Onze updates -

Nieuws

  • 92 resultaten
  • Reset filters
18 feb. 2020

De waarschuwingsplicht voor aannemers

Op 21 januari jl. heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) een arrest gewezen waarin de waarschuwingsplicht voor aannemers centraal staat (ECLI:NL:GHARL:2020:550). Op grond van artikel 7:754 BW dient een aannemer een opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht en in geval van gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever alsmede fouten of gebreken in door de opdrachtgever verstrekte plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken of uitvoeringsvoorschriften.

6 feb. 2020

Bestuurder aansprakelijk voor achterstallig loon

Onder omstandigheden kan een bestuurder aansprakelijk zijn als zijn onderneming (BV of NV) vorderingen onbetaald laat. Dan moet de bestuurder wel persoonlijk een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Een voorbeeld daarvan is indien de bestuurder bewust een toestand in het leven roept die betaling van die verplichting verhindert, zoals het leeghalen van een vennootschap en selectieve (wan)betaling. Als een bestuurder op het moment dat hij een handeling doet ernstig rekening moet houden met de mogelijkheid dat de vennootschap die onbetaalde vordering moet betalen; kan hij daarvoor aansprakelijk zijn. Daarvan was volgens de rechtbank Amsterdam sprake op het moment dat de bestuurder een dividenduitkering uitbetaalde aan de aandeelhouders terwijl hij toen rekening diende te houden met een vordering tot betaling van achterstallig loon. Zie mijn kritische wenk op deze uitspraak in Rechtspraak Ondernemingsrecht 2020/5.

31 jan. 2020

Ondernemingskamer lijkt alvast aansluiting te zoeken bij wetsvoorstel geschillenregeling

Een tijdje terug schreef ik deze blog over een wetsvoorstel dat de uittreding en uitstoting van een aandeelhouder makkelijker maakt. De Ondernemingskamer lijkt hier in een recente uitspraak en in afwachting van implementatie van dit wetsvoorstel alvast aansluiting bij te zoeken. Inleiding Voor geschillen tussen aandeelhouders van een besloten vennootschap kent de wet een geschillenregeling in artikel 2:343 BW. Op grond van de uittredingsregeling kan een aandeelhouder de rechter verzoeken uit de B.V. te mogen treden en zijn medeaandeelhouders dan wel de vennootschap te verplichten om zijn aandelen over te nemen. Tevens kan men op grond van de uitstotingsregeling de rechter verzoeken een aandeelhouder de vennootschap uit te stoten. De ervaring leert echter dat rechtbanken in het algemeen terughoudend zijn met het toepassen van deze regeling. De gronden waarop uittreding en uitstoting worden toegewezen zijn beperkt en rechtbanken stellen te hoge eisen. Het wetsvoorstel beoogt deze gronden te verruimen. Hierdoor zou het makkelijker moeten worden om als aandeelhouders van elkaar af te komen, door ofwel uittreding ofwel uitstoting. Zo wordt de maatstaf voor uittreding vereenvoudigd door het element ‘redelijkheid en billijkheid’ toe te voegen, waarmee een beknelde minderheidsaandeelhouder sneller een exit kan maken. Door invoering van dit wetsvoorstel wordt de drempel voor een gang naar de rechter lager en hoeven aandeelhouders zo niet langer tot elkaar veroordeeld te zijn. Toepassing in de praktijk De Ondernemingskamer lijkt in haar uitspraak van 24 september 2019 al rekening te houden met deze aankomende versoepeling van de geschillenregeling. Deze zaak ging kort gezegd om een vordering tot uittreding van een aandeelhouder in het kader van de nasleep van een conflictueuze echtscheiding. Volgens de Ondernemingskamer had de nasleep van de echtscheiding een dusdanige weerslag op de wijze van omgang binnen de vennootschap, dat geen sprake meer was van een constructieve samenwerking tussen de man en vrouw als bestuurders van de vennootschap. Dit heeft geleid tot een patstelling nu zij evenveel zeggenschap op bestuursniveau hadden. De man heeft daarbij de vrouw een aantal maal onterecht buiten spel gezet. Volgens de Ondernemingskamer kon van de vrouw niet langer worden gevergd dat zij aandeelhouder van de vennootschap bleef. De vordering werd dus toegewezen en de man diende de aandelen van de vrouw over te nemen. Conclusie In deze toepassing is duidelijk te zien dat de Ondernemingskamer met een redelijk eenvoudige beargumentering oordeelt dat een verdere samenwerking tussen de aandeelhouders niet wenselijk is. Simpel gezegd, er is een overduidelijke patstelling, dus de aandeelhouders dienen niet tot elkaar veroordeeld te blijven. Eerder is in de juridische literatuur al eens geopperd dat een enkele patstelling al voldoende zou moeten zijn voor het kunnen uittreden als aandeelhouder, maar nu wordt dit standpunt ook door deze uitspraak bevestigd. De conclusie dat in zulke situaties een aandeelhouder via de geschillenregeling moet kunnen uittreden, lijkt mij de juiste. De wetgever is nu aan zet. Indien u naar aanleiding van deze blog vragen heeft, of indien u zelf een aandeelhoudersgeschil heeft, neem dan contact op met onze specialist Philip Vroegrijk op 06-25695963 of vroegrijk@rassers.nl.

