Wetsvoorstel maakt uittreding en uitstoting van een aandeelhouder makkelijker

Inleiding


Indien tussen aandeelhouders van een besloten vennootschap een geschil ontstaat, dan is het zaak om eerst te kijken of onderling tot een oplossing kan worden gekomen of dat een eventuele aandeelhoudersovereenkomst een geschillenregeling bevat. Zo niet, dan kent de wet voor dergelijke geschillen de zogenoemde wettelijke geschillenregeling. Op grond van die regeling kan een aandeelhouder de rechtbank kort gezegd verzoeken om als aandeelhouder te mogen uittreden en zijn medeaandeelhouders dan wel de vennootschap te verplichten om zijn aandelen voor een door een deskundige te bepalen prijs over te nemen of om een aandeelhouder uit de vennootschap te stoten.
In de voortgangsbrief modernisering ondernemingsrecht van 20 december 2018 schreef de minister al dat de effectiviteit van de geschillenregeling moet worden verbeterd om uittreding of uitstoting mogelijk te maken. Dit nadat werd geconstateerd dat de ervaring met de geschillenregeling is dat de rechtbanken in het algemeen te terughoudend zijn, zodat uittreding of uitstoting van aandeelhouders niet mogelijk is in de praktijk. Gelukkig wordt aan dit voornemen nu ook uitvoering gegeven door het voorliggende wetsvoorstel, dat in deze blog kort en op hoofdlijnen zal worden besproken.

 

Wetsvoorstel in het kort

Verruiming gronden uitstoting en uittreding

Het wetsvoorstel voorziet erin de gronden waarop de vorderingen tot uitstoting en uittreding van een aandeelhouder uit de vennootschap kunnen worden toegewezen te verruimen. Zo regelt het wetsvoorstel dat ‘uitstoting’ niet alleen mogelijk is vanwege gedragingen van de aandeelhouder in die hoedanigheid, maar dat ook gedragingen in een andere hoedanigheid door de rechter kunnen worden meegenomen in zijn belangenafweging. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een aandeelhouder die de vennootschap oneerlijke concurrentie aandoet, maar ook een 50%-aandeelhouder tevens bestuurder van de vennootschap die de vennootschap schade toebrengt door bestuurlijk wangedrag.

Ten aanzien van de ‘uittreding’ vermeldt het wetsvoorstel dat de uittredingsgrond in de praktijk te beperkt wordt uitgelegd in de rechtspraak en hierdoor de toewijzing van een vordering tot uittreding weinig voorkomt. Rechtbanken stellen te hoge eisen aan de vordering tot uittreding. Het wetsvoorstel voorziet in een aanpassing van het criterium voor uittreding, met name omdat uittreding is bedoeld als een adequate exit voor een beknelde minderheidsaandeelhouder. Aan de norm voor uittreding wordt kort gezegd het element ‘redelijkheid en billijkheid’ toegevoegd, waarmee de maatstaf van uittreding wordt vereenvoudigd. Hiermee wordt verduidelijkt dat de aandeelhouder die onredelijk in zijn belangen wordt geschaad door zijn medeaandeelhouders of door de vennootschap kan uittreden, zodat de aandeelhouders niet langer tot elkaar veroordeeld hoeven te zijn.

Stroomlijning van de geschillenregeling met de enquêteprocedure

Het wetsvoorstel voorziet ook in een stroomlijning van de geschillenregeling met de enquêteprocedure. Het nadeel van een enquêteprocedure is dat de Ondernemingskamer geen definitieve overdracht van aandelen kan bevelen. Deze route heeft dan weinig zin, indien de focus ligt op de exit van een aandeelhouder. In het wetsvoorstel wordt een vereenvoudigde geschillenregeling bij de Ondernemingskamer voorgesteld die wel leidt tot een definitieve aandelenoverdracht. De toegang tot deze vereenvoudigde geschillenregeling bestaat echter pas na een oordeel van de Ondernemingskamer van onjuist of wanbeleid. De vraag is of van deze route veel gebruik zal worden gemaakt, nu de meeste procedures voor de Ondernemingskamer niet tot dat stadium komen.

Afwijzing vordering bij afwijzen redelijk bod

Het wetsvoorstel beoogt de uittredingsregeling verder effectiever te maken, door een bepaling in de wet te introduceren inhoudende dat de vordering tot uittreding niet kan worden toegewezen indien een aandeelhouder die zelf wil uittreden een onherroepelijk, onvoorwaardelijk en redelijk bod van de medeaandeelhouder(s) of de vennootschap heeft afgewezen. Hiermee wordt beoogd om een geschil over de prijs van de aandelen bij de rechter te voorkomen. Met een redelijk bod wordt gedoeld op een aanbod tot overname van de aandelen tegen de prijs die de aandeelhouder redelijkerwijs zou hebben ontvangen als hij de uittredingsprocedure zou hebben doorgezet. Indien de eisende aandeelhouder de redelijkheid van deze prijs betwist en de rechter niet zonder meer kan vaststellen dat dit bod redelijk is, dan kan een verkorte procedure worden gevolgd waarin een deskundige de aandelen waardeert.

Afsluitend

Indien u zich als aandeelhouder in een situatie bevindt waarin u wenst uit te treden of waarin u een andere aandeelhouder vanwege zijn gedragingen wenst uit te stoten, dan zorgt dit wetsvoorstel er naar mijn mening voor dat de drempel voor de gang naar de rechter lager wordt indien partijen niet tot een snelle en efficiënte oplossing van het geschil kunnen komen. Het is nu nog afwachten of deze bepalingen werkelijk en in deze vorm in de wet zullen worden opgenomen.

Indien u naar aanleiding van deze blog vragen heeft, of indien u zelf een aandeelhoudersgeschil heeft, neem dan contact op met onze specialist Philip Vroegrijk op 06-25695963 of vroegrijk@rassers.nl

 

 

Philip Vroegrijk
Philip Vroegrijk

Philip Vroegrijk

Advocaat

“Juridische kennis en analytisch vermogen zijn onmisbaar voor een advocaat. Maar het verschil maak je door strategisch en tactisch slim op te treden.”

Categorieën