Beroep op onvoorziene omstandigheden in verband met coronacrisis afgewezen

In een eerdere blog linschreven wij welke contractuele aandachtspunten voor ondernemers gelden in verband met het coronavirus. Wij bespraken dat het virus een grote impact heeft op de economie en dat dit wellicht kan betekenen dat bepaalde verplichtingen uit lopende overeenkomsten niet (tijdig) kunnen worden nagekomen, waardoor mogelijk schade wordt geleden. Wij gaven aan dat er onder deze omstandigheden wellicht een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden kan worden gedaan. Op dat moment was het nog niet duidelijk of een beroep op onvoorziene omstandigheden specifiek in verband met de coronacrisis kans van slagen had. Inmiddels druppelen de eerste uitspraken hierover binnen.

 

Uitspraak voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam

In deze zaak link draaide het om de vraag of tussen partijen een Transaction Agreement in verband met een overname tot stand was gekomen, en zo niet, of de fee van 30 miljoen euro die in dat geval verschuldigd zou zijn, moest worden gewijzigd of verminderd in verband met de coronacrisis. In dit kader werd ook een beroep op onvoorziene omstandigheden gedaan.

De voorzieningenrechter oordeelde dat geen Transaction Agreement tot stand was gekomen. Tussen partijen was niet in geschil dat zij overeengekomen waren dat bij het niet-totstandkomen van de Transaction Agreement een fee van 30 miljoen euro verschuldigd was. De gedaagde stelde echter dat deze fee verminderd of gewijzigd diende te worden vanwege de coronacrisis. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt niet. De coronacrisis vormt volgens de voorzieningsrechter in geval van een overname weliswaar een onvoorziene omstandigheid, maar niet een onvoorziene omstandigheid op grond waarvan geen ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst mag worden verwacht. De voorzieningenrechter overwoog namelijk dat de fee was bedoeld om partijen aan te sporen tot het aangaan van de transactie en om risico’s tussen hen te verdelen. Indien de fee zou worden verminderd zou dit het makkelijker maken af te zien van de transactie en dit zou het doel van de fee doorkruisen. Als de gevolgen van de coronacrisis uiteindelijk blijken mee te vallen, lijkt de fee van 30 miljoen wellicht hoog, maar de voorzieningenrechter was van mening dat dit hetgeen was wat partijen redelijk vonden. Het beroep op onvoorziene omstandigheden werd aldus afgewezen.

 

Conclusie

Partijen zullen bij het aangaan van een overeenkomst in het algemeen geen rekening hebben gehouden met het coronavirus en de ingrijpende gevolgen hiervan. Indien een partij in verband met de coronacrisis grote financiële of operationele problemen ondervindt, kan een beroep op onvoorziene omstandigheden ertoe leiden dat een rechter de overeenkomst zodanig wijzigt dat een risicoverdeling van bijvoorbeeld 50/50 gezien de omstandigheden redelijk is. Uit voorgaande uitspraak volgt dat een beroep op het wijzigen van de overeenkomst op grond van de coronacrisis als onvoorziene omstandigheid in dit specifieke geval echter niet slaagt, nu het doel van de te wijzigen bepaling al een ingrijpendere risicoverdeling inhield. Deze uitspraak betekent echter niet dat dit voor alle gevallen geldt. Er dient altijd naar de specifieke omstandigheden te worden gekeken.

 

Mocht u naar aanleiding van deze blog nog vragen hebben, neem dan contact op met advocaten Philip Vroegrijk of Fleur Konings van onze sectie Ondernemingsrecht.

Philip Vroegrijk
Philip Vroegrijk

Philip Vroegrijk

Advocaat / Partner

“Juridische kennis en analytisch vermogen zijn onmisbaar voor een advocaat. Maar het verschil maak je door strategisch en tactisch slim op te treden.”

Categorieën