Advocaten met perspectief

Rassers helpt cliënten om het beste uit zichzelf en hun onderneming te halen. Met juridische expertise op topniveau, dicht bij huis. Door advocaten die uw taal spreken en denken in termen van resultaat.

Leer ons kennen
Leer ons kennen

Onze dienstverlening

De advocaten van Rassers adviseren, onderhandelen en procederen voor hun cliënten. Onze focus ligt daarbij op drie thema’s:

Ondernemen

Ondernemen

We helpen ondernemers om succesvolle keuzes te maken en risico’s te managen op het gebied van overnames, geschillen, contracten en financiële problemen.

 

Werk, ontslag en pensioen

Werk, ontslag en pensioen

Helder, up-to-date en oplossingsgericht advies over ontslag, concurrentie- en relatiebedingen, arbeidsongeschiktheid en pensioen.

Bouw en overheid

Bouw en overheid

Onze advocaten loodsen cliënten langs obstakels en risico’s op het gebied van onder meer aanbestedingen, contracten en geschillen, ook met de overheid.

Expertteams

Expertteams

Dwars door deze drie pijlers heen hebben we expertteams samengesteld op het terrein van onderwijs, IT en privacy en cassatie.

 

Agenda

Bijblijven met regelgeving en de praktische consequenties ervan doorzien, kan veel problemen voorkomen. Met onze lezingen en workshops maken we het u gemakkelijk.

4 feb. 2020

Nationale Snelpleitwedstrijden

Magister JFT, Tilburg

1 apr. 2020

Business Awards Baronie van Breda

Grote Kerk Breda

7 apr. 2020

Rassers HR ontbijt: eet & weet

Hotel Princeville, Princenhagelaan 5, Breda

Nieuws en achtergronden

Relevante ontwikkelingen in ons vakgebied, de mogelijke consequenties voor u, en het laatste nieuws over het Rassers-team en onze dienstverlening.

