Onze updates -

Nieuws

  • 16 resultaten
  • Reset filters
31 jul. 2020

De nakoming van toezeggingen van bestuursorganen in de praktijk

Ruim een jaar geleden heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State haar jurisprudentie over de werking van het vertrouwensbeginsel ingrijpend gewijzigd. De Afdeling overwoog dat een toezegging van een bouwinspecteur en andere ambtenaren aan een vrouw uit Amsterdam het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat het gemeentebestuur van Amsterdam in haar geval niet handhavend zou optreden tegen het niet in overeenstemming met de vergunning aanwezige dakterras. Op deze uitspraak en de daaruit voortvloeiende jurisprudentiewijziging ben ik uitgebreid in een eerdere blog ingegaan. Kort gezegd dienen volgens de Afdeling voor het antwoord op de vraag of een bestuursorgaan een toezegging dient na te komen de volgende stappen doorlopen te worden: 1. Is er sprake van een toezegging? 2. Zo ja, kan deze worden toegerekend aan het bevoegde bestuursorgaan? 3. Zo ja, zijn er zwaarder wegende belangen die zich verzetten tegen honorering van het met de toezegging gewekte vertrouwen? Zo ja, dan moet beoordeeld worden of de benadeelde aanspraak heeft op enige vorm van compensatie. In het afgelopen jaar heeft de Afdeling meerdere uitspraken over het vertrouwensbeginsel gedaan waarbij zij haar nieuwe jurisprudentie heeft toegepast. In dit kader wordt gewezen op uitspraken van 12 februari 2020 en 22 april 2020 waarin de Afdeling oordeelde dat door de betrokkene een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kon worden gedaan. Het bijzondere aan deze uitspraken is dat nakoming van de toezeggingen een bestuursorgaan in beide uitspraken zou verplichten tot handelen in strijd met de wet. Dit doet de vraag rijzen in hoeverre voor het bestuursorgaan de verplichting bestaat om de gedane toezeggingen ook daadwerkelijk na te komen. In een uitspraak van 10 juni 2020 gaat de Afdeling uitgebreid in op de derde stap. In die zaak stond niet ter discussie dat het bestuursorgaan het gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt dat de gevraagde omgevingsvergunning voor een cafetaria zou worden verleend. Het bestuursorgaan zag daarin evenwel geen reden de vergunning ook daadwerkelijk te verlenen, nu in dat geval van de gemeentelijke beleidsregel afgeweken zou moeten worden. Het college motiveert in dit verband dat het algemeen belang bij handhaven van het bestemmingsplan en het voorkomen van ongewenste precedentwerking zich verzetten tegen het verlenen van een omgevingsvergunning. Aangezien de betrokkene naar aanleiding van de toezeggingen van het bestuursorgaan investeringen had gedaan, heeft het college besloten om aan deze betrokkene een schadevergoeding toe te kennen. De Afdeling overweegt: "Dat sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen betekent niet dat daaraan altijd moet worden voldaan. Zwaarder wegende belangen, zoals het algemeen belang of de belangen van derden, kunnen daaraan in de weg staan. Bij deze belangenafweging kan ook een rol spelen of de betrokkene op basis van de gewekte verwachtingen handelingen heeft verricht of nagelaten als gevolg waarvan hij schade heeft geleden of nadeel heeft ondervonden. Indien er zwaarder wegende belangen in de weg staan aan honorering van het gewekte vertrouwen kan voor het bestuursorgaan de verplichting ontstaan om de geleden schade te vergoeden als onderdeel van de besluitvorming." Volgens de Afdeling mocht het bestuursorgaan in dit geval volstaan met het toekennen van een schadevergoeding en was het bestuursorgaan niet verplicht de toezeggingen na te komen door de gevraagde vergunning te verlenen. De Afdeling betrekt in haar overweging dat volgens haar de betrokkene geen redenen heeft aangevoerd waarom het college niet mocht volstaan met het toekennen van een schadevergoeding. Uit deze uitspraak volgt kortom dat het bestuursorgaan ondanks de toezeggingen die zijn gedaan niet verplicht is een vergunning te verlenen. Een weigering om de vergunning te verlenen kan standhouden, onder de voorwaarde dat het bestuursorgaan zijn besluit goed motiveert, bijvoorbeeld aan de hand van het gemeentelijk beleid, en mits degene aan wie de toezeggingen zijn gedaan wordt gecompenseerd voor geleden schade. Vraag is wel hoe de jurisprudentie zich op dit onderdeel gaat ontwikkelen. Het zou namelijk niet de bedoeling moeten zijn dat de Afdeling vorig jaar voor burgers de deur op een kier heeft gezet en bestuursorganen eerder heeft willen binden aan uitlatingen van bestuurders en ambtenaren, maar deze deur vervolgens volledig dichtgooit bij de feitelijke nakoming van de toezeggingen door te overwegen dat bestuursorganen, mits voldoende gemotiveerd, kunnen volstaan met uitsluitend de toekenning van een schadevergoeding. Indien u nader geïnformeerd wilt worden over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met Elke Wouters, per e-mail wouters@rassers.nl of telefonisch op nummer 076-5 136 175, dan wel met de andere advocaten van de sectie Overheid en Bestuursrecht.

