Onze updates -

Nieuws

  • 92 resultaten
  • Reset filters
1 mei 2020

Beroep op onvoorziene omstandigheden in verband met coronacrisis afgewezen

In een eerdere blog https://rassers.nl/nl/nieuws/het-corona-virus-enkele-contractuele-aandachtspunten-voor-ondernemers) schreven wij welke contractuele aandachtspunten voor ondernemers gelden in verband met het coronavirus. Wij bespraken dat het virus een grote impact heeft op de economie en dat dit wellicht kan betekenen dat bepaalde verplichtingen uit lopende overeenkomsten niet (tijdig) kunnen worden nagekomen, waardoor mogelijk schade wordt geleden. Wij gaven aan dat er onder deze omstandigheden wellicht een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden kan worden gedaan. Op dat moment was het nog niet duidelijk of een beroep op onvoorziene omstandigheden specifiek in verband met de coronacrisis kans van slagen had. Inmiddels druppelen de eerste uitspraken hierover binnen. Uitspraak voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam In deze zaak http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2406 ] draaide het om de vraag of tussen partijen een Transaction Agreement in verband met een overname tot stand was gekomen, en zo niet, of de fee van 30 miljoen euro die in dat geval verschuldigd zou zijn, moest worden gewijzigd of verminderd in verband met de coronacrisis. In dit kader werd ook een beroep op onvoorziene omstandigheden gedaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat geen Transaction Agreement tot stand was gekomen. Tussen partijen was niet in geschil dat zij overeengekomen waren dat bij het niet-totstandkomen van de Transaction Agreement een fee van 30 miljoen euro verschuldigd was. De gedaagde stelde echter dat deze fee verminderd of gewijzigd diende te worden vanwege de coronacrisis. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt niet. De coronacrisis vormt volgens de voorzieningsrechter in geval van een overname weliswaar een onvoorziene omstandigheid, maar niet een onvoorziene omstandigheid op grond waarvan geen ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst mag worden verwacht. De voorzieningenrechter overwoog namelijk dat de fee was bedoeld om partijen aan te sporen tot het aangaan van de transactie en om risico’s tussen hen te verdelen. Indien de fee zou worden verminderd zou dit het makkelijker maken af te zien van de transactie en dit zou het doel van de fee doorkruisen. Als de gevolgen van de coronacrisis uiteindelijk blijken mee te vallen, lijkt de fee van 30 miljoen wellicht hoog, maar de voorzieningenrechter was van mening dat dit hetgeen was wat partijen redelijk vonden. Het beroep op onvoorziene omstandigheden werd aldus afgewezen. Conclusie Partijen zullen bij het aangaan van een overeenkomst in het algemeen geen rekening hebben gehouden met het coronavirus en de ingrijpende gevolgen hiervan. Indien een partij in verband met de coronacrisis grote financiële of operationele problemen ondervindt, kan een beroep op onvoorziene omstandigheden ertoe leiden dat een rechter de overeenkomst zodanig wijzigt dat een risicoverdeling van bijvoorbeeld 50/50 gezien de omstandigheden redelijk is. Uit voorgaande uitspraak volgt dat een beroep op het wijzigen van de overeenkomst op grond van de coronacrisis als onvoorziene omstandigheid in dit specifieke geval echter niet slaagt, nu het doel van de te wijzigen bepaling al een ingrijpendere risicoverdeling inhield. Deze uitspraak betekent echter niet dat dit voor alle gevallen geldt. Er dient altijd naar de specifieke omstandigheden te worden gekeken. Mocht u naar aanleiding van deze blog nog vragen hebben, neem dan contact op met advocaten Philip Vroegrijk of Fleur Konings van onze sectie Ondernemingsrecht.

9 apr. 2020

De (beperkte) gevolgen van een in de bouwteamovereenkomst opgenomen maximaal beschikbaar budget

Als in een bouwteamovereenkomst het budget van de opdrachtgever is vastgelegd, moet de door de aannemer in bouwteamverband in te dienen prijsaanbieding daar dan te allen tijde binnen blijven? Recent deed de Raad van Arbitrage voor de Bouw een uitspraak in een geschil waarin precies deze vraag voor lag (nr. 36.580). Hierna beschrijf ik eerst de onderliggende feiten, daarna analyseer ik het oordeel van de Raad.

9 apr. 2020

Herziening NOW-regeling 3 april 2020

De Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) is op 2 april 2020 in werking getreden. Inmiddels is echter gebleken dat er op vier punten technische aanpassingen aan de NOW-regeling nodig waren. De wijzigingsregeling is op 3 april jl. gepubliceerd in de Staatscourant en op 4 april jl. in werking getreden. Wij informeren u hier graag over aangezien deze aanpassingen belangrijke consequenties voor u als werkgever kunnen hebben.

