Onze updates -

Nieuws algemeen

  • 54 resultaten
  • Reset filters
18 jan. 2022

Decharge: wat is het precies en wat zijn de aandachtspunten voor statutair bestuurders en aandeelhouders?

Inleiding In dit artikel staat het begrip decharge centraal. Wat is decharge precies, wanneer kan decharge worden verleend, wat valt hier wel en niet onder, waar biedt decharge nu wel en niet bescherming tegen en wat zijn de aandachtspunten bij decharge voor zowel statutair bestuurders als aandeelhouders? In dit artikel wordt antwoord gegeven op deze vragen. Wat is decharge? Het begrip decharge wordt niet uitgelegd in de wet. Het komt erop neer dat de vennootschap door het verlenen van decharge verklaart, dat zij de statutair bestuurder niet aansprakelijk zal stellen voor eventuele onbehoorlijke taakvervulling. Decharge wordt in beginsel verleend door de algemene vergadering van aandeelhouders. Wanneer kan decharge worden verleend? Decharge kan worden verleend tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders waarin de jaarstukken worden vastgesteld. Vaststelling van de jaarrekening leidt niet (meer) automatisch tot decharge van de bestuurder voor het desbetreffende boekjaar. Vereist is het opnemen van een apart agendapunt voor deze vergadering en besluitvorming op dit agendapunt. De gedachte hierachter van de wetgever is, dat dit het afleggen van verantwoording door de bestuurder aan de algemene vergadering van aandeelhouders bevordert. Dit is anders indien alle aandeelhouders tevens bestuurder van de vennootschap zijn, in welk geval de ondertekening van de jaarrekening door alle bestuurders (onder nadere voorwaarden) tevens als vaststelling van de jaarrekening geldt, welke vaststelling dan tevens strekt tot kwijting/decharge aan de bestuurder(s). Decharge kan ook tussentijds worden verleend, bijvoorbeeld in het geval de statutair bestuurder lopende het boekjaar wenst af te treden. Dit kan door een besluit buiten vergadering (mits aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan) of door besluitvorming in een fysieke algemene vergadering van aandeelhouders. De decharge heeft in dat geval niet betrekking op het voorafgaande boekjaar, maar op het door de bestuurder tot aan zijn aftreden gevoerde beleid en wordt in de praktijk doorgaans aangeduid als ‘algehele en finale decharge’. Wat valt wel en niet onder decharge? De aan een bestuurder door de algemene vergadering zonder voorbehoud verleende decharge ziet op alle door hem verrichte bestuursactiviteiten gedurende het jaar waar het ter vergadering besproken jaarverslag op ziet, voor zover die activiteiten blijkens de stukken bekend waren bij de algemene vergadering. De decharge strekt zich niet uit tot informatie waarover een individuele aandeelhouder uit andere hoofde de beschikking heeft gekregen of tot gegevens die niet uit de jaarrekening blijken of niet anderszins aan de algemene vergadering van aandeelhouders bekend zijn gemaakt. Een decharge strekt zich dus bijvoorbeeld niet uit tot frauduleuze onttrekkingen of betalingen die door manipulatie van de boeken niet uit de jaarrekening en de verslaglegging kenbaar zijn. Decharge strekt zich ook niet uit tot hetgeen aandeelhouders redelijkerwijs konden weten, dan wel tot hetgeen waar zij (mede gelet op de aan hen verstrekte informatie) bedacht op hadden kunnen zijn. Wanneer biedt decharge bescherming? Decharge beschermt alleen tegen interne aansprakelijkheid jegens de