16 okt. 2020

NOW 3.0: de belangrijkste voorwaarden en wijzigingen

Door de uitbraak van het corona-virus werd Nederland vanaf begin dit jaar geconfronteerd met buitengewone omstandigheden die een enorme impact hebben op het maatschappelijk leven in het algemeen en die ook ingrijpende gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. De uitval van economische vraag als gevolg van deze situatie heeft een zware wissel getrokken op het bedrijfsleven en de werkgelegenheid. Met de steun uit de NOW 1.0 en NOW 2.0 zijn veel bedrijven en burgers geholpen. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de negatieve economische gevolgen van het virus nog zullen voortduren. Om die reden heeft het kabinet besloten dat een derde versie van de NOW noodzakelijk is. Een budget van € 5,4 miljard is vrijgemaakt voor de komende negen maanden (€ 2,2 miljard in 2020 en € 3,2 miljard in 2021). Onlangs zijn de details van NOW 3.0 gepubliceerd in Staatscourant 2020, 52209. Aangezien de nieuwe regeling veel wijzigingen ten opzichte van de vorige twee met zich mee brengt, hebben wij de belangrijkste wijzigingen van de NOW 3.0 ten opzichte van de NOW 2.0 voor u op een rij gezet. 1. De duur: drie tijdvakken van drie maanden De NOW 3.0 geldt tot 1 juli 2021 en bestaat uit drie tijdvakken van elk drie maanden. Het eerste tijdvak duurt van oktober tot en met december 2020, het tweede tijdvak van januari tot en met maart 2021, en het derde tijdvak van april tot en met juni 2021. 2. Keuze mogelijk per tijdvak De werkgever kan per tijdvak een subsidieaanvraag indienen door middel van een formulier. Iedere werkgever die voldoet aan de voorwaarden kan een aanvraag indienen. Niet van belang is of een werkgever al eerder gebruik heeft gemaakt van een NOW-regeling. Binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidieverlening volgt het besluit in de vorm van een subsidiebeschikking. De definitieve subsidievaststelling vindt pas plaats nadat alle tijdvakken zijn verlopen, in de zomer van 2021. 3. Maximumpercentage vergoeding loonkosten stapsgewijs lager Vanwege het belang van aanpassingen aan de veranderende economische omstandigheden is er binnen de NOW 3.0 voor gekozen om het vergoedingspercentage voor de loonsom per tijdvak stapsgewijs te verlagen. De achterliggende gedachte is dat een geleidelijke afbouw van de steun voorkomt dat een al te grote schok optreedt op de arbeidsmarkt bij het eindigen van de subsidie. Het maximale percentage van de loonkosten dat de werkgever vergoed kan krijgen, daalt in het eerste tijdvak naar 80%; onder de NOW 2.0 bedroeg het maximale percentage 90%. Het kabinet investeert dit verschil van 10% in scholing en van-werk-naar-werk-trajecten. Het verschil wordt dus niet uitgekeerd aan werkgevers maar blijft bij de overheid. De daling van de maximale tegemoetkoming zet vervolgens verder door in 2021: 70% van de loonkosten in het tweede tijdvak en 60% van de loonkosten in het derde tijdvak. 4. Het te vergoeden loon per werknemer wijzigt In het kader van een geleidelijke afbouw wordt ook het maximum te vergoeden loon per werknemer gewijzigd. In de eerste twee tijdvakken blijft het te vergoeden loon per werknemer maximaal tweemaal het maximum dagloon. In het derde tijdvak is dit nog maar eenmaal het maximum dagloon. 5. Minimumpercentage omzetdaling hoger in tweede en derde tijdvak Om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming blijft de minimale omzetdaling in het eerste tijdvak 20%. Voor het tweede en het derde tijdvak in 2021 gaat het minimumpercentage omzetdaling omhoog naar 30%. De regeling spitst zich dus toe op organisaties waarvan de omzet het meest te lijden heeft van de effecten van de COVID-19 maatregelen. De omzetdaling wordt vastgesteld door het verschil tussen de referentie-omzet en de omzet in de omzetperiode te delen door de referentie-omzet. De uitkomst van deze berekening moet vervolgens worden uitgedrukt in hele procenten en naar boven worden afgerond. De referentie-omzet is de omzet over het kalanderjaar 2019 gedeeld door vier. 6. Daling loonsom mogelijk zonder subsidieverlaging Nu de