Het energielabel voor kantoren

Op 2 november 2018 heeft de Minister van BZK een wijziging van het Bouwbesluit 2012 gepubliceerd. Met deze wijziging wordt een energielabel C-verplichting voor kantoren per 1 januari 2023 ingevoerd. Deze energielabel C-verplichting houdt in dat kantoren die op 1 januari 2023 niet ten minste energielabel C hebben, niet mogen worden gebruikt.

Aanleiding

De aanleiding voor de label C-verplichting vormt het Energieakkoord voor duurzame groei dat op 6 september 2013 door ruim veertig partijen is gesloten. De partijen bij het Energieakkoord (waaronder de overheid) streven naar een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. Als tussenstap wordt gestreefd naar ten minste een gemiddeld niveau van het (huidige) label A voor alle gebouwen in 2030. Gekozen is voor een ingangsdatum op 1 januari 2023 om zodoende eigenaren van kantoorpanden de mogelijkheid te geven voor financiering te zorgen en de label C-verplichting zoveel mogelijk in te passen in natuurlijke onderhoudsmomenten. In de meerderheid van de gevallen zullen de aanpassingen aan het kantoorpand voornamelijk installatietechnisch zijn die een verdere verduurzaming in de toekomst niet in de weg staan. Dit zal vaak een rendabele investering zijn.

 

De energielabel C-verplichting voor kantoorpanden

De energielabel C-verplichting zal ingaan per 1 januari 2023 en geldt voor zowel publieke als private gebouwen die een kantoorfunctie hebben. Tot die tijd zijn kantoren slechts verplicht om te beschikken over een energielabel, ongeacht welk label dit is. De verplichting voor het energielabel C wordt neergelegd in een nieuw artikel 5.11 in het Bouwbesluit 2012. Artikel 5.11 bevat een aantal uitzonderingen op de labelplicht. Zo geldt de verplichting niet voor een afzonderlijk kantoorgebouw kleiner dan 100 m² aan kantoorfuncties en nevenfuncties. Ook geldt de verplichting niet voor een kantoorgebouw met een gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties kleiner dan 50% van de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt. Voorts kunnen in de gevallen waarin de terugverdientijd van de benodigde energiebesparende maatregelen meer dan 10 jaar is, de gebouweigenaar of gebruiker volstaan met het treffen van alle maatregelen met een terugverdientijd tot en met 10 jaar. Dit kan in de praktijk betekenen dat sommige kantoorgebouwen ook na 1 januari 2023 een slechtere labelklasse mogen hebben. De energielabelverplichting geldt voor alle kantoorgebouwen die als zodanig worden gebruikt, ongeacht wie de eigenaar is. Niet van belang is dus of een kantoorgebouw wordt verhuurd. De verplichting is daarnaast niet afhankelijk van transactiemomenten (zoals het geval is bij de koop van woningen).

 

Handhaving

Indien een kantoorpand na 1 januari 2023 toch wordt gebruikt, zonder dat dit pand een label C heeft, kan het bevoegd gezag (het college van burgemeester en wethouders van de gemeente) handhavend optreden op grond van handelen in strijd met het Bouwbesluit 2012. Bij handhavend optreden kan worden gedacht aan een waarschuwing, waarbij de gebouweigenaar de gelegenheid heeft om alsnog aan de verplichting te voldoen. Daarnaast kan het bevoegd gezag andere bestuursrechtelijke maatregelen nemen, zoals het opleggen van een last onder dwangsom. Dit betekent dat op het moment dat de gebouweigenaar niet binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn alsnog aan de label C-verplichting voldoet dwangsommen zal moeten betalen.

 

Voor woningen geldt al geruime tijd de verplichting om te beschikken over een energielabel. Welke labelklasse aan een woning wordt toegekend, is daarbij niet van belang. De labelverplichting bij woningen geldt op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen bij de levering van een woning. Op dat moment dient de verkoper een geldig energielabel beschikbaar te stellen aan de koper.

 

Onlangs is gebleken dat handhavend optreden door middel van het opleggen van een last onder dwangsom wegens het ontbreken van de aanwezigheid van een dergelijk energielabel voor woningen nog niet zo gemakkelijk is. De Raad van State oordeelde in een uitspraak van 17 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3347) dat ondanks dat de verkoper had gehandeld in strijd met artikel 2.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen door zijn woning te verkopen zonder een geldig energielabel aan de koper beschikbaar te stellen, de Minister geen last onder dwangsom aan de verkoper mocht opleggen. Een last onder dwangsom moet namelijk uitvoerbaar zijn en daarvan was in dit geval geen sprake. Ten tijde van het opleggen van de last onder dwangsom was de woning al verkocht, waardoor de verkoper geen eigenaar meer was van de woning. Op grond van artikel 2.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen rust alleen op de eigenaar dan wel de verkoper de verplichting om een energielabel beschikbaar te stellen dan wel aanwezig te hebben. Alleen 'labelplichtigen' kunnen een energielabel aanvragen. Aangezien de verkoper na verkoop dus niet meer een energielabel kan aanvragen, kan hij niet aan de opgelegde last voldoen, waardoor de last niet uitvoerbaar is. Mogelijk zal de Minister in plaats van het opleggen van een last onder dwangsom in de toekomst van zijn bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen gebruikmaken. Deze jurisprudentie is uitdrukkelijk enkel van toepassing ten aanzien van woningen en niet ten aanzien van kantoorgebouwen.

 

Voor het handhaven van de label C-verplichting bij kantoren zal het bevoegd gezag waarschijnlijk minder problemen ervaren. De verplichting is immers niet afhankelijk van transactiemomenten, maar geldt vanaf 1 januari 2023, daargelaten de hiervoor genoemde uitzonderingen, voor ieder kantoorpand.

 

Indien u nader geïnformeerd wilt worden over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met Elke Wouters, per e-mail (wouters@rassers.nl) of telefonisch op nummer 076-5 136 175, dan wel met de andere advocaten van de sectie Overheid en Bestuursrecht.

Elke Wouters
Elke Wouters

Elke Wouters

Advocaat

“De cultuur bij Rassers is praktisch en doelgericht. Wij zijn gefocust op een tevreden cliënt. Daar doen we alles voor.”