8 apr. 2020

Noodwet maakt virtuele vergadering van aandeelhouders mogelijk

In verband met de coronacrisis hebben vele bedrijven de afgelopen weken hun jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen voorlopig geschrapt. De wet schrijft namelijk een fysieke algemene vergadering voor. Door de maatregelen die het kabinet heeft genomen is zo’n fysieke vergadering met alle aandeelhouders wellicht lastig te organiseren. Het houden van een volledig virtuele vergadering is volgens de wet voor de meeste rechtspersonen nog niet mogelijk, aanwezigheid is daarbij vereist. Overigens is voor de gewone besloten vennootschappen soms in de statuten al de mogelijkheid verwerkt dat men niet altijd fysiek bij elkaar hoeft te komen en dat – als de aandeelhouders het daarmee eens zijn – een andere vorm voor een aandeelhoudersvergadering mogelijk is. Ondanks het verbod op bijeenkomsten is het van belang dat algemene vergaderingen van aandeelhouders ook voor de overige gevallen toch door kunnen gaan. De afgelopen weken hebben verschillende brancheverenigingen het kabinet gevraagd een tijdelijke wetswijziging door te voeren, zoals ook in andere Europese landen is gebeurd. De noodwet Onlangs heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid bekendgemaakt dat een noodwet het nu mogelijk gaat maken dat beleggers en bedrijven helemaal online bij elkaar kunnen komen. Het ministerie schrijft dat "het op verschillende terreinen mogelijk wordt om, waar nu nog fysieke overleg- en besluitvormingsprocedures zijn voorgeschreven, tijdelijk via elektronische middelen te communiceren. Dan gaat het bijvoorbeeld om beursvennootschappen en verenigingen die jaarlijks een algemene vergadering moeten houden”. Het bestuur van de rechtspersoon kan derhalve besluiten een online vergadering (via livestream) te houden. Het ministerie geeft aan dat het wel van belang blijft dat aandeelhouders de mogelijkheid houden om vragen te kunnen stellen. Een voorwaarde om online vergaderingen te laten plaatsvinden is dan ook dat aandeelhouders deze vragen vooraf kunnen stellen dat deze beantwoord moeten worden gedurende de vergadering. De noodwet regelt verder dat wanneer een lid of aandeelhouder niet optimaal heeft kunnen deelnemen aan de online vergadering, de genomen besluiten toch rechtsgeldig zijn. Daarnaast krijgt het bestuur de mogelijkheid de termijn voor het houden van een algemene vergadering en de termijn voor het opmaken van de jaarrekening uit te stellen. Deze noodwet gaat niet alleen voor beursvennootschappen en verenigingen gelden, ook coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, besloten vennootschappen en verenigingen van eigenaars die jaarlijks een algemene vergadering moeten houden vallen eronder. Inwerkingtreding? Het is de bedoeling dat de noodwet zo snel mogelijk in werking zal gaan treden, desondanks dient het normale wetgevingstraject te worden doorlopen waardoor het wetsvoorstel nog voor advies langs de Raad van State moet en zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer zal het wetsvoorstel moeten goedkeuren. Het is derhalve nog niet bekend wanneer de nieuwe wet ingaat en hoe lang deze noodwet werking zal hebben. Indien u naar aanleiding van deze blog vragen heeft kunt u contact opnemen met onze sectie Ondernemingsrecht.

3 apr. 2020

Onmiddellijke voorzieningen bij ruziezoekende en niet meewerkende bestuurders/aandeelhouders

Met enige regelmaat worden bestuurders die ineen enquêteprocedure door de Ondernemingskamer worden genoemd (“OK-bestuurder”) geconfronteerd met bestuurders of betrokkenen die weigeren mee te werken of ruzie zoeken. Een vrij extreem voorbeeld was de ZED+ zaak waarin de OK-bestuurder zelfs in Spanje werd gearresteerd. Recentelijk heeft de Ondernemingskamer in meerdere beschikkingen zich genoodzaakt gezien in te grijpen (op verzoek van de vennootschap en de OK-bestuurder); het lijkt daarmee een trend. Vorig jaar nog oordeelde (verzuchtte) de Ondernemingskamer met zoveel woorden dat het voor de juiste toepassing van het enquêterecht en de effectiviteit van de in dat kader te treffen onmiddellijke voorzieningen van belang is dat er voldoende geschikte personen bereid zijn om de functie van OK-bestuurder te vervullen. Dat wordt geweld aangedaan als de OK-bestuurder continue wordt bestookt met verwijten, scheldkanonnades en aansprakelijkstellingen. De OK heeft enkele mogelijkheden om ruziezoekende en soms zelfs diffamerende bestuurders aan te pakken op verzoek van de vennootschap/OK-bestuurder. Het belang van de vennootschap staat daarbij voorop. In mijn wenk onder een uitspraak van de Ondernemingskamer van 27 november 2019, waarin de OK-bestuurder ook belaagd werd door de nodige verwijten, scheldmails en aansprakelijkstellingen, bespreek ik de mogelijkheden. Zie Rechtspraak Ondernemingsrecht RO 2020/20.