20 jan. 2020

Uw fiets wordt verwijderd door de gemeente! Wat nu?

Velen van u hebben het al eens meegemaakt dat de gemeente uw (schijnbaar) onjuiste geparkeerde fiets heeft verwijderd. Maar de vraag is nu of dat zomaar mag en kan. Het antwoord is nee.

14 jan. 2020

Spoedwet aanpak stikstof; oplossing of niet?

Op 1 januari jl. is de Spoedwet aanpak stikstof in werking getreden. Deze wet voorziet onder meer in een aantal wijzigingen van de Wet natuurbescherming (Wnb), waarmee extra instrumenten in het leven worden geroepen om de stikstofproblematiek aan te pakken. Het is de bedoeling dat hierdoor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken en die geraakt zijn door de PAS-uitspraken weer doorgang kunnen vinden. In deze blog worden de vijf belangrijkste wijzigingen uit de Spoedwet besproken.

24 okt. 2019

Let op: Een e-mail kan ook een besluit zijn waartegen bezwaar en beroep open staat!

Stel dat u via een e-mail te horen krijgt dat de door uw zorgvuldig voorbereide demonstratie geen doorgang kan vinden omdat de burgemeester geen toestemming geeft. De beslissing wordt gekenmerkt als een besluit in de zin van de Awb. Wanneer u geen bezwaar heeft ingesteld zal dit besluit formele rechtskracht krijgen en staan er voor u geen rechtsmiddelen meer open. Maar hoe kunt u nu weten of een dergelijke e-mail een besluit in de zin van de Awb inhoudt? Naar aanleiding van een dergelijke casus heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich op 9 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:33820) uitgelaten over de vraag of een e-mail kan worden gekwalificeerd als een besluit ex. artikel 1:3 van de Awb. Met deze uitspraak sluit zij aan bij een uitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:99) waarin reeds werd overwogen dat een e-mail een besluit kan inhouden. Hier werd aangesloten bij de opvatting dat een beslissing een rechtsgevolg heeft indien zij er op is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel een juridische status van een persoon of zaak vast te stellen. In dat opzicht kan een e-mail ook als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb worden gekwalificeerd. Daarbij is de inhoud en de wijze waarop de e-mail is geformuleerd van belang. Wanneer blijkt nu uit de inhoud en de wijze waarop de e-mail is geformuleerd of er sprake is van een besluit? De Afdeling geeft aan dat de redactie van de e-mail van doorslaggevende betekenis kan zijn. In dit geval was de e-mail bedoeld als reactie op de kennisgeving van een demonstratie. De reactie hield concreet en ondubbelzinnig een melding in dat de aangevraagde demonstratie op de gewenste wijze geen doorgang kon vinden. De mededeling kon niet anders worden begrepen. Dat in de reactie ook alternatieve mogelijkheden worden gegeven voor de demonstratie doet daar niets aan af. Een belangrijk verschil met de uitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:99) is dat destijds de e-mail wel is verstuurd door een beslissingsbevoegde, de secretaris. In dit geval is de e-mail door een medewerker van de politie gestuurd. Dit is niet in overeenstemming met het beleid dat de burgemeester besluiten over demonstraties schriftelijk en door haarzelf ondertekend kenbaar moet maken. Maar, zo beslist de Afdeling, dat betekent niet dat de e-mail daarom geen besluit kan zijn. De betreffende e-mail is namelijk op verzoek van de burgemeester namens haar verzonden. In de mail wordt ook namens de burgemeester meegedeeld dat de demonstratie op de gewenste wijze geen doorgang kan vinden. Dat de strekking van de e-mail niet overeenkomt met hetgeen de burgemeester verzocht heeft, komt voor haar risico, nu zij de e-mail namens haar door de politiemedewerker heeft laten versturen. Nu de Afdeling tot het oordeel is gekomen dat ook in een dergelijk geval sprake kan zijn van een Awb-besluit, wordt het besluitbegrip nog verder opgerekt. Dit kan het verstrekkende gevolg hebben dat iemand, zonder het goed te weten, met een besluit wordt geconfronteerd. Wanneer er vervolgens geen rechtsmiddelen zijn aangewend, krijgt dit besluit formele rechtskracht. Let dus goed op wanneer u als private partij een e-mail ontvangt of stuurt met daarin een mededeling van de burgemeester verwerkt. Afhankelijk van de vorm en inhoud kan het een besluit in de zin art. 1:3 Awb inhouden met alle gevolgen van dien. Indien u nader geïnformeerd wilt worden over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met Lieke Prinsen, per e-mail prinsen@rassers.nl of telefonisch op nummer 076-5 136 121, dan wel met de andere advocaten van de sectie Bouw en Overheid.

26 sep. 2019

Rassers sponsor Business Awards

Rassers is voor de derde maal trotse sponsor van de Business Awards Baronie Breda. Hèt netwerkevent van het jaar, waar regionaal ondernemerschap centraal staat.