Onze updates -

Nieuws

  • 92 resultaten
  • Reset filters
18 mrt. 2020

Update COVID-19: WTV per direct niet meer mogelijk, wel nieuwe regeling NOW

Gisteren, 17 maart 2020, ontving u de Rassers Nieuwsbrief over de juridische aspecten samenhangend met het coronavirus. Over de Werktijdverkorting trof u daarin uitgebreide informatie. Die informatie is niet meer van toepassing, omdat het kabinet gisteravond een uitgebreid nieuw noodpakket maatregelen voor banen en economie heeft aangekondigd.

17 mrt. 2020

COVID-19. En nu?

De wereldwijde en snelle verspreiding van COVID-19, beter bekend als het coronavirus, levert problemen op voor ondernemers. Op dit moment en zeer waarschijnlijk ook in de toekomst. Waar moeten ondernemers, juridisch gezien, rekening mee houden en wat is verstandig om nu te doen?

13 mrt. 2020

Het corona-virus: enkele contractuele aandachtspunten voor ondernemers

De wereldwijde en snelle verspreiding van COVID-19, beter bekend als het coronavirus, levert problemen op voor (internationale) ondernemers. Leveringen uit China en Italië nemen af, voorraden van bepaalde producten beginnen op te raken en inmiddels geldt ook een aangescherpt reisadvies naar Italië. Hierdoor zal ook de goederenstroom van en naar Italië binnenkort worden geraakt. De wereld is in rep en roer. Waar dienen ondernemers, juridisch gezien, rekening mee te houden? Lopende contracten met klanten Het coronavirus heeft inmiddels een grote impact op de wereld door verschillende beperkingen die landen hebben ingevoerd, zo zijn een aantal Chinese fabrieken helemaal gesloten. Ondernemers zien hierdoor hun voorraden slinken of zelfs geheel verdwijnen. Dit kan wellicht problemen opleveren. Niet alleen met de inkoop van producten uit China of andere geraakte landen, maar ook indien dit betekent dat niet meer aan klanten kan worden geleverd en zodoende de verplichtingen uit lopende commerciële overeenkomsten niet (tijdig) kunnen worden nagekomen. Hoe langer de beperkingen zullen duren, hoe schadelijker dit kan zijn. Overmacht In dat geval is het verstandig de lopende contracten na te lopen om te bezien welke partij in dit kader aansprakelijk is. De gevolgen van het corona-virus kunnen wellicht geschaard worden onder het begrip overmacht (force majeure). Wanneer in een contract een deugdelijke regeling voor overmacht is opgenomen, is de ondernemer in het geval van overmacht doorgaans niet aansprakelijk voor de schade bij klanten. Ondernemers hoeven dan de contractuele verplichtingen niet na te komen of kunnen deze opschorten, omdat geen invloed kan worden uitgeoefend op de gebeurtenissen. Of daadwerkelijk sprake is van overmacht, zal echter per geval verschillen. Hierbij dient goed te worden gekeken naar de in het contract gehanteerde definitie van overmacht. Mogelijk worden epidemieën/gezondheid specifiek in de overmachtsclausule in het contract genoemd. In dat geval zouden de gevolgen van het corona-virus hier mogelijk onder kunnen vallen. Het kan ook zijn dat de overmachtsclausule overheidsmaatregelen of ernstige belemmeringen in de infrastructuur noemt. Dit betekent dat ook hiernaar kan worden verwezen indien een ondernemer problemen ondervindt als gevolg van door de overheid opgelegde maatregelen om het corona-virus tegen te gaan. Indien in deze contracten geen overmachtsclausule is opgenomen, dan dient te worden gekeken naar het overeengekomen toepasselijke recht. Aan de hand van dat recht zal de aansprakelijkheid worden bepaald. Dit kan Nederlands recht zijn, maar bijvoorbeeld ook het Chinese recht of het recht van het land waar de klant is gevestigd. Let hier op, er bestaan namelijk grote verschillen in de uitkomst. Naar Nederlands recht is sprake van overmacht indien de niet-nakoming de nalatige partij niet kan worden verweten én indien deze ook niet ‘volgens verkeersopvattingen’ voor haar rekening komt. Wanneer hiervan sprake is, zal per geval verschillen. Gevolgen overmacht Het is gebruikelijk dat als gevolg van overmacht de ondernemer zijn verplichtingen mag opschorten en dat hij daarbij niet aansprakelijk is voor eventuele schade. Het is wel belangrijk om te kijken wat de specifieke clausule hierover zegt. Ook dit kan namelijk per geval verschillen. Zo kan bijvoorbeeld afgesproken zijn dat de contactvoorwaarden opnieuw dienen te worden uitonderhandeld of bestaat misschien een recht om de overeenkomst in zijn geheel te beëindigen. Schadebeperking Indien een ondernemer merkt dat hij zijn verplichtingen niet kan nakomen doordat de productie stil ligt, zal hij zich in ieder geval in moeten spannen de schade bij zijn klanten zoveel mogelijk te beperken. Het is in dat geval verstandig allereerst de klanten te informeren over een aankomende vertraging in de levering en het verdere verloop. Bekijk de mogelijkheden om de verplichtingen uit de overeenkomst op andere manieren na te komen. Wellicht zijn vervangende producten verkrijgbaar, kunnen andere leveranciers worden ingeschakeld of kan de productie van de goederen naar een andere locatie worden verplaatst. Zeker als het virus zich verder verspreidt zullen steeds meer bedrijven uit voorzorg worden gesloten. Het is dus goed om hierop voorbereid te zijn, ook indien op dit moment nog geen problemen bestaan. Contracten met leveranciers Tevens is het verstandig de contracten met de leveranciers te bekijken om te bezien welke voorwaarden van toepassing kunnen zijn. Wellicht bestaat de mogelijkheid om bij een te late levering de order te annuleren, of is een clausule opgenomen om een eventuele vooruitbetaling terug te vorderen. Echter bestaat de kans dat ook de leverancier zich op overmacht kan beroepen, in dat geval kunnen zij niet aansprakelijk zijn voor eventuele geleden schade door de ondernemer. Ga dan na of de schade wellicht verzekerd is. Indien u naar aanleiding van deze blog vragen heeft, of indien u zelf een geschil omtrent een lopend contract heeft, neem dan contact op met Philip Vroegrijk van onze sectie Ondernemingsrecht.

