Bent u al voorbereid op de AVG?

Bedrijven die persoonsgegevens verwerken, krijgen meer verplichtingen. Aangezien vrijwel iedere organisatie persoonsgegevens verwerkt, gelden deze verplichtingen dus voor vrijwel ieder bedrijf. Van belang is dat organisaties kunnen laten zien dat zij hun verplichtingen nakomen en zich aan de AVG houden. Er gaat een documentatie- en registratieplicht gelden, terwijl bedrijven transparant en helder moeten communiceren welke persoonsgegevens zij verwerken, met welk doel en op welke grondslag. Personen moeten weten wat er met hun gegevens gebeurt.

Personen wiens gegevens worden verwerkt, krijgen bovendien meer rechten. Hun positie wordt verstevigd. Zij hebben niet alleen het recht op inzage, correctie en verwijdering, maar ook het recht op dataportabiliteit.

Daarnaast dienen bedrijven de beveiliging van persoonsgegevens op orde te hebben. ICT speelt, naast de juridische aspecten, een zeer belangrijke rol. Cybercrime, ransomware en hackers komen steeds meer voor. Technologie die voorheen nog toereikend was, hoeft dat anno 2018 niet meer te zijn.

 

De AVG dwingt organisaties kritisch naar hun interne processen te kijken. Er moet een inventarisatie plaatsvinden van welke persoonsgegevens er worden verwerkt en hoe deze beveiligd zijn. Vervolgens dienen er maatregelen te worden getroffen om privacy risico’s te minimaliseren. Bestaande processen moeten worden aangepast zodat deze aan de AVG voldoen. Daarnaast dienen bedrijven over diverse documenten, zoals bijvoorbeeld protocollen, privacy-verklaringen en bewerkersovereenkomsten te beschikken. Algemene voorwaarden moeten opnieuw bekeken worden en aan de AVG worden aangepast. Bovendien heeft ook de Ondernemingsraad een rol in dit proces.

 

Het inventariseren en aanpassen van de bestaande processen kost veel tijd. Het laten opstellen van de nodige juridische documenten en de integratie daarvan – zowel in- als extern – is eveneens tijdrovend. Hoewel de implementatie van de AVG het nodige van organisaties verlangt, is gebleken dat het merendeel van de bedrijven (bijna 80%) nog niet of nauwelijks is begonnen. Dit terwijl een bedrijf gemiddeld 3 tot 4 maanden nodig heeft om alle processen te doorlopen om daadwerkelijk privacy-proof te zijn.

Achterover leunen of (blijven) uitstellen, is geen optie. Op het niet nakomen van de AVG-verplichtingen rusten namelijk hoge boetes: 20 mln Euro of 4% van de wereldwijde omzet.

Wij helpen u graag verder. Geheel afgestemd op uw wensen en behoeftes. Wij kunnen u ontzorgen door het gehele AVG-proces voor uw onderneming te begeleiden. Maar mocht u meer behoefte aan het laten opstellen van de juridische documenten hebben, dan is ook dat vanzelfsprekend mogelijk.

Voor vragen met betrekking tot de AVG kunt u zich tot Isabel Wetzels (wetzels@rassers.nl / 076-513 61 91), onze privacy-expert, richten.

Het opbouwen van een langdurige relatie met onze cliënten, die is gefundeerd op wederzijds vertrouwen en waarbij openheid, kwaliteit van dienstverlening en effectiviteit de basis vormen.

Mr. T. van der Dussen Partner

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat huurders tegenover de nieuwe verhuurder in principe geen beroep kunnen doen op dwaling. In dat kader is art. 7:226 lid 3 BW van belang. Dat artikel bepaalt dat een nieuwe verhuurder slechts wordt gebonden door die “bedingen van de huurovereenkomst, die onmiddellijk verband houden met het doen hebben van het gebruik van de zaak tegen een door de huurder te betalen tegenprestatie”. Maar, zo oordeelt de kantonrechter onder verwijzing naar een eerdere uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden, het kan wel zo zijn dat aanvullende afspraken zijn gemaakt omtrent de overgang van rechten en verplichtingen naar de verhuurder. 

En in dit geval is er zo’n aanvullende afspraak omdat bij aanvang voor de verhuurders duidelijk was dat de één de ander zou opvolgen. Het beroep op dwaling slaagt daarom deels en de huurders hoeven een deel van de servicekosten niet te betalen. Partijen hebben weliswaar:

  1. afspraken gemaakt over een systeem van bevoorschotting en afrekening op basis van werkelijke kosten
  2. het gaat om een nieuw complex en een nieuw uniek concept wat de inschatting van servicekosten bemoeilijkte en
  3. er waren meer bezoekers dan verwacht, anderzijds

De kantonrechter oordeelt dat huurders tegenover de nieuwe verhuurder in principe geen beroep kunnen doen op dwaling. In dat kader is art. 7:226 lid 3 BW van belang.

Isabel Wetzels
Isabel Wetzels

Isabel Wetzels

Advocaat

“Ik houd de zaken graag simpel. Juridische details zijn belangrijk, maar ze mogen het totaalplaatje nooit ondoorzichtig maken. Het einddoel moet de cliënt én mij altijd scherp voor ogen staan.”

Categorieën

Gerelateerde artikelen

Om onze klanten up-to-date te houden posten wij graag nieuws over de laatste ontwikkelingen van ons werk en het bedrijf.

9 feb. 2018

Opvolgend verhuurder markthal moest waarschuwen voor hoge servicekosten

Rechtbank Rotterdam, 2 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:690 Onlangs besliste de kantonrechter te Rotterdam dat huurders van de Markthal te Rotterdam een beroep konden doen op dwaling jegens hun nieuwe verhuurder.