23 jan. 2020

Algemene voorwaarden: battle of forms

Bij het opstellen van algemene voorwaarden, stellen cliënten dikwijls de vraag: “Wat nu als de andere partij háár algemene voorwaarden van toepassing verklaart? Hoe komen wij daar dan onder uit?” Dit komt bijvoorbeeld voor wanneer de partij waarmee u zaken doet / gaat doen, uw offerte bevestigt met een e-mail waarin onderaan naar de eigen voorwaarden wordt verwezen (door bijvoorbeeld ook een verwijzingszin met een hyperlink) of dat de andere partij uw algemene voorwaarden niet accepteert. We noemen deze problematiek “de battle of forms”. Indien hier sprake van is, biedt artikel 6:225 lid 3 BW voor het Nederlandse recht uitkomst: de algemene voorwaarden waar het eerst naar is verwezen zijn van toepassing, tenzij toepasselijkheid van deze voorwaarden uitdrukkelijk wordt afgewezen in de aanvaarding van de overeenkomst. Hiervoor wordt de term “first shot rule” gebruikt. Kort gezegd: het is dus zaak altijd de eerste partij te zijn die haar algemene voorwaarden van toepassing verklaart. En indien de wederpartij naar eigen algemene voorwaarden verwijst, deze expliciet van de hand te wijzen. Indien de andere partij toch ‘wint’, dan kunt u altijd proberen te onderhandelen en de meest ongunstige bepalingen proberen te schrappen of wijzigen. Van de algemene voorwaarden afwijkende bepalingen dient u dan in de offerte / overeenkomst op te nemen. Een praktisch voorbeeld Een aantal weken geleden heeft de rechtbank Rotterdam (Rechtbank Rotterdam , 27 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9364) uitspraak gedaan in een zaak waarin een aanbesteder (hierna: “Aanbesteder”) in de uitnodiging tot het doen van een aanbod (het verzoek om een offerte) naar haar eigen algemene voorwaarden verwees. Een aannemer (hierna: “Aannemer”) die hier op in ging, verstrekte een offerte en verklaarde daarbij de Metaalunievoorwaarden van toepassing. Partijen verwijzen dus naar verschillende sets algemene voorwaarden, waardoor hier sprake is van ‘de battle of forms’. De uitnodiging van Aanbesteder aan Aannemer van het doen van een aanbod is hier het ‘first shot’. Aanbesteder heeft als eerste haar algemene voorwaarden van toepassing verklaard. In haar offerte heeft Aannemer vervolgens weliswaar de Metaalunievoorwaarden van toepassing verklaard, echter de door Aanbesteder toepasselijk verklaarde voorwaarden zijn niet uitdrukkelijk verworpen. Ook het feit dat partijen al langer zaken met elkaar deden waarbij voorheen de algemene voorwaarden van Aannemer van toepassing waren, doet hieraan niet af. De rechtbank concludeert dat het voorgaande betekent dat de algemene voorwaarden van Aanbesteder toepasselijk zijn en de Metaalunievoorwaarden en de standaardvoorwaarden van Aannemer niet. Het enkel overrulen van de ‘first shot’ door verwijzing naar uw eigen algemene voorwaarden, betekent dus niet dat u daarmee de eerst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden van de hand wijst. Daar is écht het uitdrukkelijk van de hand wijzen voor nodig. Tot slot Heeft u vragen over bovenstaande materie of over andere aspecten van het contractenrecht? Dan kunt u contact opnemen met Mischa Mackaaij, e-mail mackaaij@rassers.nl , telefoonnummer 076-5 136 133.

20 jan. 2020

Uw fiets wordt verwijderd door de gemeente! Wat nu?

Velen van u hebben het al eens meegemaakt dat de gemeente uw (schijnbaar) onjuiste geparkeerde fiets heeft verwijderd. Maar de vraag is nu of dat zomaar mag en kan. Het antwoord is nee.