6 mrt. 2020

Taak van toezichthouders bij een stichting

De taak van een raad van toezicht/commissarissen (“RvT”) bij een stichting is op dit moment nog niet wettelijk omlijnd. De statuten bepalen doorgaans wat de taak van de RvT is. Rechtspraak en literatuur hebben de rol van de RvT nader ingevuld: de raad van toezicht/commissarissen houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting. Zij staat het bestuur met raad terzijde (adviserende rol). De RvT bij een stichting dient zich bij de taakvervulling te richten naar het belang van de stichting, meer in het bijzonder op toezicht op verwezenlijking van het stichtingsdoel. Daarbij dient de RvT de belangen van alle betrokken stakeholders in acht te nemen. In diverse sectorale regels zijn regelmatig aanvullende of specifieke taken en bevoegdheden aan een RvT toebedeeld, zoals bij zorginstellingen en onderwijsinstellingen. Kort en goed kan van de leden van de RvT een actieve houding worden verwacht. Niet in de laatste plaats geldt dat bij het overtreden door het bestuur van interne regels en bij tegenstrijdig belangsituaties. Met name in het laatste geval ligt er een specifieke taak voor de RvT (die ook wet zal worden, zie hierna). Ook dient de RvT toe te zien op het naleven van de administratieplicht door het bestuur. Om de toezichthoudende taak goed te kunnen uitoefenen zal de RvT actief moeten vragen om informatie van het bestuur. Met het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (Kamerstukken 34491) gaat het nodige veranderen voor stichtingen. Met dit wetsvoorstel wordt onder meer beoogd de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij not-for-profit organisaties te verbeteren. Op 28 januari 2020 is er een gewijzigd voorstel van wet door de Tweede Kamer aangenomen, waarin het voorgaande met zoveel woorden in de wet wordt verankerd. Het wetsvoorstel ligt momenteel nog bij de Eerste Kamer. Zie voor een nadere analyse - in een geval waarin de RvT nalatig was - mijn wenk bij de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (OK) van 26 november 2019, RO 2020/10. [link]

5 mrt. 2020

Welke gevolgen brengt het pensioenakkoord met zich mee?

