Onze updates -

Nieuws

  • 11 resultaten
  • Reset filters
10 jun. 2020

Wat betekent een onttrekkingsverbod van water voor uw bedrijf?

De effecten van de aanhoudende droogte de afgelopen periode zijn voor iedereen goed merkbaar geweest. Ondanks de neerslag van afgelopen week hebben we op dit moment te maken met het hoogst gemeten neerslagtekort voor deze tijd van het jaar sinds het begin van de metingen. In deze blog wordt uiteengezet wat deze droogte en de maatregelen daaromtrent betekenen voor uw agrarisch bedrijf. Op landelijk niveau is per 25 mei officieel opgeschaald naar niveau 1 ‘dreigend watertekort’. Daarnaast hebben verscheidene waterschappen onttrekkingsverboden ingesteld. Ook voor veel locaties in West-Brabant is door Waterschap De Brabantse Delta een onttrekkingsverbod ingesteld. Dit is vrij uitzonderlijk zo vroeg in het jaar. Wat is een onttrekkingsverbod? In het gebied van Waterschap De Brabantse Delta staat het uw bedrijf vrij water te onttrekken uit oppervlaktewateren tot een hoeveelheid van 100 m3 water per uur. In dat geval valt u ingevolge artikel 13.1. van de Keur onder de vrijstelling van de vergunningsplicht. Boven de 100 m3 water per uur kunt u alleen water onttrekken uit oppervlaktewateren met een vergunning. In de huidige droge periode wilt het Waterschap onttrekking uit de oppervlaktewateren zo veel mogelijk voorkomen. Het is namelijk van belang om voldoende watervoorraad te behouden voor de warme en droge periode die nog komt. Lage waterstanden kunnen schade aan oevers en kades aanrichten. Daarnaast bestaat de kans op een verslechtering van de waterkwaliteit, doordat door de hoge buitentemperatuur het water opwarmt. Dit zorgt op zijn beurt weer voor minder zuurstof in het water wat kan leiden tot dode planten en dieren. Vanwege bovenstaande redenen is grote schaarste aan water een bijzondere omstandigheid waarbij Waterschap de Brabantse Delta op grond van artikel 3.13 van de Keur locaties kan aanwijzen waarvoor een onttrekkingsverbod geldt. Wanneer het Waterschap het gebied aanwijst waar uw bedrijf is gevestigd dan mag uw bedrijf geen oppervlaktewater onttrekken, ook niet als uw bedrijf in het bezit is van een vergunning. Er bestaan twee soorten onttrekkingsverboden: - Een verbod op grasland; - Een totaalverbod. Een verbod op grasland betekent dat het onttrekkingsverbod geldt voor de beregening van grasland uit oppervlaktewater. Een totaalverbod houdt in dat er een totaal onttrekkingsverbod uit oppervlaktewater is. Op onderstaande kaart is voor de regio West-Brabant weergegeven op welke locaties op dit moment een verbod geldt:

18 mei 2020

De monddoodclausule (on)toelaatbaar?

In de praktijk komt het voor dat bij de koop van onroerend goed een zogenaamde "monddoodclausule" wordt opgenomen in de koopovereenkomst. In een recente zaak heeft het Hof 's-Hertogenbosch zich weer mogen buigen over de toelaatbaarheid van een tussen partijen overeengekomen monddoodclausule (ECLI:NL:GHSHE:2020:886). Het arrest geeft (meer) duidelijkheid over de vraag waar een monddoodclausule aan zou moeten voldoen om de rechterlijke toets te kunnen doorstaan. Voordat ik in zal gaan op de feiten van de zaak en het oordeel van het Hof, zal ik eerst uitleggen wat een monddoodclausule is en kort ingaan op de eerdere rechtspraak over dit onderwerp.

9 apr. 2020

De (beperkte) gevolgen van een in de bouwteamovereenkomst opgenomen maximaal beschikbaar budget

Als in een bouwteamovereenkomst het budget van de opdrachtgever is vastgelegd, moet de door de aannemer in bouwteamverband in te dienen prijsaanbieding daar dan te allen tijde binnen blijven? Recent deed de Raad van Arbitrage voor de Bouw een uitspraak in een geschil waarin precies deze vraag voor lag (nr. 36.580). Hierna beschrijf ik eerst de onderliggende feiten, daarna analyseer ik het oordeel van de Raad.

20 mrt. 2020

COVID-19 op de bouw. Wat nu?

