Onze updates -

Nieuws

  • 3 resultaten
  • Reset filters
26 feb. 2021

Omgevingswet - De vergunning voor de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit

Onder het huidige wettelijk stelsel is in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de omgevingsvergunningplicht voor diverse activiteiten neergelegd. Veel kenmerken uit de Wabo ten aanzien van het vergunningenstelsel keren terug op het gebied van de omgevingsvergunning in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet kan, net als onder de Wabo, met één vergunning toestemming worden gegeven voor verschillende activiteiten. De "onlosmakelijk samenhang" zoals dat onder de Wabo is geregeld, komt wel te vervallen. De initiatiefnemer is aan zet, doordat hij zelf kan bepalen voor welke activiteiten hij een vergunning aanvraagt. Huidige situatie In de huidige situatie onder de Wabo geldt voor de meeste bouwactiviteiten dat een omgevingsvergunning is benodigd. Vergunningsvrije situaties zijn opgenomen in Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt getoetst aan artikel 2.10 van de Wabo. In dit artikel is een zogenoemd ''limitatief-imperatief" stelsel neergelegd. Dit betekent dat bij het ontbreken van een weigeringsgrond uit artikel 2.10 van de Wabo de aanvraag om een omgevingsvergunning verleend moet worden. Een vergunning wordt verleend indien de activiteit in overeenstemming is met het bestemmingsplan, het Bouwbesluit 2012, de Bouwverordening of de welstandsnota van de gemeente. Alle aspecten van de aanvraag (zowel planologisch als bouwtechnisch) worden in één keer beoordeeld. Toekomstige situatie Met ingang van de nieuwe Omgevingswet geldt dat een vergunningsaanvraag voortaan getoetst wordt op een tweetal onderdelen. Het gaat hierbij om de technische toets aan normen van bouwkwaliteit en de ruimtelijke toets aan de regels van het omgevingsplan. Dit betreft de zogenoemde "knip". De technische bouwactiviteit Onder de Omgevingswet is een bouwactiviteit pas bouwtechnisch vergunningplichtig als deze positief is aangewezen. Deze aanwijzing betreft een korte en algemene omschrijving voor bouwwerken die op basis van enkele randvoorwaarden vergunningplichtig zijn. De bouwtechnische omgevingsvergunning ziet uitsluitend op de technische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen. Deze regels zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en zijn vergelijkbaar met de regels die thans zijn te vinden in het Bouwbesluit 2012. Als een bouwwerk in de artikelen 2.15d of 2.15da Bbl is aangewezen als vergunningplichtig, geldt een vergunningplicht. Bouwwerken die niet vergunningplichtig zijn, worden genoemd in artikel 2.15db van het Bbl. Hier is bijvoorbeeld een dakkapel genoemd. Daarnaast is er een zogeheten bruidsschat met vergunningvrije gevallen, die de gemeenteraad later in het omgevingsplan kan aanpassen. De omgevingsplanactiviteit De omgevingsvergunning voor het bouwen op grond van het omgevingsplan betreft een toets aan de planologische aspecten. De regeling met betrekking tot de omgevingsplanactiviteit is voor een beperkt deel landelijk geregeld in artikel 2.15f van het BbI. In deze bepaling zijn gevallen genoemd waarbij geen vergunning is benodigd voor een omgevingsplanactiviteit. In artikel 2.15f wordt als voorbeeld een dakkapel in het achterdakvlak genoemd. Voor het overige geldt dat het omgevingsplan bepalend is voor de vraag of een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit vereist is. In het omgevingsplan zijn onder meer regels neergelegd omtrent bouwhoogte, bebouwingspercentage en welstand. Gemeenten krijgen hier derhalve de regie en bepalen zelf of een vergunningsplicht geldt. Een activiteit die voldoet aan de regels in het omgevingsplan, maar waarvoor in het omgevingsplan toch een vergunningplicht is opgenomen, wordt een binnenplanse omgevingsactiviteit genoemd. Er zijn ook buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dat is het geval als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan. Het omgevingsvergunningensysteem wordt onder de Omgevingswet niet eenvoudiger. De verschillende lijsten uit het Bbl en de verwijzingen over en weer maken het lastig te bepalen of wel of geen technische vergunningplicht geldt. Of voor een bepaalde activiteit een vergunning op grond van het omgevingsplan is benodigd, zal straks per gemeente verschillen. Voor iedere (ruimtelijke) ontwikkeling geldt dat in het omgevingsplan gekeken moet worden om te bezien of een vergunning al dan niet is benodigd. Indien u nader geïnformeerd wilt worden over de Omgevingswet kunt u contact opnemen met de advocaten van de sectie Bouwrecht en Bestuursrecht, Marnix Wolf (wolf@rassers.nl, 076-5 136 127), Elke Wouters (wouters@rassers.nl, 076-5 136 175) en Lieke Prinsen (prinsen@rassers.nl, 076-5 136 121).

16 feb. 2021

Omgevingswet - de zes kerninstrumenten

Zoals in onze blog Omgevingswet - inleiding reeds aangegeven, worden onder het regime van de nieuwe Omgevingswet zes nieuwe kerninstrumenten in het leven geroepen. In deze blog wordt -kort- ingegaan op deze instrumenten. Om deze theorie praktisch uit te leggen, zal ieder instrument worden toegelicht aan de hand van hetzelfde voorbeeld; wat kan dit kerninstrument betekenen voor een ondernemer met plannen voor de bouw van een hotel?

9 feb. 2021

Omgevingswet - inleiding

Zoals het er nu naar uitziet, treedt op 1 januari 2022 -na een totstandkomingsperiode van bijna 10 jaar- de Omgevingswet in werking. Deze datum zou voldoende ruimte moeten geven om het wetgevingsproces af te ronden, het digitale stelsel (DSO) op te leveren, de regelgeving goed te implementeren en ermee te oefenen.