Schadevergoeding voor student na negatief bindend studieadvies

Afgelopen najaar is een interessante uitspraak gepubliceerd van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam over het recht op schadevergoeding voor een student na een onterecht verkregen negatief bindend studieadvies (“bsa”) [zie Rechtbank Amsterdam, 19 juli 2019, ECLI:NL:RBAMST:2019:5247]. Een van de weinige uitspraken over deze materie!

Negatief bindend studieadvies

De student in kwestie studeerde aan de Hogeschool van Amsterdam (“HvA”) en kreeg in zijn tweede collegejaar een negatief bindend studieadvies. Hiertegen heeft de student geprocedeerd. Tijdens de hoger beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (“CBHO”) heeft de HvA verklaard dat zij het negatief bindend studieadvies heeft ingetrokken.

Desondanks liep de student wel een studievertraging op van één jaar. En daarmee ook een vertraging voor de toetreding tot de arbeidsmarkt en dus één jaar inkomsten uit arbeid.

Volgens de student dient de HvA deze schade te vergoeden, en wel overeenkomstig de Letselschade Richtlijn Studievertraging.

Beoordeling kantonrechter

Niet in geschil is dat de HvA met het geven van een negatief bsa onrechtmatig jegens de student heeft gehandeld. De HvA is dan ook gehouden de schade die de student heeft geleden als gevolg van dit onrechtmatige handelen, aan de student te vergoeden.

Ter beoordeling stond daarom onder meer wat de omvang was van de door de student geleden schade. In dit verband stelt de HvA dat de student zijn schade had kunnen beperken door het door de HvA voorgelegde studieplan te volgen. De student had hiermee een half jaar kunnen “inlopen”, maar heeft hiervan afgezien. De kantonrechter deelt dit standpunt van de HvA is daarom van oordeel dat de schade als gevolg van de studievertraging voor de helft (dus voor een half jaar) voor rekening van student dient te blijven.

De HvA brengt ook nog in dat student gedurende het jaar dat hij zijn opleiding niet kon volgen, heeft gewerkt als nachtreceptionist en daarmee inkomsten heeft vergaard. De kantonrechter vindt het (kort gezegd) niet redelijk dat deze inkomsten van student volledige moeten worden verrekend met de HvA en zal de verkregen inkomsten daarom slechts voor een deel met de geleden schade verrekenen.

Bij gebrek aan andere reële aanknopingspunten oordeelt de kantonrechter tot slot dat -onder verwijzing naar artikel 6:97 BW- inderdaad aansluiting kan worden gezocht bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Deze Richtlijn gaat uit van een normbedrag van EUR 19.800,-- per jaar studievertraging op HBO-niveau.

Hoogte schadevergoeding

In onderhavige zaak is het normbedrag van de Richtlijn gehalveerd en daar is vervolgens nog een redelijk bedrag aan inkomsten van afgetrokken. De HvA is uiteindelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 6.900,-- aan schadevergoeding aan de student, ten gevolge van het onterechte verkregen negatief bsa.

Tot slot

Heeft u vragen over bovenstaande materie of over andere aspecten van het onderwijsrecht? Dan kunt u contact opnemen met Mischa Mackaaij, e-mail mackaaij@rassers.nl, telefoonnummer 076-5 136 133.

 

Mischa Mackaaij
Mischa Mackaaij

Mischa Mackaaij

Advocaat

“De juridische praktijk is vaak complex. Maar de essentie is simpel: je wilt een rechtvaardige oplossing waarmee de belangen van de cliënt het beste gediend zijn.”

Categorieën