Praktisch Procederen

In de nieuwe serie “Praktisch Procederen” nemen de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht van Rassers Advocaten u mee in de wereld van het procesrecht. In de serie gaan we in op belangrijke onderwerpen van het procesrecht en geven we tips voor de praktijk.

23 nov. 2021

Praktisch Procederen - Alternatieve vormen van bewijslevering: het getuigenverhoor en het deskundigenbericht

In de serie “Praktisch Procederen” nemen de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht van Rassers Advocaten u mee in de wereld van het procesrecht. In de serie gaan we in op belangrijke onderwerpen van het procesrecht en geven we tips voor de praktijk. Deze keer staan we stil bij het getuigenverhoor en het deskundigenbericht. In een juridische (civiele) procedure is het van belang wie bepaalde stellingen moet bewijzen en of het bewezen kán worden. Bewijs wordt veelal geleverd door middel van schriftelijke stukken. Indien dit bewijs echter niet voorhanden of niet toereikend genoeg is, dan staan andere bewijsmiddelen ter beschikking. Het getuigenverhoor en het deskundigenbericht zijn enkele van deze bewijsmiddelen. Het getuigenverhoor Een procespartij kan bewijs voor haar feitelijke stellingen aanbieden door het horen van getuigen. Indien een rechter van oordeel is dan naast schriftelijk bewijs aanvullend bewijs dient te worden geleverd, kan hij in een tussenvonnis een getuigenverhoor bevelen. Dit getuigenverhoor wordt ook wel enquête genoemd. De verklaring van een getuige kan dan bewijs opleveren voor bepaalde feiten in een zaak. De partij die getuigen wil laten horen dient zorg te dragen voor de oproeping. Oproeping dient te worden gedaan via aangetekende brief of deurwaardersexploot met daarin een datum waarop het getuigenverhoor zal plaatsvinden. Wanneer een getuige wordt opgeroepen, is hij verplicht om te verschijnen. De verklaring die een getuige doet, legt hij af onder ede. Dit betekent dat de waarheid gesproken dient te worden, meineed is immers strafbaar in dat geval. In bepaalde gevallen kunnen getuigen een beroep doen op een verschoningsrecht, zoals bijvoorbeeld een beroepsgeheim of indien zij familielid zijn van een partij. In dat geval moet de getuige wel verschijnen, maar hoeft hij niets te verklaren. Ook de wederpartij mag verhoorde getuigen vragen stellen, dit is de zogenoemde contra-enquête. De verklaringen van de getuigen worden opgenomen in een proces-verbaal, welke onderdeel uit maakt van het gehele procesdossier. De verklaringen worden meegenomen in het eindoordeel van de rechter. Het deskundigenbericht Indien de rechter kennis mist die relevant is voor de beslissing van het geschil, of in de situatie dat een partij aanvullend bewijs mag leveren, kan een deskundigenbericht nodig zijn. Op een specifiek punt zal dan een deskundige worden benoemd. Te denken valt bijvoorbeeld aan taxateurs voor de waardebepaling van onroerend goed, accountants voor de waardebepaling van aandelen of ondernemingen, maar ook artsen over medische situaties. Een deskundigenbericht wordt dan ook door de rechter gelast. In het tussenvonnis wordt de deskundige benoemd en worden de specifieke vragen aan de deskundige geformuleerd. De kosten voor de deskundige kunnen, bij wijze van voorschot, door beide partijen worden gedragen, of door een van de partijen. Na voldoening van het voorschot gaat de deskundige van start met zijn onderzoek. Na afronding stelt de deskundige een conceptrapport op. Beide partijen worden vervolgens in de gelegenheid gesteld hierop op- en aanmerkingen te maken. Deze opmerkingen worden of verwerkt in het definitieve rapport of de deskundige dient te motiveren waarom bepaalde opmerkingen niet zijn verwerkt of aangepast. Het definitieve deskundigenbericht wordt aan de rechtbank toegezonden. Heeft u meer interesse omtrent de regels en de gang van zaken in een deskundigenbericht? Lees dan de door de rechtspraak opgestelde Leidraad deskundigen in civiele zaken . Voorlopig getuigenverhoor en voorlopig deskundigenbericht Tot nu toe zijn we uitgegaan van bewijslevering door middel van een getuigenverhoor of deskundigenbericht in een juridische procedure. Met andere woorden, de dagvaarding is al uitgebracht en waarschijnlijk heeft over de inhoud van de zaak al een zitting plaatsgevonden. Het is echter ook mogelijk om al in een eerder stadium opheldering te krijgen over de precieze feiten. Via een zogenoemd voorlopig getuigenverhoor of voorlopig deskundigenbericht kan een partij al voorafgaand aan het starten van een juridische procedure bepalen of hij voldoende bewijs of informatie heeft om die procedure daadwerkelijk te starten. Op die manier kunnen de proceskansen worden ingeschat. Bovendien kan hiermee voorkomen worden dat bewijsmiddelen verloren gaan. Een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor of deskundigenbericht wordt gedaan bij de rechter, welke dit verzoek, als het voldoet aan de wettelijke vereisten, in beginsel zal toewijzen. Afwijzing kan slechts indien de verzoeker onvoldoende belang heeft, misbruik maakt van zijn bevoegdheid of sprake is van strijd met de goede procesorde. Deze voorlopige bewijsmiddelen kunnen dus van pas komen in de situatie dat voor een geschil specialistische kennis vereist is, of wanneer een partij in de positie verkeerd nog onvoldoende bewijs voor zijn stellingen te hebben. Tot slot Met het voorgaande hebben wij enkele alternatieve vormen van bewijslevering in een civiele procedure aan de orde gesteld. Heeft u naar aanleiding van deze blog nog vragen of wenst u een juridische procedure aanhangig te maken tegen uw wederpartij? Neem dan gerust contact op met een van de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht .

27 sep. 2021

Praktisch Procederen - Final Offer Arbitration

In de nieuwe serie “Praktisch Procederen” nemen de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht van Rassers Advocaten u mee in de wereld van het procesrecht. In de serie gaan we in op belangrijke onderwerpen van het procesrecht en geven we tips voor de praktijk.

28 jun. 2021

Praktisch procederen - Voeging en tussenkomst

In de nieuwe serie “Praktisch Procederen” nemen de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht van Rassers Advocaten u mee in de wereld van het procesrecht.

27 mei 2021

Praktisch Procederen - Beslaglegging

Stel, u heeft een geschil en u wilt een juridische procedure beginnen omdat u een vordering denkt te hebben op uw wederpartij. Het risico bestaat dat de schuldenaar onvoldoende verhaal biedt en in de tussentijd zijn bezittingen van de hand doet waardoor u, bij een eventueel toewijzend vonnis, met lege handen achterblijft. Het leggen van beslag op de eigendommen van uw schuldenaar zou in dat geval uitkomst kunnen bieden. In deze derde blog van onze nieuwe blogreeks bespreken wij daarom de mogelijkheden om beslag te leggen op de eigendommen van uw wederpartij. Daarnaast belichten we ook de andere kant, namelijk de situatie waarin u zelf geconfronteerd wordt met een beslag op uw eigendom en wat u in dat geval kunt doen.