crisis voortduurt, betekent dit ook dat sommige ondernemers moeten bezuinigen op de loonkosten. Dit kan een werkgever bijvoorbeeld doen door werknemers die met pensioen gaan niet meer te vervangen, door met het personeel, de ondernemingsraad of de vakbond afspraken te maken over een loonoffer of door werknemers te ontslaan. De NOW 3.0 biedt per periode in kleine stappen ruimte voor een dalende loonsom zonder dat dit leidt tot een korting op de subsidie. In het eerste tijdvak mag de loonsom 10% dalen, in het tweede tijdvak 15% en in het derde tijdvak 20%. De referentieloonsom voor alle drie de tijdvakken vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 is de loonsom van de maand juni 2020. 7. Eerdere voorwaarden rond bedrijfseconomisch ontslag vervallen Daarnaast vervallen eerdere voorwaarden uit NOW 1.0 en NOW 2.0 rond bedrijfseconomisch ontslag. Ten eerste vervalt de korting van 5% op het gehele subsidiebedrag als de werkgever bij grotere ontslagaanvragen geen overeenstemming heeft bereikt met de belanghebbende vakbonden of, bij gebreke daaraan, een andere werknemersvertegenwoordiging. Bij ontslag van twintig of meer werknemers in een werkgebied van de WMCO blijven de gewone regels rondom collectief ontslag wel onverkort van kracht. Ten tweede vervalt de voorwaarde dat 100% van het loon van de werknemer die ontslagen wordt vanwege bedrijfseconomische redenen, in mindering wordt gebracht op de subsidie. Het schrappen van de korting houdt in dat de werkgever ook subsidie ontvangt over de laatste maanden van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, oftewel de loonkosten die de werkgever heeft tijdens de ontslagprocedure en de opzegtermijn. Uiteraard voor zover binnen de geldende vrijstellingspercentages van het desbetreffende tijdvak wordt gebleven. 8. Inspanningsverplichting begeleiding van werk-naar-werk Een andere verandering ten opzichte van de NOW 2.0 is dat de NOW 3.0 een nieuwe inspanningsverplichting bevat voor de werkgever om mee te werken aan de begeleiding van werk-naar-werk van de werknemer. Van de werkgever wordt verwacht dat hij zich inspant om werknemers zo snel en soepel mogelijk aan nieuw werk te helpen op het moment dat een werkgever noodsteun ontvangt en gebruik maakt van de ruimte voor loonsomdaling door werknemers te ontslaan. 9. Sanctie: 5% korting op subsidie Voor werkgevers die tijdens het tijdvak waarvoor zij subsidie hebben aangevraagd een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen indienen bij het UWV geldt de verplichting om contact op te nemen met de UWV telefoon NOW. De werkgever zal in het gesprek met het UWV in den brede gevraagd worden of zij ondersteuning kan gebruiken bij van-werk-naar-werk beleid. Bij de vaststelling van de subsidie controleert het UWV of de werkgever gedurende het subsidietijdvak een aanvraag voor bedrijfseconomisch ontslag heeft ingediend en of de werkgever contact met het UWV heeft opgenomen via de UWV telefoon NOW. Als wordt vastgesteld dat een werkgever bedrijfseconomisch ontslag heeft aangevraagd, maar geen contact heeft gehad met het UWV over de mogelijke ondersteuning bij de van-werk-naar-werk begeleiding, wordt het subsidiebedrag met 5% gekort. 10. Andere belangrijke elementen blijven ongewijzigd Andere belangrijke elementen veranderen niet, zoals de inspanningsplicht voor scholing en het verbod op het uitkeren van dividend of bonussen en het inkopen van eigen aandelen. Daarnaast blijft de vaste 40% opslag voor werkgeverslasten bestaan, evenals het voorschot van 80% van het subsidiebedrag. Als u vragen heeft over de NOW 3.0, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. De advocaten van onze sectie arbeidsrecht zijn per e-mail en telefonisch te bereiken voor nader overleg. Taco van der Dussen (dussen@rassers.nl, 076-5136 107) Danielle Muller (muller@rassers.nl, 076-5136 104) Simone Oosterbeek (oosterbeek@rassers.nl, 06-24100210) Isabel Wetzels (wetzels@rassers.nl, 076-5136 191) Bram Rothuizen (rothuizen@rassers.nl, 076-5136 123) Jolien Macken (macken@rassers.nl, 076-5136 192) Lonneke van Roekel (roekel@rassers.nl, 06-15583759)

