Omgevingswet - de zes kerninstrumenten

Zoals in onze blog Omgevingswet - inleiding reeds aangegeven, worden onder het regime van de nieuwe Omgevingswet zes nieuwe kerninstrumenten in het leven geroepen. In deze blog wordt -kort- ingegaan op deze instrumenten. Om deze theorie praktisch uit te leggen, zal ieder instrument worden toegelicht aan de hand van hetzelfde voorbeeld; wat kan dit kerninstrument betekenen voor een ondernemer met plannen voor de bouw van een hotel?

I.  De omgevingsvisie

In de omgevingsvisie legt de overheid[1] haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Iedere overheid is verplicht om één omgevingsvisie vast te stellen voor haar hele grondgebied. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de overheid die het opstelt. In een omgevingsvisie worden allerlei onderwerpen, zoals natuur, energietransitie en de woningbouwopgave, samengebracht. Zo kan een gemeente in haar omgevingsvisie bijvoorbeeld vastleggen dat in het kader van een nieuw toerismebeleid het haar beleidsdoel is om voor 2030 in een nieuwe wijk aan de rand van de stad minimaal twee horecagelegenheden te realiseren die volledig energieneutraal (nul op de meter) zijn.

II.  Het programma

Met behulp van een programma kan een overheid maatregelen formuleren voor een bepaalde sector of bepaald gebied om zo de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. De uitvoering van deze maatregelen kan plaatsvinden met behulp van bijvoorbeeld beleidsregels, financiële instrumenten en convenanten. Het programma is een flexibel instrument dat een overheid kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Het instrument programma is, evenals de omgevingsvisie, een beleidsdocument en daarmee zelfbindend. In sommige gevallen moet een overheid, op grond van Europese richtlijnen of de Omgevingswet, verplicht een programma opstellen en in sommige gevallen is het vrijwillig. Onze ondernemer kan hier bijvoorbeeld mee te maken krijgen als hij zijn hotel wil realiseren nabij een Natura 2000-gebied. Ingevolge artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet dient de provincie voor dit gebied dan een programma te hebben gemaakt.

III.  Decentrale regels

Alle algemene regelgeving van decentrale overheden zijn opgenomen in één instrument per overheid. Voor de gemeente is dit het Omgevingsplan, voor de provincie de Omgevingsverordening en voor het waterschap de Waterschapverordening. Deze instrumenten vervangen de bestemmingsplannen en de gemeentelijke en provinciale verordeningen. In een Omgevingsplan kan een gemeente locaties aanwijzen waar nieuwe hotels zijn toegestaan. Ook kan een gemeente geluidwaarden, bouwcriteria en geurnormen stellen waaraan deze hotels moeten voldoen en waaraan een meldings- of vergunningsplicht is gekoppeld. De ruimtelijke toelaatbaarheid van het hotel van onze ondernemer wordt dus getoetst aan het Omgevingsplan.

IV.  Algemene rijksregels

De Omgevingswet werkt door in vier Algemene Maatregelen van Bestuur en in ministeriële regelingen, waarvan de Omgevingsregeling de belangrijkste is. De vier Algemene Maatregelen van Bestuur zijn:

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal):

In het Besluit activiteiten leefomgeving zijn regels opgenomen voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Daarnaast is vastgelegd voor welke activiteiten een vergunnings- of meldingsplicht geldt en wie het bevoegd gezag voor die activiteiten is. Hiermee wordt onder andere regelgeving uit het Activiteitenbesluit en het Besluit omgevingsrecht vervangen. Stel dat de ondernemer uit ons voorbeeld een hotel wil realiseren met een open bodemenergiesysteem, dan geldt hiervoor op grond van artikel 3.19, eerste lid, sub a, van het Besluit activiteiten leefomgeving een vergunningsplicht. Uit artikel 2.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving blijkt dat de Gedeputeerde Staten van de provincie het bevoegd gezag zijn waar deze vergunning moet worden aangevraagd.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Het Rijk heeft in het Besluit bouwwerken leefomgeving algemene regels opgesteld op het gebied van bouwen. De regels gaan over activiteiten die ingrijpen op bouwwerken. Deze regels vervangen onder andere (delen van) het Bouwbesluit 2012, de Woningwet, het Besluit energieprestatie gebouwen en het Besluit omgevingsrecht. In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden rijksregels gesteld over de technische bouwkwaliteit die gelden voor vergunningplichtige én vergunningsvrije technische bouwactiviteiten. Daarnaast wordt bepaald voor welke technische bouwactiviteiten een vergunningsplicht geldt. De toelaatbaarheid van de technische bouwactiviteit van het hotel moet dus aan het Besluit bouwwerken leefomgeving worden getoetst. Daarbij volgt bijvoorbeeld uit artikel 6.21, vierde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat de deur van een hotelkamer bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk alleen gesloten mag zijn als die deur tijdens het vluchten, zonder gebruik te moeten maken van een sleutel, onmiddellijk over de ten minste vereiste breedte kan worden geopend.

