovereenkomsten van 2 jaar. Franchiseovereenkomsten die zijn afgesloten voor 1 januari 2021 moeten dus vanaf 1 januari 2023 ook voldoen aan de nieuwe regels zoals neergelegd in artikel 7:920 en 7:921 BW. Waar moet u op letten? 1. Het non-concurrentiebeding Een non-concurrentiebeding is alleen geldig als het schriftelijk is overeengekomen. Het beding mag niet langer voortduren dan één jaar na het einde van de franchiseovereenkomst en het beding mag alleen zien op het soort goederen of diensten die ook door de formule worden aangeboden. Ook moet het beding geografisch beperkt blijven tot het gebied waarbinnen de franchisenemer actief is. Ten slotte moet het beding onmisbaar zijn om de knowhow van de franchisegever te beschermen. 2. Wijzigen van de formule De franchiseovereenkomst moet een bepaling bevatten over de mogelijkheid om de formule te wijzigen gedurende de looptijd van de overeenkomst wanneer deze wijzigingen financiële gevolgen hebben voor de franchisenemer. De franchisegever heeft namelijk de voorafgaande instemming van de franchisenemer nodig bij wijziging van de franchiseovereenkomst wanneer deze plannen bepaalde in de wet omschreven financiële gevolgen hebben voor de franchisenemer. Partijen kunnen daarbij in de franchiseovereenkomst bepalen dat instemming niet nodig is wanneer de financiële gevolgen beperkt blijven tot een bepaald bedrag. 3. Goodwill Partijen zijn verplicht om in de franchiseovereenkomst een bepaling over goodwill op te nemen. Daarin moeten partijen opnemen dat de franchisenemer in aanmerking komt voor vergoeding van goodwill, voor zover deze goodwill in redelijkheid aan de franchisenemer valt toe te reken, en op welke wijze de goodwill zal worden berekend. Heeft u in lopende franchiseovereenkomst nog een oud beding staan? Na 1 januari 2023 is dat beding niet langer geldig en kan het dus zijn dat een franchisenemer niet langer gebonden is aan een (oud) non-concurrentiebeding. Het is dan ook van groot belang om uw bestaande overeenkomsten up to date te maken. Hulp nodig bij het updaten van uw bestaande franchisecontracten of het opstellen van een nieuwe franchiseovereenkomst? Neem gerust met mij contact op: pennings@rassers.nl

1 dec. 2022

Algemene voorwaarden niet ter hand gesteld maar toch van toepassing?

Recent heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag of de door een gebruiker gehanteerde algemene voorwaarden toch van toepassing zijn ook al zijn deze voorwaarden niet aan de wederpartij ter hand gesteld. Wat was hier aan de hand? Het geschil ging over twee contracten uit 2014 waarop de CNDG (Conditiën van de Nederlandse Handel in Granen en Diervoedergrondstoffen) van toepassing waren verklaard. In deze voorwaarden is een arbitraal beding opgenomen. Tussen partijen is een conflict ontstaan waarna de koper een gerechtelijke procedure is gestart. De verkoper, zijnde de gebruiker van de algemene voorwaarden, heeft in die procedure een beroep gedaan op het arbitraal beding en gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd zou verklaren. De koper heeft daarna de vernietiging van dit beding ingeroepen omdat de algemene voorwaarden niet op de juiste wijze ter hand zouden zijn gesteld. Wat zijn de regels? Als gebruiker van algemene voorwaarden dien je op de volgende twee zaken te letten: Allereest moeten de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing te zijn verklaard. Daarnaast moet je de wederpartij voor of uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst in de gelegenheid stellen om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Wanneer je dit niet doet kan de wederpartij de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden vernietigen. De hoofdregel is daarbij dat de algemene voorwaarden aan de wederpartij ter hand gesteld moeten worden, bijvoorbeeld als bijlage bij de overeenkomst. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij de algemene voorwaarden niet ter hand gesteld hoeven te worden of waarbij een wederpartij geen beroep kan doen op de vernietiging van de algemene voorwaarden. Dit is het geval wanneer terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk is, wanneer er sprake is van professionele partijen die regelmatig met elkaar zakendoen (de zogenaamde bestendige handelsrelatie), of wanneer beide partijen gebruik maken van dezelfde (branche)voorwaarden. Is de gebruiker een dienstverlener dan bepaalt de wet dat verwijzing naar de vindplaats van de algemene voorwaarden op een website of het ter inzage leggen van de voorwaarden op de plaats waar de dienst wordt verricht ook voldoende is. Grote, professionele partijen kunnen overigens geen beroep doen op vernietiging van de algemene voorwaarden wegens het niet ter hand stellen. Het oordeel van de rechter Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep vastgesteld dat de CNGD weliswaar op de overeenkomsten van toepassing waren verklaard maar dat deze niet aan de koper ter hand zijn gesteld en haar ook anderszins niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden van de algemene voorwaarden kennis te nemen, een en ander als bedoeld in art. 6:234 lid 1 BW. Het Hof oordeelde echter dat de koper, in de hoedanigheid van de directeur, op het moment van het sluiten van de overeenkomsten bekend was, althans bekend mocht worden geacht, met de inhoud van de CNGD omdat hij in 2012/2013 een cursus had gevolgd waarin de inhoud van de CNGD uitgebreid behandeld was. Volgens het Hof kon de kennis van de directeur dan ook aan de koper worden toegerekend. Omdat deze koper ermee bekend was dat de CNGD van toepassing waren verklaard en de koper ook over deze voorwaarden beschikte (deze zaten bij het studiemateriaal van de cursus) kon de koper het arbitraal beding niet succesvol vernietigen. De Hoge Raad heeft in het arrest ECLI:NL:HR:2022:1599 dit oordeel bevestigd en aangegeven dat een wederpartij de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet kan vernietigen wanneer hij op het moment van het sluiten van de overeenkomst bekend was, of bekend kon worden geacht met de inhoud van de algemene voorwaarden. Dit wordt door de Hoge Raad de bekendheidsuitzondering genoemd. Deze uitzondering houdt in dat wanneer de wederpartij bekend is of geacht kan worden bekend te zijn met de algemene voorwaarden van de gebruiker of een daarin voorkomend beding, recht wordt gedaan aan de strekking van art. 6:234 BW. Dit wordt volgens de Hoge Raad niet anders wanneer de bekendheid van de wederpartij met de algemene voorwaarden of een daarin voorkomend beding, niet door toedoen van de gebruiker maar op andere wijze is ontstaan, zoals in dit geval via een door de directeur gevolgde cursus.