De belangrijkste vragen van de impact van COVID-19 op de bouw beantwoord. In Nederland zorgt de snelle verspreiding van COVID-19, het coronavirus, voor problemen en onzekerheden bij nagenoeg alle sectoren waaronder de bouwsector. Wij hebben inmiddels vele vragen ontvangen over de impact van het COVID-19 virus en hoe hiermee moet worden omgegaan. Hieronder volgt een overzicht van de meest gestelde vragen met betrekking tot COVID-19 in de bouw. 1. De impact van COVID-19 is nog niet merkbaar op de bouw. Wat kan ik als aannemer doen om de risico’s van de (toekomstige) gevolgen van COVID-19 op de bouw, zoveel mogelijk beperken? - Volg de maatregelen van de overheid althans het RIVM in verband met COVID-19 op de bouwplaats op. - Documenteer de gebeurtenissen en de gevolgen van COVID-19 op de bouw. Houd bijvoorbeeld bij hoeveel uitval er is, of en welke materialen niet (tijdig) worden geleverd, of en op welk onderdeel van het werk vertraging wordt opgelopen en wat voor impact dit alles heeft op de planning. - Informeer de opdrachtgever over de te verwachte gevolgen van COVID-19 op het werk. - Controleer de overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden op risicovolle bepalingen. - Raadpleeg uw (juridisch) adviseurs voorafgaand aan het nemen van grote beslissingen in relatie met COVID-19. A – BESTAANDE AANNEMINGSOVEREENKOMSTEN 2. Wat moet ik doen als er vanwege COVID-19 vertraging optreedt? - Ga na of er een beroep op overmacht mogelijk is en verzoek om termijnsverlenging of uitstel van de opleverdatum. De bepalingen uit de overeenkomst zijn bepalend. Wanneer hierover geen bepaling is opgenomen kan er worden teruggevallen op de wet. - In veel gevallen zal gelden dat de gevolgen van COVID-19 en de door de overheid althans het RIVM geadviseerde maatregelen gelden als overmacht. 3. Indien er sprake is van overmacht, heb ik dan recht op vergoeding van mijn schade? - Nee, niet automatisch. Hiervoor is een toerekenbare tekortkoming van de opdrachtgever vereist of moet er voldaan zijn aan alle vereisten van ‘kostenverhogende omstandigheden’ of ‘onvoorziene omstandigheden’. - Indien u wel aanspraak wil maken op vergoeding van de kosten, dient u binnen bekwame tijd klagen bij de opdrachtgever (UAV 2012) of dit zo spoedig mogelijk aan de opdrachtgever laten weten (wet). 4. Wat kan ik doen bij prijsstijgingen door COVID-19? - Er kan mogelijk een beroep worden gedaan op kostenverhogende omstandigheden, indien de bepalingen uit de overeenkomst hierin voorzien. - De UAV 2012, de AVA 2013 en de wet bevatten bepalingen over kostenverhogende omstandigheden. Afhankelijk van de toepasselijke bepaling kan een gerechtvaardigd beroep op kostenverhogende omstandigheden resulteren in de vaststelling van een nieuwe prijs of bijbetaling door de opdrachtgever. - Een zogenaamd ‘prijsvast’ beding staat een mogelijk beroep op kostenverhogende omstandigheden niet in de weg. 5. Wat kan ik doen als een onderaannemer/leverancier hun verplichtingen niet nakomen door COVID-19. Kan ik onderaannemer/leverancier hiervoor aansprakelijk stellen? - De onderaannemer/leverancier kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld met de gevolgen van dien. Echter kan de onderaannemer/leverancier mogelijk een beroep doen op overmacht indien de overeenkomst hierin voorziet. - Check ook de bepalingen over overmacht in de eigen algemene voorwaarden. Het is mogelijk dat een beroep op overmacht hierin wordt beperkt. B. NOG TE SLUITEN AANNEMINGSOVEREENKOMSTEN 6. Hoe kan ik de risico’s van de impact van COVID-19 in de nog te sluiten aannemingsovereenkomst zoveel mogelijk beperken? - Ga met de opdrachtgever in overleg en maak afspraken over de gevolgen van COVID-19. - Neem in de overeenkomst op dat: - De termijnverlenging in ieder geval wordt verleend wanneer de gevolgen van COVID-19 of de door de overheid althans het RIVM de bouw raken. - De aannemer de vrijheid heeft andere partijen/leveranciers in te schakelen als COVID-19 en/of de maatregelen van de overheid althans het RIVM deze partijen/leveranciers raken waardoor zij hun verplichtingen niet (tijdig) kunnen nakomen. MEER WETEN? Ontvangt u graag de notitie met de uitgebreide toelichting op bovengenoemde vragen? Heeft u vragen over de impact van COVID-19 op uw onderneming? Neem dan contact op met de advocaten van de sectie Bouwrecht, die (telefonisch, virtueel en per e-mail) voor u klaar staan. Klik hier voor de contactgegevens.

18 feb. 2020

De waarschuwingsplicht voor aannemers

Op 21 januari jl. heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) een arrest gewezen waarin de waarschuwingsplicht voor aannemers centraal staat (ECLI:NL:GHARL:2020:550). Op grond van artikel 7:754 BW dient een aannemer een opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht en in geval van gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever alsmede fouten of gebreken in door de opdrachtgever verstrekte plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken of uitvoeringsvoorschriften.