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Het Besluit kwaliteit leefomgeving treedt in de plaats van onder meer het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, het Besluit kwaliteit leefomgeving en delen van de Wet Milieubeheer. Voor alle decentrale overheden zijn instructieregels opgesteld waarmee een goed woon- en leefomgeving wordt gegarandeerd. Daarnaast zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving onder andere de rijksomgevingswaarden vastgelegd. Hiermee is vastgelegd welke kwaliteit van de fysieke leefomgeving minimaal geldt. Een rijksomgevingswaarde waar onze ondernemer mee te maken kan krijgen, is die van zwemwaterkwaliteit als hij een zwembad bij zijn hotel wil realiseren. Ingevolge artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt dat zwemwater aan de klasse ‘’aanvaardbaar’’ moet voldoen.

Omgevingsbesluit (Ob)

Het Rijk heeft in het Omgevingsbesluit algemene procedurele regels opgenomen voor burgers, bedrijven en overheden. Het Omgevingsbesluit regelt welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Onder andere het Besluit mer en het Besluit ruimtelijke ordening gaan op in dit besluit. Voor de ondernemer uit ons voorbeeld geldt dat uit artikel 11.6, tweede lid, van het Omgevingsbesluit volgt dat sprake is van een mer-beoordelingsplicht als hij een hotelcomplex buiten stedelijk gebied wil realiseren.

Omgevingsregeling (Or)

In de Omgevingsregeling zijn voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving (burgers, bedrijven, overheden) locatie-gebonden, uitvoeringstechnische, administratieve en meet- en rekentechnische voorschriften neergelegd die uitvoering geven aan de Omgevingswet en de vier hierboven beschreven Algemene Maatregelen van Bestuur. Voor het zwembad bij het hotel van onze ondernemer is bijvoorbeeld in artikel 12.59 e.v. van de Omgevingsregeling voorgeschreven op welke manier de kwaliteit van het zwemwater moet worden gemonitord.

V.  De omgevingsvergunning

Het uitgangspunt in de Omgevingswet is dat zoveel mogelijk activiteiten zijn geregeld met algemene regels, daarvoor is dan geen vergunning nodig. Een vergunningplicht is een uitzondering onder de Omgevingswet. Voor die gevallen waarvoor wel een vergunningsplicht geldt, kan het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning maatwerk leveren en bepaalde voorschriften opstellen. Zo kan het college van B&W aan de vergunning van het hotel bijvoorbeeld de voorwaarde verbinden dat de bouwhoogte, gelet op de ruimtelijke uitstraling in het gebied, maximaal 15 meter is.

VI.  Het projectbesluit

In een projectbesluit worden na het doorlopen van een projectprocedure projecten met een publiek nationaal, provinciaal, gemeentelijk of waterstaatsbelang mogelijk gemaakt. De projectprocedure vervangt daarmee onder andere het inpassingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening en het Tracébesluit uit de Tracéwet. Een project kan een initiatief zijn van burgers, van bedrijven of van overheden (of een samenwerking daarvan). In sommige gevallen verplicht de Omgevingswet om een projectprocedure toe te passen. Stel nu dat voor de realisatie van het hotel van onze ondernemer ook een verbreding van de autoweg nodig is vanwege een rijksbelang. Dan is het Rijk op grond van artikel 5.46 van de Omgevingswet verplicht om een projectbesluit vast te stellen.

Indien u nader geïnformeerd wilt worden over de Omgevingswet of een van haar kerninstrumenten kunt u contact opnemen met de advocaten van de Sectie Bouwrecht en Bestuursrecht, Marnix Wolf (wolf@rassers.nl, 076-5 136 127), Elke Wouters (wouters@rassers.nl, 076-5 136 175) en Lieke Prinsen (prinsen@rassers.nl, 076-5136 121).

 

[1] Onder ‘overheid‘ wordt verstaan: gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk.

Lieke Prinsen
Lieke Prinsen

Lieke Prinsen

Advocaat

“Cliënten zo goed mogelijk bijstaan met mijn juridische expertise”

Categorieën