Onze updates -

Nieuws

  • 101 resultaten
  • Reset filters
12 jun. 2020

Philip Vroegrijk per 1 juli 2020 benoemd tot partner

Philip Vroegrijk wordt per 1 juli 2020 partner bij Rassers Advocaten. Philip is zijn carrière in 2008 begonnen bij AKD in Breda. Na aldaar vier jaar te hebben gewerkt, is hij overgestapt naar een middelgroot advocatenkantoor. Daar heeft hij enkele jaren gewerkt in de insolventiepraktijk en is zich vervolgens steeds meer gaan bezighouden met het ondernemingsrecht. Philip heeft in dit verband de Grotius-opleiding Vennootschap- en Ondernemingsrecht gevolgd en met succes afgerond. Op 1 januari 2016 heeft hij de overstap naar Rassers Advocaten gemaakt. Philip heeft zich bij Rassers Advocaten verder gespecialiseerd in aandeelhoudersgeschillen, bestuurdersaansprakelijkheid, overnamegeschillen en procedures voor de Ondernemingskamer. In deze praktijk komt zijn insolventieachtergrond en zijn financiële kennis goed van pas. Philip zal de komende jaren gaan werken aan een verdere uitbouw van de litigationpraktijk van Rassers Advocaten. Rassers Advocaten is zeer verheugd met deze benoeming en wenst hem veel succes in zijn nieuwe rol.“

10 jun. 2020

Wat betekent een onttrekkingsverbod van water voor uw bedrijf?

De effecten van de aanhoudende droogte de afgelopen periode zijn voor iedereen goed merkbaar geweest. Ondanks de neerslag van afgelopen week hebben we op dit moment te maken met het hoogst gemeten neerslagtekort voor deze tijd van het jaar sinds het begin van de metingen. In deze blog wordt uiteengezet wat deze droogte en de maatregelen daaromtrent betekenen voor uw agrarisch bedrijf. Op landelijk niveau is per 25 mei officieel opgeschaald naar niveau 1 ‘dreigend watertekort’. Daarnaast hebben verscheidene waterschappen onttrekkingsverboden ingesteld. Ook voor veel locaties in West-Brabant is door Waterschap De Brabantse Delta een onttrekkingsverbod ingesteld. Dit is vrij uitzonderlijk zo vroeg in het jaar. Wat is een onttrekkingsverbod? In het gebied van Waterschap De Brabantse Delta staat het uw bedrijf vrij water te onttrekken uit oppervlaktewateren tot een hoeveelheid van 100 m3 water per uur. In dat geval valt u ingevolge artikel 13.1. van de Keur onder de vrijstelling van de vergunningsplicht. Boven de 100 m3 water per uur kunt u alleen water onttrekken uit oppervlaktewateren met een vergunning. In de huidige droge periode wilt het Waterschap onttrekking uit de oppervlaktewateren zo veel mogelijk voorkomen. Het is namelijk van belang om voldoende watervoorraad te behouden voor de warme en droge periode die nog komt. Lage waterstanden kunnen schade aan oevers en kades aanrichten. Daarnaast bestaat de kans op een verslechtering van de waterkwaliteit, doordat door de hoge buitentemperatuur het water opwarmt. Dit zorgt op zijn beurt weer voor minder zuurstof in het water wat kan leiden tot dode planten en dieren. Vanwege bovenstaande redenen is grote schaarste aan water een bijzondere omstandigheid waarbij Waterschap de Brabantse Delta op grond van artikel 3.13 van de Keur locaties kan aanwijzen waarvoor een onttrekkingsverbod geldt. Wanneer het Waterschap het gebied aanwijst waar uw bedrijf is gevestigd dan mag uw bedrijf geen oppervlaktewater onttrekken, ook niet als uw bedrijf in het bezit is van een vergunning. Er bestaan twee soorten onttrekkingsverboden: - Een verbod op grasland; - Een totaalverbod. Een verbod op grasland betekent dat het onttrekkingsverbod geldt voor de beregening van grasland uit oppervlaktewater. Een totaalverbod houdt in dat er een totaal onttrekkingsverbod uit oppervlaktewater is. Op onderstaande kaart is voor de regio West-Brabant weergegeven op welke locaties op dit moment een verbod geldt:

18 mei 2020

De monddoodclausule (on)toelaatbaar?

In de praktijk komt het voor dat bij de koop van onroerend goed een zogenaamde "monddoodclausule" wordt opgenomen in de koopovereenkomst. In een recente zaak heeft het Hof 's-Hertogenbosch zich weer mogen buigen over de toelaatbaarheid van een tussen partijen overeengekomen monddoodclausule (ECLI:NL:GHSHE:2020:886). Het arrest geeft (meer) duidelijkheid over de vraag waar een monddoodclausule aan zou moeten voldoen om de rechterlijke toets te kunnen doorstaan. Voordat ik in zal gaan op de feiten van de zaak en het oordeel van het Hof, zal ik eerst uitleggen wat een monddoodclausule is en kort ingaan op de eerdere rechtspraak over dit onderwerp.

11 mei 2020

Ondanks contract toch geen beroep op contract

Normaliter is het zo dat als een vennootschap rechtsgeldig is vertegenwoordigd bij het sluiten van een overeenkomst met een contractspartij, die vennootschap gebonden is aan die overeenkomst

1 mei 2020

Beroep op onvoorziene omstandigheden in verband met coronacrisis afgewezen

In een eerdere blog https://rassers.nl/nl/nieuws/het-corona-virus-enkele-contractuele-aandachtspunten-voor-ondernemers) schreven wij welke contractuele aandachtspunten voor ondernemers gelden in verband met het coronavirus. Wij bespraken dat het virus een grote impact heeft op de economie en dat dit wellicht kan betekenen dat bepaalde verplichtingen uit lopende overeenkomsten niet (tijdig) kunnen worden nagekomen, waardoor mogelijk schade wordt geleden. Wij gaven aan dat er onder deze omstandigheden wellicht een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden kan worden gedaan. Op dat moment was het nog niet duidelijk of een beroep op onvoorziene omstandigheden specifiek in verband met de coronacrisis kans van slagen had. Inmiddels druppelen de eerste uitspraken hierover binnen. Uitspraak voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam In deze zaak http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2406 ] draaide het om de vraag of tussen partijen een Transaction Agreement in verband met een overname tot stand was gekomen, en zo niet, of de fee van 30 miljoen euro die in dat geval verschuldigd zou zijn, moest worden gewijzigd of verminderd in verband met de coronacrisis. In dit kader werd ook een beroep op onvoorziene omstandigheden gedaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat geen Transaction Agreement tot stand was gekomen. Tussen partijen was niet in geschil dat zij overeengekomen waren dat bij het niet-totstandkomen van de Transaction Agreement een fee van 30 miljoen euro verschuldigd was. De gedaagde stelde echter dat deze fee verminderd of gewijzigd diende te worden vanwege de coronacrisis. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt niet. De coronacrisis vormt volgens de voorzieningsrechter in geval van een overname weliswaar een onvoorziene omstandigheid, maar niet een onvoorziene omstandigheid op grond waarvan geen ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst mag worden verwacht. De voorzieningenrechter overwoog namelijk dat de fee was bedoeld om partijen aan te sporen tot het aangaan van de transactie en om risico’s tussen hen te verdelen. Indien de fee zou worden verminderd zou dit het makkelijker maken af te zien van de transactie en dit zou het doel van de fee doorkruisen. Als de gevolgen van de coronacrisis uiteindelijk blijken mee te vallen, lijkt de fee van 30 miljoen wellicht hoog, maar de voorzieningenrechter was van mening dat dit hetgeen was wat partijen redelijk vonden. Het beroep op onvoorziene omstandigheden werd aldus afgewezen. Conclusie Partijen zullen bij het aangaan van een overeenkomst in het algemeen geen rekening hebben gehouden met het coronavirus en de ingrijpende gevolgen hiervan. Indien een partij in verband met de coronacrisis grote financiële of operationele problemen ondervindt, kan een beroep op onvoorziene omstandigheden ertoe leiden dat een rechter de overeenkomst zodanig wijzigt dat een risicoverdeling van bijvoorbeeld 50/50 gezien de omstandigheden redelijk is. Uit voorgaande uitspraak volgt dat een beroep op het wijzigen van de overeenkomst op grond van de coronacrisis als onvoorziene omstandigheid in dit specifieke geval echter niet slaagt, nu het doel van de te wijzigen bepaling al een ingrijpendere risicoverdeling inhield. Deze uitspraak betekent echter niet dat dit voor alle gevallen geldt. Er dient altijd naar de specifieke omstandigheden te worden gekeken. Mocht u naar aanleiding van deze blog nog vragen hebben, neem dan contact op met advocaten Philip Vroegrijk of Fleur Konings van onze sectie Ondernemingsrecht.