In mijn vorige bijdrage heb ik één onderdeel van het pensioenakkoord behandeld, namelijk de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd in combinatie met het pensioenontslagbeding. Dit artikel gaat over een andere afspraak uit het pensioenakkoord en dan meer bepaald het versoepelen van de zogenaamde RVU-heffing. Met deze maatregel wordt beoogd om werkenden eerder te laten stoppen met werken. Overigens moet het pensioenakkoord nog nader uitgewerkt worden. Daarvoor is een stuurgroep aangesteld die bestaat uit het kabinet en vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. Bij de uitwerking zijn ook toezichthouders DNB en het AFM, het CPB en pensioenuitvoerders betrokken. De uitwerking van de stuurgroep wordt vooralsnog in april 2020 verwacht en medio 2020 is minister Koolmees van plan de Tweede Kamer te informeren over de uitkomsten. Versoepeling RVU-heffing Wat wordt ook alweer onder de RVU-heffing verstaan? RVU betekent: Regeling Vervroegd Uittreden. Als een vertrekregeling – kort samengevat – is bedoeld als overbrugging tot de pensioendatum dan wel als aanvulling op een vervroegd ingegaan pensioen, dan kwalificeert dat als een RVU. Op grond hiervan moet de werkgever 52% heffing aan de Belastingdienst afdragen. Een dergelijke regeling is namelijk in strijd met het uitgangspunt dat werknemers tot hun pensioendatum moeten blijven werken. Om oudere werknemers, die werkend niet de AOW-leeftijd kunnen bereiken tegemoet te komen (denk aan zware beroepen zoals bouwvakker), voorziet het pensioenakkoord in een tijdelijke versoepeling. Concreet houdt dit in dat voor de periode 2021-2025 geen strafheffing verschuldigd is voor regelingen van vervroegde uittreding als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: - de vervroegde uittreding vindt plaats binnen de laatste drie jaar voor de AOW-leeftijd; - er is sprake van een vrijwillige vertrekregeling voor zowel de werkgever als de werknemer (werkgever en werknemer moeten hier overeenstemming over bereiken); - het bruto uitkeringsbedrag is niet meer dan een bepaalde maximale grens (waarschijnlijk ongeveer € 19.000,- per jaar). Werkgevers kunnen dus in de jaren 2021 tot en met 2025 tot een in de wet bepaald bedrag aan werknemers een uitkering, bijdrage of premie toekennen, zonder daarbij het risico op een forse RVU-heffing te lopen. Voor werkgevers- en werknemersverenigingen bestaat de mogelijkheid om hier in cao’s nadere spelregels over op te nemen. Deze regeling biedt oudere werknemers, voor wie het te belastend is om tot de AOW-leeftijd door te blijven werken, meer flexibiliteit om eerder te stoppen met werken. Gezien de hoogte van het vrijgestelde grensbedrag, is het echter maar zeer de vraag of dit voor alle oudere werknemers geldt. Het lijkt er eerder op dat deze versoepeling voornamelijk ziet op werknemers met lage lonen. Werkgevers doen er in ieder geval verstandig aan om – als er een vertrekregeling met een oudere werknemer wordt getroffen – goed de hoogte van de toegekende vergoeding voor ogen te houden. Een strafheffing van 52% ligt namelijk op de loer. Tot slot Indien u nog nadere informatie wenst over dit artikel of als u meer in zijn algemeenheid een vraag heeft over een pensioenrechtelijk onderwerp, dan kunt u contact opnemen met Bram Rothuizen van de sectie pensioenrecht van Rassers Advocaten (076 5136 123 en/of rothuizen@rassers.nl).