De gevolgen van het pensioenakkoord: deel III

In mijn vorige bijdragen heb ik stilgestaan bij een aantal onderdelen van het pensioenakkoord, te weten de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd in combinatie met het pensioenontslagbeding en daarnaast de versoepeling van de RVU-heffing om werknemers eerder te laten stoppen met werken.

Het pensioenakkoord is op 4 juli jl. – tot grote opluchting van minister Koolmees – goedgekeurd door het ledenparlement van de FNV. Daardoor kan de invoering van het nieuwe pensioenstelsel verder in werking worden gezet. Hieronder zal ik twee andere afspraken van dit akkoord toelichten die door het Kabinet als zogenaamde duurzame inzetbaarheidsmaatregelen worden gekwalificeerd, met als doel dat iedereen op een gezonde manier zijn of haar pensioen kan halen.

Verlofsparen

Er is afgesproken dat de fiscale mogelijkheid om verlof te sparen wordt verhoogd van 50 weken naar 100 weken. Nu is het zo dat een werknemer die meer dan 50 weken verlof heeft gespaard over het meerdere direct loonheffing moet afdragen. Het Kabinet verruimt deze grens dus naar 100 weken, zodat werknemers een extra mogelijkheid hebben om eerder te stoppen met werken (een werknemer blijft dan formeel in dienst bij de werkgever zonder de verplichting om arbeid te verrichten, waarbij de verlofdagen worden gebruikt om de periode tot de pensioendatum te overbruggen).  

Een werkgever kan extra verlof aan een werknemer toekennen door bijvoorbeeld ploegendiensten en/of overwerk geheel of gedeeltelijk uit te laten keren in verlofuren in plaats van in geld. Let op: je kunt als werkgever niet ineens 50 weken extra verlof aan een werknemer ‘schenken’. In dat geval is er namelijk sprake van een regeling voor vervroegde uittreding en dat wordt door de Belastingdienst bestraft met een RVU-heffing.

De voorbereidingen voor dit specifieke voorstel zijn blijkbaar in een vergevorderd stadium. Waarschijnlijk zal het met ingang van 1 januari 2021 in werking treden.

De inzet van toeslagen voor extra pensioenopbouw

Er wordt onderzocht hoe verschillende toeslagen kunnen worden omgezet in individuele vrijwillige pensioenopbouw. Vooral in cao’s voor zware beroepen zijn vaak bepaalde vormen van toeslagen opgenomen, zoals voor onregelmatigheid, overwerk en inconvenienten. Werknemers bouwen niet altijd pensioen op over deze toeslagen. Als er over deze loonbestanddelen wel (standaard) pensioen kan worden opgebouwd, biedt dat voor werknemers meer keuzemogelijkheden om eerder met pensioen te gaan (zonder dat de werkgever hiermee een RVU-heffing riskeert). Het is momenteel nog niet bekend wanneer werknemers hier gebruik van mogen maken.

Voor sommige pensioenregelingen kunnen werkgevers- en werknemersverenigingen in dit kader al afspreken dat de werkgever een vrijwillige spaarmodule aanbiedt. Werknemers sparen dan zelf extra pensioen, waarvoor de werkgever premie op het loon inhoudt. Een andere optie voor werknemers is de aankoop van een lijfrente (naast het pensioen). Op de website van de Belastingdienst is hiervoor een rekentool beschikbaar [1] .

 

 

 

Tot slot

Indien u nog nadere informatie wenst over dit artikel of als u meer in zijn algemeenheid een vraag heeft over een pensioenrechtelijk onderwerp, dan kunt u contact opnemen met Bram Rothuizen van de sectie pensioenrecht van Rassers Advocaten (076 5136 123 en/of rothuizen@rassers.nl).

[1]https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/werk_en_inkomen/sparen-voor-extra-inkomen/premies-en-stortingen-voor-een-lijfrente/premies-en-stortingen-voor-lijfrente-bij-pensioentekort/premies-en-stortingen-voor-lijfrente-bij-pensioentekort  

Bram Rothuizen
Bram Rothuizen

Bram Rothuizen

Advocaat

“Als advocaat staat het belang van je cliënt altijd voorop. Een cliënt moet aanvoelen dat je er zo in staat; en zelf moet je dat vertrouwen dan zien waar te maken.”

Categorieën