7 mei 2021

Praktisch Procederen - Kort geding

In de nieuwe serie “Praktisch Procederen” nemen de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht van Rassers Advocaten u mee in de wereld van het procesrecht. In de serie gaan we in op belangrijke onderwerpen van het procesrecht en geven we tips voor de praktijk. De tweede blog van onze nieuwe blogreeks gaat over het kort geding. De kortgedingprocedure is een relatief snelle procedure en biedt uitkomst in gevallen waarin niet het resultaat van een langer durende bodemprocedure kan worden afgewacht. In welke situaties kan een kort geding worden gestart, wat zijn de verschillen met de bodemprocedure en wat kun je met een kort geding bereiken? In deze blog gaan wij nader op deze vragen in. Wanneer een kort geding? Een kort geding is bedoeld voor spoedeisende geschillen waarin relatief snel een oplossing nodig is. Voor het starten van een kort geding heeft de eisende partij dan ook een spoedeisend belang nodig. Of een spoedeisend belang aanwezig is, moet worden beoordeeld op basis van een afweging van de belangen van partijen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een van de partijen zich niet houdt aan een non-concurrentiebeding of het geval waarin een minderheidsaandeelhouder in een vennootschap probeert een verbod te vorderen op de uitvoering van een aandeelhoudersbesluit. Verschillen met een bodemprocedure Een verschil met de bodemprocedure is dat in een kort geding in principe geen ruimte bestaat voor bewijslevering, zoals het horen van getuigen of deskundigenbewijs. Dit omdat een kort geding is bedoeld om een voorlopige beslissing te krijgen vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure. In de bodemprocedure gaat de rechter dieper op de materie in. Hier schuilt ook meteen een risico in, want het kan voorkomen dat een rechter tot het oordeel komt dat de zaak feitelijk en juridisch te complex is voor een kort geding. Omdat het kort geding is bedoeld voor het verkrijgen van een snelle oplossing en omdat geen ruimte bestaat voor bewijslevering, is de doorlooptijd aanzienlijk korter. Waar een bodemprocedure gemiddeld genomen maanden tot jaren kan duren, afhankelijk van de aard en complexiteit van de procedure, kan bij een kort geding veel sneller een vonnis worden gekregen. Gemiddeld genomen duurt een kort geding enkele weken tot enkele maanden. In extreem spoedeisende gevallen zou zelfs binnen enkele uren een (mondeling) oordeel van een rechter kunnen worden verkregen. Een laatste voorbeeld van een verschil met een bodemprocedure gaat over de vraag of u verplicht bent om een advocaat in te schakelen om de procedure te kunnen voeren. In een bodemprocedure moet een partij zich verplicht laten bijstaan door een advocaat, tenzij sprake is van een kantonzaak. Bij een kort geding voor de kantonrechter zijn geen advocaten nodig en bij een kort geding voor de normale civiele rechter heeft alleen de eisende partij een advocaat nodig en de gedaagde partij dus niet, tenzij die gedaagde partij een tegenvordering zou willen indienen. Wat kun je bereiken met een kort geding? Een kort geding is bedoeld om een voorlopige voorziening te verkrijgen. Denk hierbij aan een veroordeling tot een geven, doen of nalaten. Voorbeelden hiervan zijn een vordering tot nakoming van gemaakte afspraken of een gebod of juist verbod om bepaalde handelingen te verrichten (zoals het staken van een inbreuk op een non-concurrentiebeding), zo nodig op straffe van verbeurte van een dwangsom. In kort geding kunnen geen vonnissen worden gewezen op grond waarvan een nieuwe rechtstoestand wordt gecreëerd of opgeheven (bijvoorbeeld de ontbinding of vernietiging van een overeenkomst) of op grond waarvan een nieuwe rechtstoestand wordt vastgesteld (bijvoorbeeld een verklaring voor recht dat een overeenkomst is vernietigd). Het vorderen van betaling van een geldbedrag in kort geding is over het algemeen lastig. Een vordering moet voldoende aannemelijk zijn, dus als de geldvordering inhoudelijk wordt betwist dan leent de vordering zich vaak niet voor kort geding. Verder moet sprake zijn van een spoedeisend belang, waardoor de eiser zal moeten onderbouwen waarom deze niet een bodemprocedure kan afwachten. Dat zou het geval kunnen zijn als de eisende partij zonder het geldbedrag in een financiële noodsituatie terecht komt. Ook geldt als vereiste dat het restitutierisico (het risico dat de eisende partij het op grond van het vonnis ontvangen bedrag na een bodemprocedure niet meer kan terugbetalen) laag moet zijn. Tot slot Met het voorgaande hebben wij enkele belangrijke punten over het kort geding aan de orde willen stellen. Heeft u nu zelf een dagvaarding voor een kort geding ontvangen of denkt u er juist aan om zelf een kort geding te beginnen en/of heeft u naar aanleiding van deze blog nog vragen? Neem dan gerust contact op met een van de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht.