Slapende dienstverbanden en werkgevers klaarwakker door uitspraak Hoge Raad

Afgelopen 8 november heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan (ECLI:NL:HR:2019:1734) naar aanleiding waarvan alle werkgevers wakker zouden moeten worden!
We adviseren werkgevers nog deze maand actie te ondernemen; we leggen hierna uit waarom.

Al tweemaal eerder schreven we over de prejudiciële vragen van de kantonrechter Roermond aan de Hoge Raad over de beëindiging van een slapend dienstverband op verzoek van de werknemer. Kort gezegd betreft het de vraag of werkgever verplicht is om positief te reageren op een verzoek van de ‘slapende werknemer’ om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, onder betaling van de transitievergoeding.

Moet werkgever ja zeggen op de vraag om te beëindigen?
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat goed werkgeverschap vereist dat wordt meegewerkt aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de langdurig arbeidsongeschikte werknemer indien die werknemer om de beëindiging verzoekt, onder betaling van de transitievergoeding.

Moet de werkgever dus altijd beëindigen op verzoek van werknemer?
De Hoge Raad heeft één uitzondering op de – kort gezegd – ontslagplicht geformuleerd. Het (toch) laten voortduren van een slapend dienstverband is niet in strijd met goed werkgeverschap als er reële toekomstige re-integratiemogelijkheden zijn voor de werknemer. De werkgever heeft in dat geval een gerechtvaardigd belang bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst.

Welke transitievergoeding moet werkgever dan betalen?
De Hoge Raad heeft aangegeven dat de werkgever bij positieve reactie op het werknemersverzoek niet een hogere transitievergoeding hoeft te betalen dan de transitievergoeding zoals verschuldigd is, of was, op de dag nadat de periode van 104 weken loondoorbetaling is verstreken.

Wat als de betaling van transitievergoeding(en) leidt tot (ernstige) financiële moeilijkheden?
De Hoge Raad geeft aan dat werkgever het verzoek tot beëindiging niet mag verwerpen als het betalen van de transitievergoeding leidt tot (ernstige) financiële moeilijkheden. Financieel nadeel geeft werkgever geen gerechtvaardigd belang om de arbeidsovereenkomst in stand te laten. Om de werkgever tegemoet te komen is nu juist de Compensatieregeling in het leven geroepen. Desondanks is er financieel nadeel omdat de transitievergoeding moet worden vóór-gefinancierd. Bij beëindiging van het dienstverband is de transitievergoeding verschuldigd maar de compensatie aanvraag is pas mogelijk na 1 april 2020. Zeker in het begin zal het UWV zoveel aanvragen te verwerken hebben dat beoordeling van de aanvragen en vervolgens de uitbetaling van de goedgekeurde aanvragen wel geruime tijd zal duren. Er wordt daarmee een beslag gelegd op de liquiditeit van de onderneming. Overigens kan natuurlijk wel geprobeerd worden om met werknemer afspraken te maken over gespreide betaling, desnoods na tussenkomst van een rechter (in geval van aantoonbaar ernstig financiële gevolgen). Punt van aandacht daarbij is dat indiening van de compensatie aanvraag pas mogelijk is nadat de laatste termijn is betaald en voor ‘oude’ gevallen (beëindigd vóór 1 april 2020) de compensatie aanvraag uiterlijk vóór 1 oktober 2020 moet zijn ingediend. De mogelijke mate van spreiding is dus gelimiteerd.
Behalve het nadeel van het beslag op de liquiditeit zijn er gevallen met een nog groter nadeel. Er zijn namelijk situaties waarin de compensatie lager zal zijn dan de verschuldigde transitievergoeding. Dat verschil is en blijft voor rekening van werkgever en ook dat vormt volgens de Hoge Raad geen afdoende reden om een dienstverband toch slapend te houden.

Moeten werkgevers actie ondernemen?
Nu de Hoge Raad heeft gesproken adviseren we dringend om nog deze maand goed te inventariseren of er in uw onderneming nog slapende dienstverbanden bestaan en te beoordelen of er redenen zijn om deze – pro-actief - nog in 2019 te beëindigen. Ook adviseren we om al gemaakte afspraken (gesloten vaststellingsovereenkomsten) met langdurig arbeidsongeschikte werknemers, die leiden tot een (formele) beëindiging van het slapend dienstverband op een datum in 2020, onder de loep te nemen en zo mogelijk open te breken om de einddatum te vervroegen naar een einddatum nog in 2019.

Waarom die haast?
Dat heeft te maken met het feit dat de transitievergoedingen per 1 januari 2020 anders worden berekend en bovendien de overgangsregeling, in verband met die veranderde berekening, niet één op één aansluit met de Compensatieregeling.

Onze cliënten ontvangen hierover op hele korte termijn een e-mail van ons waarin we dit nader toelichten en we met een actiepunten lijst komen.

Danielle Muller
Danielle Muller

Danielle Muller

Advocaat / Partner

“Een mooier beroep dan advocaat is er niet: intellectuele uitdaging, de vele mensen met wie je in aanraking komt en de ervaringen die je op doet. Maar vooral de voldoening als je een cliënt écht vooruit hebt weten te helpen.”

Categorieën