Advocaten in Breda met perspectief

Rassers helpt cliënten om het beste uit zichzelf en hun onderneming te halen. Met juridische expertise op topniveau, dicht bij huis. Door advocaten die uw taal spreken en denken in termen van resultaat.

Leer ons kennen
Leer ons kennen

Onze dienstverlening

De advocaten van Rassers adviseren, onderhandelen en procederen voor hun cliënten. Onze focus ligt daarbij op drie thema’s:

Ondernemingsrecht

Ondernemingsrecht

We helpen ondernemers om succesvolle keuzes te maken en risico’s te managen op het gebied van overnames, geschillen, contracten en financiële problemen.

 

Arbeidsrecht

Arbeidsrecht

Helder, up-to-date en oplossingsgericht advies over ontslag, concurrentie- en relatiebedingen, arbeidsongeschiktheid en pensioen.

Bouwrecht en Bestuursrecht

Bouwrecht en Bestuursrecht

Onze advocaten loodsen cliënten langs obstakels en risico’s op het gebied van onder meer aanbestedingen, contracten en geschillen, ook met de overheid.

Expertteams

Expertteams

Dwars door deze drie pijlers heen hebben we expertteams samengesteld op het terrein van IT & privacy en cassatie.

 

Agenda

Bijblijven met regelgeving en de praktische consequenties ervan doorzien, kan veel problemen voorkomen. Met onze lezingen en workshops maken we het u gemakkelijk.

Nieuws en achtergronden

Relevante ontwikkelingen in ons vakgebied, de mogelijke consequenties voor u, en het laatste nieuws over het Rassers-team en onze dienstverlening.

19 mei 2022

Artikel O&F Beljaars en Güntekin

Günes Güntekin en ik hebben het artikel “Wat is de invloed van de coronapandemie op due diligence en contractuele afspraken bij mid-market M&A-transacties” geschreven dat onlangs verscheen in het tijdschrift Onderneming en Financiering (O&F 2022 (30) 1 p 37-54). Wij gaan in het artikel in op de invloed van (de economische gevolgen van) de coronapandemie op het due diligence onderzoek en contractuele bepalingen. Wij bespreken de relevante rechtspraak van de afgelopen twee jaar. Tenslotte doen wij enkele tekstvoorstellen die in de praktijk kunnen worden gebruikt. Zie ook: https://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/ondernemingenfinanciering/2022/1.

17 mei 2022

Begeleiding van het Bredase familiebedrijf Jacobs Elektro Groep

Annemarie Beljaars heeft het Bredase familiebedrijf Jacobs Elektro Groep met veel genoegen begeleid bij de verwerving van branchegenoot Elektro Vogels in Helmond. Rassers advocaten feliciteert Manfred Jacobs met de verwerving, wenst Jorge Andrade veel plezier in de samenwerking en wenst Ad van den Einden plezier met zijn pensioen toe. Zie het persbericht: https://jacobselektro.nl/nieuws/jacobs-elektro-groep-neemt-belang-in-elektro-vogels-helmond/

17 mrt. 2022

Hoogste bestuursrechter acht (deel) TVL-regeling in strijd met het evenredigheidsbeginsel

Deze week, op 15 maart 2022, heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een belangrijke uitspraak gewezen, die een hoop stof zal doen opwaaien. Kort gezegd overweegt het CBb dat artikel 2.1.1, tweede lid, onder d, van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL-regeling) buiten toepassing moet worden gelaten en dat een TVL-subsidie op grond van die bepaling niet mag worden afgewezen. Dit betekent concreet dat voor de periode Q4 2020 niet aan ondernemers kan worden tegengeworpen dat zij niet met de juiste Sbi-code stonden ingeschreven in het handelsregister. Het CBb acht het in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb (het evenredigheidsbeginsel) dat de TVL-regeling voor de periode Q4 2020 is vastgesteld zonder te voorzien in een oplossing voor ondernemers die op 15 maart 2020 niet met de juiste Sbi-code stonden ingeschreven. Het CBb overwoog eerder in procedures over de Sbi-problematiek nog dat de (oude) TVL-regeling geen ruimte biedt om rekening te houden met de feitelijke bedrijfsactiviteiten. Nu lijkt sprake te zijn van een kentering in deze jurisprudentie. Het CBb is van oordeel dat bij de totstandkoming van deze TVL-regeling geen sprake meer was van een tijdelijke situatie of van noodmaatregelen. Voorheen stond het belang van de uitvoerbaarheid en het snel kunnen uitbetalen van de subsidie nog voorop, maar in de loop van de tijd zijn de belangen van ondernemers die – door de Sbi-problematiek – niet in aanmerking kwamen voor een TVL-subsidie, zwaarder gaan wegen. Daarbij neemt het CBb in aanmerking dat de lasten voor deze ondernemers steeds groter werden en het perspectief van volledige heropening van hun ondernemingen door de opvolgende lockdowns steeds verder in de toekomst kwam te liggen. Hier heeft de regelgever ten onrechte onvoldoende rekening mee gehouden. Deze uitspraak is goed nieuws voor ondernemers die voor de periode Q4 2020 geen subsidie toegekend hebben gekregen door deze Sbi-problematiek. Let op, daarbij is het wel van belang dat tijdig is opgekomen tegen de afwijzing om de TVL-subsidie. In het geval dat geen aanvraag is ingediend of de afwijzing onherroepelijk is geworden, heeft de ondernemer geen mogelijkheid meer om hiertegen op te komen. Tot slot is het interessant wat deze uitspraak gaat betekenen voor ondernemers die door andere leemtes in de TVL-regeling buiten de boot vallen voor een TVL-subsidie. Zo bestaat onder andere veel discussie over de referentieproblematiek. De referentieproblematiek zorgt voor veel ondernemers dat zij niet in aanmerking komen voor een TVL-subsidie, terwijl zij wel hard zijn getroffen door de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus. Eerder overwoog het CBb nog, met betrekking tot deze referentieproblematiek, dat het een uitdrukkelijke keuze van de regelgever is geweest om geen hardheidsclausule in de (oude) TVL-regeling op te nemen. De uitspraak d.d. 15 maart 2022 lijkt nu toch mogelijkheden te geven om ook in die gevallen een beroep op het evenredigheidsbeginsel te doen. Indien u benieuwd bent wat deze uitspraak voor u kan betekenen of wanneer u nader geïnformeerd wil worden over de mogelijkheden van TVL-regeling, kunt u contact opnemen met een van onze advocaten van de Sectie Bouw en Overheid, Marnix Wolf (wolf@rassers.nl, 076-5 136 127), Elke Wouters (wouters@rassers.nl, 076-5 136 175) en Lieke Prinsen (prinsen@rassers.nl, 076-5 136 121).