vennootschap en dus niet tegen vorderingen van derden die een bestuurder op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk stellen. Decharge beschermt de statutair bestuurder tegen een vordering van de vennootschap jegens de statutair bestuurder gebaseerd op artikel 2:9 BW, zijnde een (schade-)vordering wegens onbehoorlijk bestuur. Dit zou anders kunnen zijn in geval dat een dechargebesluit wordt vernietigd, indien dit in strijd komt met de redelijkheid en de billijkheid. Of een decharge ook bescherming biedt tegen eventuele andere vorderingen van de vennootschap, zoals een vordering gebaseerd op onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), is afhankelijk van de uitleg van het dechargebesluit. Als een decharge algemeen en zonder voorbehoud is geformuleerd, dan ziet zij niet alleen op bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW, maar ook op onrechtmatige daad. De wet maakt wel duidelijk dat een aan de bestuurder verleende decharge niet beschermt tegen een vordering van een curator op grond van onbehoorlijk bestuur op basis van artikel 2:248 BW in het geval van faillissement. Aandachtspunten voor een statutair bestuurder Voor een statutair bestuurder is van belang te realiseren dat geen recht bestaat om decharge verleend te krijgen. Niettemin doet de bestuurder er goed aan om bij iedere oproeping voor de jaarlijkse algemene vergadering het onderwerp decharge (zoals de statuten doorgaans voorschrijven) als agendapunt op te nemen en tevens zou de bestuurder het onderwerp decharge op tafel moeten leggen bij tussentijds aftreden. Bovendien verdient het aanbeveling om de algemene vergadering van aandeelhouders adequaat te informeren, om te voorkomen dat achteraf discussie ontstaat over de reikwijdte van de decharge. Ook doet de bestuurder er verstandig aan de beschikking te houden over notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders waarin de beraadslaging en besluitvorming over de decharge uitdrukkelijk is neergelegd, zodat hij in het voorkomende geval kan bewijzen dat deze decharge aan hem is verleend en dat deze de door hem voorgestane reikwijdte heeft. Aandachtspunten voor aandeelhouders Voor aandeelhouders is van belang om voorafgaand aan het verlenen van decharge aan een statutair bestuurder na te gaan of wellicht aanleiding bestaat om het verlenen van decharge (vooralsnog) te onthouden. Dit geldt met name in een situatie waarin de algemene vergadering van aandeelhouders weet of een vermoeden heeft van bepaalde nadelige gedragingen van de statutair bestuurder, of indien uit de jaarrekening of andere stukken evident bepaalde nadelige handelingen/betalingen zijn af te leiden, met (mogelijke) schade voor de vennootschap tot gevolg. In dat geval kan de keuze worden gemaakt om geen decharge te verlenen, dan wel om het desbetreffende onderwerp buiten de reikwijdte van de decharge te houden en dit vast te laten leggen in de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders. Bovendien bepaalt de tekst van het dechargebesluit de reikwijdte van de decharge, zodat dit ook een aandachtspunt betreft, ook voor de statutair bestuurder. Afsluitend Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen, heeft u advies nodig bij een discussie over decharge of over de vraag of een verleende decharge u als bestuurder wel of niet beschermt? Neem dan contact op met ondernemingsrechtadvocaat Philip Vroegrijk: vroegrijk@rassers.nl of 06-25695963.