3 sep. 2020

Let op de beperkingen van vergunningsvrije bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan!

Reeds in 2017 heeft de Afdeling overwogen dat een gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan de mogelijkheden om vergunningsvrije bouwwerken in achtererfgebieden te plaatsen, kan beperken. In lijn met deze jurisprudentie heeft de Afdeling op 17 juni 2020 de mogelijkheden die een gemeenteraad ter beschikking staat om het vergunningsvrij bouwen in te perken in het bestemmingsplan, verder uitgebreid. Maar hoe zit dit nu precies? In deze blog wordt uiteen gezet op welke manieren een gemeenteraad voorwaarden kan opnemen in een bestemmingsplan waarmee vergunningsvrij bouwen kan worden tegengegaan. Wanneer kan vergunningsvrij worden gebouwd? In het Besluit omgevingsrecht (Bor) is aangegeven wanneer een bouwwerk vergunningsvrij kan worden gebouwd. Zo kan iemand bijvoorbeeld in het achtererfgebied van zijn perceel zonder vergunning een erker, garage of berging bouwen, mits aan de vereiste afmetingen is voldaan. In beginsel kan een gemeenteraad de mogelijke aanbouw in het achtererfgebied van een perceel niet verbieden. Toch kan een gemeente redenen hebben om het vergunningsvrij bouwen in te willen perken. Wanneer kan een gemeenteraad het vergunningsvrij bouwen beperken? In aanvulling op de uitspraken in 2017 waarbij beperkende regels voor het vergunningsvrij bouwen zijn geaccepteerd, heeft de Afdeling in 2018 overwogen dat een gemeenteraad niet zomaar mag besluiten dat in een bepaald gebied niet vergunningsvrij kan worden gebouwd. Het dient goed te worden gemotiveerd waarom een gemeenteraad een beperking voor het vergunningsvrij bouwen noodzakelijk acht. Alleen indien op grond van locatie-specifieke omstandigheden kan worden gemotiveerd dat het vergunningsvrij bouwen dient te worden ingeperkt kan dit in het belang van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar worden geacht. Indien goede gronden aanwezig zijn om het vergunningsvrij bouwen aan banden te leggen, kan een gemeenteraad een bestemmingsplan zo inrichten dat (delen van) een perceel bij een woning niet meer als ‘erf’ kunnen worden aangemerkt zodat ook geen achtererf aanwezig is en hierop niet vergunningsvrij kan worden gebouwd. De Afdeling heeft verschillende vormen van beperkende regels voor het vergunningsvrij bouwen goedgekeurd. Zo kan bij een perceel met een woning en de daarvoor geldende woonbestemming worden voorzien in een dubbelbestemming. In een bestemmingsplan kunnen dusdanige beperkingen worden gesteld aan het bouwen op gronden met die specifieke dubbelbestemming dat het gedeelte van het perceel waarop die dubbelbestemming rust niet kan worden aangemerkt als erf. Derhalve heeft het betreffende perceel geen achtererfgebied en kan hier niet vergunningsvrij worden gebouwd. Daarnaast kan de inperking van het vergunningsvrij bouwen worden vormgegeven door aan specifieke percelen een andere bestemming dan ‘’wonen’’ toe te kennen. Wanneer hier dan een planregel aan wordt toegevoegd waarin onderbouwd is aangegeven dat deze percelen zijn uitgesloten om als erf aan te kunnen worden gemerkt, kan hier niet vergunningsvrij worden gebouwd. Als derde mogelijkheid is door de Afdeling nu ook geaccepteerd dat aan een (deel van een) perceel een specifieke aanduiding wordt gegeven waarbij wordt vermeld dat ‘’bebouwing voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken’’ wordt uitgesloten. Bij deze mogelijkheid wordt tevens door middel van bouwvlakken getracht te voorkomen dat op het betreffende gedeelte vergunningsvrij wordt gebouwd. Conclusie Een gemeenteraad kan bij de vaststelling van een bestemmingsplan ervoor kiezen, uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, het vergunningsvrij bebouwen van percelen met een bijzondere landschappelijke betekenis in te perken. Met zijn uitspraak van 17 juni jl. heeft de Afdeling in aanvulling hierop overwogen dat het een gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan zelfs vrij staat dit op de door hem gekozen manier te waarborgen. Dus mocht u van plan zijn een bijbehorend bouwwerk op uw perceel te plaatsen dat aan alle vereisten voor vergunningsvrij bouwen voldoet, let dan toch even op of het ter plaatse geldende bestemmingsplan hier wellicht nog beperkingen oplegt! Indien u nader geïnformeerd wilt worden over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met Lieke Prinsen, per e-mail prinsen@rassers.nl of telefonisch op nummer 076-5 136 121, dan wel met de andere advocaten van de sectie Bouw en Overheid.

1 sep. 2020

Een vernietigende omhelzing

Veel bedrijven hebben een coronabeleid opgesteld naar aanleiding van de RIVM-maatregelen. Dat niet iedereen zich eraan houdt, komt regelmatig voor. Maar een werknemer van KwikFit maakte het wel heel bont. Deze werknemer wilde een collega, die voor het eerst weer op het werk verscheen na een periode van thuiswerken, een hand geven.

25 aug. 2020

Vergeet de compensatieaanvraag transitievergoeding niet!

Wij kunnen ons voorstellen dat het aanvragen van compensatie voor transitievergoedingen voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers wellicht geen prioriteit heeft gehad door de huidige coronacrisis. Wij wijzen u er daarom graag op dat compensatieaanvragen voor transitievergoedingen die voor 1 april 2020 zijn betaald vóór 1 oktober 2020 moeten worden ingediend bij het UWV. Voor overige gevallen geldt dat de compensatieaanvraag uiterlijk zes maanden na volledige betaling van de transitievergoeding moet zijn ingediend. Een compensatieaanvraag is vrij eenvoudig aan te vragen. U logt in op het werkgeversportaal van het UWV met eHerkenning. Vervolgens vult u het formulier ‘Aanvraag compensatie transitievergoeding’ in. Onze ervaring is dat aanvragen overzichtelijk en vlot worden afgewerkt door het UWV. Als u compensatie krijgt, staat in de toekenningsbrief hoe hoog de compensatie is en hoe het bedrag berekend is. Van cliënten horen wij dat zij het bedrag daarna binnen vijf werkdagen op de bankrekening hebben ontvangen.