11 mrt. 2022

Van Wob naar Woo: de openbaarmakingsplicht

De Woo kent net als de Wob zowel een actieve openbaarmakingsplicht als een passieve openbaarmakingsplicht. Onder de Wob ligt daarbij de focus op de passieve openbaarmakingsplicht. Het initiatief van de openbaarmaking ligt daarbij bij de verzoeker. De Woo brengt hierin verandering. Ook de actieve openbaarmaking van informatie is een speerpunt. Actieve openbaarmakingsplicht De actieve openbaarmakingsplicht voor bestuursorganen is in de Woo uitgebreider ten opzichte van de Wob. De Wob kent juist aan bestuursorganen een grote mate van vrijheid toe om naar eigen inzicht documenten openbaar te maken (actieve openbaarheid). In artikel 3.3 van de Woo is een uitputtende lijst opgenomen met documenten die bestuursorganen uit eigen beweging openbaar moeten maken. Het gaat hier bijvoorbeeld om informatie over de organisatie en werkwijze van het bestuursorgaan, waaronder de taken en bevoegdheden van de organisatieonderdelen. Openbaarmaking moet zo spoedig mogelijk geschieden, doch uiterlijk binnen twee weken na vaststelling of ontvangst van de informatie. Dit betekent dat bedrijven en particulieren zich ervan bewust moeten zijn dat informatie die zij verstrekken aan de overheid op zeer korte termijn openbaar kan worden. Nieuw onder de Woo is ook dat ontwerpen van besluiten waarover extern advies is gevraagd ook actief openbaar moeten worden gemaakt, inclusief de daarbij behorende adviesaanvraag. Belangrijk te vermelden is dat aan artikel 3.3 van de Woo geen terugwerkende kracht toekomt. Dit betekent dat geen openbaarmakingsplicht geldt ten aanzien van documenten die zijn opgesteld of ontvangen vóór inwerkingtreding van de openbaarmakingsplicht uit de Woo. De specificatie van de actieve openbaarmakingsplicht zou een cultuurverandering bij bestuursorganen met zich moeten brengen. In plaats van op verzoek, zouden bestuursorganen onder de Woo eerder uit zichzelf informatie openbaar moeten maken. Deze informatie moet ook bereikbaar zijn voor een ieder. Op grond van artikel 3.3b Woo dienen alle documenten die onder de actieve openbaarmakingsplicht vallen via een digitaal platform (PLOOI) toegankelijk te worden gemaakt. PLOOI is een platform voor open overheidsinformatie, waar alle overheidsinformatie vindbaar moet zijn. Passieve openbaarmakingsplicht Onder de Woo blijft het mogelijk om bij het bestuursorgaan een verzoek in te dienen om informatie openbaar te maken. De Woo kent geen veranderingen ten aanzien van de indieningsvereisten van een verzoek om openbaarmaking. Eenieder kan een verzoek indienen bij een bestuursorgaan om informatie openbaar te maken. Daarbij hoeft de verzoeker geen belang te motiveren waarom hij de informatie wenst te ontvangen. Het verzoek om informatie te openbaren, kan zowel schriftelijk als elektronisch worden ingediend (artikel 4.1, tweede lid, van de Woo). Onder de Woo zijn de procedurele verschillen tussen verzoeken omtrent milieu-informatie en andere informatie opgeheven. De termijn om te reageren op een verzoek om milieu-informatie is nu gelijk aan de termijn voor een ander informatieverzoek (vier weken). Voorts dient het bestuursorgaan onder de Woo bij ieder openbaarmakingsverzoek informatie te verstrekken over de wijze waarop de informatie tot is gekomen. Deze verplichting gold onder de Wob uitsluitend voor het verstrekken van bepaalde milieu-informatie. Voor de passieve openbaarmakingsplicht kent de Woo geen overgangsrecht. De regels over de passieve openbaarmakingsplicht treden direct in werking.