14 jan. 2022

Praktisch procederen - Vonnis

In de blogserie “Praktisch Procederen” nemen de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht van Rassers Advocaten u mee in de wereld van het procesrecht. In de serie gaan we in op belangrijke onderwerpen van het procesrecht en geven we tips voor de praktijk. Deze nieuwe blog van onze blogreeks gaat over het vonnis. Wat is een vonnis, welke soorten vonnissen zijn er precies en wat staat er nu precies in een vonnis? In deze blog gaan wij nader in op deze vragen. Vonnis Een vonnis is de schriftelijke weergave van de beslissing van de rechter(s) en wordt ondertekend door de rechter(s) en de griffier en bij een meervoudige kamer door de voorzitter. Een vonnis is niet per sé gelijk aan het begrip ‘uitspraak’, omdat een rechterlijke uitspraak ook mondeling kan worden gedaan. Een uitspraak is dus een breder begrip, namelijk de openbaar gemaakte rechterlijke beslissing. De openbaarmaking van de beslissing is een belangrijk moment, omdat dit het moment is waarop de beslissing rechtskracht krijgt en dit is tevens bepalend voor het aanvangsmoment van beroepstermijnen. Het in een zittingszaal uitspreken van een vonnis gebeurt slechts incidenteel, bijvoorbeeld in een publiciteitsgevoelige zaak. In de meeste gevallen wordt het vonnis uitgesproken door op de rol (het register waarin zaken worden geadministreerd) te vermelden: “vonnis gewezen”. Soorten vonnissen Een tussenvonnis is een vonnis waarin de rechter nog niet definitief over de zaak heeft beslist. Er zijn verschillende soorten tussenvonnissen: (i) een provisioneel vonnis waarbij een voorlopige voorziening (een maatregel voor de duur van de procedure) wordt getroffen of geweigerd, (ii) een incidenteel vonnis waarin waarbij op een incidentele vordering wordt beslist (bijvoorbeeld een incidentele vordering tot vrijwaring, voeging en tussenkomst, zekerheidsstelling, schorsing en hervatting van het geding en wraking van rechters) en (iii) een interlocutoir vonnis waarbij de rechter een bewijsopdracht geeft, een deskundigenonderzoek of een andere instructie beveelt. Naast het tussenvonnis bestaat nog een deelvonnis waarin in het dictum (het gedeelte van het vonnis waarin de beslissing van de rechter is opgenomen) over een deel van het gevorderde definitief is beslist en het eindvonnis waarin in het dictum op al het gevorderde definitief is beslist en waardoor het geding wordt beëindigd. Belang kwalificatie vonnis De kwalificatie van een vonnis als een tussenvonnis, deelvonnis of een eindvonnis is niet alleen van belang voor het (verdere) verloop van de procedure, maar ook voor het instellen van hoger beroep. Indien sprake is van een tussenvonnis, dan kan pas hoger beroep worden ingesteld gelijktijdig met het eindvonnis. Dit is alleen anders als het gaat om een tussenvonnis waarin een voorlopige voorziening is toegewezen of geweigerd, in welk geval direct hoger beroep tegen het tussenvonnis kan worden ingesteld. Dit is ook anders indien de rechter, in het tussenvonnis of in een beslissing daarna en op verzoek van een partij, hoger beroep tegen het tussenvonnis heeft opengesteld. Indien sprake is van een deelvonnis, dan gaat de termijn voor hoger beroep direct lopen na dat deelvonnis en dient dus juist niet het eindvonnis te worden afgewacht voor het instellen van hoger beroep. Tot slot Heeft u naar aanleiding van deze blog nog vragen? Neem dan gerust contact op met een van de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht.

7 dec. 2021

Praktisch procederen - Comparitie van partijen

In de nieuwe serie “Praktisch Procederen” nemen de procesadvocaten van de sectie ondernemingsrecht van Rassers Advocaten u mee in de wereld van het procesrecht. In de serie gaan we in op belangrijke onderwerpen van het procesrecht en geven we tips voor de praktijk.

2 nov. 2021

Is het nu een arbeidsovereenkomst of niet?!?!

Inmiddels heeft zich een derde rechter gebogen over de vraag of de financieel directeur van de Volksbank NV nu wel of niet een arbeidsovereenkomst heeft (of had) met de Volksbank en of hij nu wel of niet rechtsgeldig is ontslagen is. Nadat in kort geding de ene rechter oordeelde dat het geen arbeidsovereenkomst was en de andere (in hoger beroep) dat het waarschijnlijk wél een arbeidsovereenkomst is, oordeelt een derde rechter nu dat er geen arbeidsovereenkomst is. Waar de moeilijkheid hierin zit, is het feit dat een statutair bestuurder van een BV of NV eigenlijk een hybride persoon is waarbij die bestuurder aan de ene kant een vennootschapsrechtelijke (door de wet geregelde) relatie heeft met die BV of NV. En aan de andere kant heeft die bestuurder ook een overeenkomst met die BV of NV: (doorgaans) een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Bij het vaststellen van welk etiket op die overeenkomst kan worden geplakt, arbeidsovereenkomst met dito bescherming of overeenkomst van opdracht met niet die arbeidsrechtelijke bescherming, gaat het er niet om wat partijen hebben bedoeld. Het gaat er om hoe partijen met de rechten en verplichtingen feitelijk omgaan. Als dat echt arbeidsrechtelijke rechten en verplichtingen zijn, dan is het een arbeidsovereenkomst, ook al hebben partijen zelf iets anders afgesproken. Zie mijn praktijktip hierover in Rechtspraak Ondernemingsrecht 2021/65