Het regeerakkoord voor een knellende arbeidsmarkt

12 okt 2017

Het kabinet Rutte III vindt de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) toch niet zo geslaagd. In het regeerakkoord geven de coalitiepartijen hun visie op de toekomst. Het kabinet wil daarbij ook het (arbeids)recht gedeeltelijk hervormen. Of beter gezegd, het kabinet wil sommige aanpassingen van de WWZ weer terugdraaien zoals het was vóór 1 juli 2015.

 

De coalitiepartijen vinden dat momenteel de arbeidsmarkt knelt voor zowel werkgevers als werknemers. Daarbij onderkent het kabinet dat er veel verantwoordelijkheden voor de arbeidsrelatie eenzijdig bij werkgevers zijn weggelegd. Het is de ambitie van het kabinet om meer mensen aan een contract voor onbepaalde tijd te helpen door vast werk minder vast te maken en flexwerk minder flex. Daarnaast wil het kabinet dat zelfstandigen de ruimte krijgen om te ondernemen, maar wil de regering tevens schijnzelfstandigheid aanpakken. Ook wil het kabinet rekening houden met de omvang van de werkgever (bij minder dan 25 werknemers). In dit artikel licht ik een aantal punten uit het regeerakkoord toe.


Ontslag

Het kabinet ziet in dat er voor werkgevers veel kosten en risico’s verbonden zitten aan het (vast) in dienst hebben van personeel, wat leidt tot terughoudendheid van werkgevers om een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden. Daarom wil het kabinet het ontslagrecht vereenvoudigen.

 

Sinds de WWZ moet de werkgever één voldragen grond hebben. Anders kan de kantonrechter niet ontbinden. Het kabinet wil terug naar het “oude” systeem, waarbij ontslaggronden kunnen cumuleren. Dit betekent dat je meerdere problemen binnen de arbeidsrelatie ten grondslag kan leggen aan het ontbindingsverzoek (zoals disfunctioneren in combinatie met een verstoorde arbeidsrelatie). Tezamen kunnen deze gronden dan ontbinding rechtvaardigen. Tegenover de ruimte om de arbeidsrelatie gemakkelijker te beëindigen, opent de coalitie de mogelijkheid voor de rechter om een hogere vergoeding toe te kennen (namelijk maximaal de helft van de transitievergoeding bovenop de eigenlijke transitievergoeding).

 

Transitievergoeding

Ook binnen de (berekening van de) transitievergoeding zal een en ander veranderen. Het kabinet wil dat werknemers al vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht hebben op een transitievergoeding in plaats van na twee jaar. Daarnaast zal de transitievergoeding voor elk jaar dienstverband 1/3e maandsalaris bedragen, ook voor de arbeidsrelaties die meer dan 10 jaar hebben geduurd. Op dit moment bedraagt de transitievergoeding 1/6e maandsalaris per half dienstjaar voor de eerste 10 jaar en 1/4e maandsalaris per half dienstjaar na 10 jaar. De overgangsregeling die geldt tot 2020 voor werknemers van 50 jaar en ouder blijft gehandhaafd.

 

Scholingskosten

De coalitiepartijen willen de mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding verruimen. De scholing binnen de eigen organisatie die gericht is op een andere functie mag ook in mindering worden gebracht op de transitievergoeding.

 

Tijdelijke contracten

Het kabinet wil de ‘draaideur’ van tijdelijke contracten aanpakken. Dit wil hij doen door de periode van opeenvolgende bepaalde tijdscontracten te verlengen van twee naar drie jaar (zoals vóór de WWZ). De tussenpoos van zes maanden waarna de keten van bepaalde tijdscontracten opnieuw begint, blijft gehandhaafd. Wel wil de regering het op sectoraal niveau mogelijk maken om af te wijken van deze periode van zes maanden.

 

Proeftijd

Daarnaast wil het kabinet een langere proeftijd (van maximaal vijf maanden) toestaan, wanneer een werkgever een werknemer meteen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbiedt. Bij contracten voor de duur van twee jaar of meer mag de proeftijd drie maanden bedragen.

 

Payrolling

De coalitiepartijen willen een wetsvoorstel maken waarin het arbeidsrechtelijk regime van de uitzendovereenkomst buiten toepassing verklaard wordt bij payrolling. Daarbij wil het kabinet dat werknemers op het gebied van arbeidsvoorwaarden gelijk worden behandeld met de werknemers van de inlener.

 

Nulurencontract

Soms moeten werknemers op basis van een nulurencontract permanent beschikbaar zijn voor de werkgever. Hierdoor kunnen deze werknemers geen andere (deeltijd)banen accepteren. Het kabinet wil dat werknemers niet langer gehouden zijn om gehoor te geven aan een oproep, althans niet binnen een bepaalde termijn.

 

Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte bij MKB

De coalitiepartijen willen de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor het MKB (tot 25 werknemers) beperken tot één jaar. De ontslagbescherming blijft daarbij nog steeds gelden gedurende twee jaar, maar de loondoorbetaling en re-integratieverplichtingen worden door het UWV overgenomen in het tweede ziektejaar. De kosten daarvoor zullen worden opgevangen door een uniforme lastendekkende premie, te betalen door de kleine werkgevers. Het kabinet wil de periode voor de WGA-premiedifferentiatie verkorten naar vijf jaar.

 

ZZP’ers

De regering merkt op dat de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) eigenlijk alleen maar heeft geleid tot onrust. Daarom wil zij de Wet DBA vervangen. De nieuwe wet zal meer zekerheid bieden aan zzp’ers en opdrachtgevers dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en moet schijnzelfstandigheid voorkomen. Klinkt bekend. De wet DBA had namelijk hetzelfde doel. Dit keer heeft het kabinet een andere methode bedacht.

 

Zo zal er bijvoorbeeld altijd sprake zijn van een arbeidsovereenkomst als de zzp’er een laag tarief hanteert en een overeenkomst voor een langere duur sluit. Vermoedelijk zal als laag tarief beschouwd worden € 15,-- tot € 18,-- per uur.

 

De zzp’ers die een hoog tarief hanteren (boven € 75,-- per uur) en kortere overeenkomsten sluiten (ten hoogste één jaar), kunnen gebruik maken van een “opt out” voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen. De zzp’ers in het “midden kader” kunnen een opdrachtgeversverklaring opvragen, zodat opdrachtgevers vooraf duidelijkheid en zekerheid krijgen bij de inhuur van deze zzp’ers. De opdrachtgever wordt daardoor ook gevrijwaard van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. Het kabinet zal het begrip “gezagsverhouding” verduidelijken.

 

Partnerverlof

Op dit moment hebben vaders recht op twee dagen verlof na geboorte van hun kind, onder volledige doorbetaling van het loon. Per 1 januari 2019 zal dit worden verlengd naar vijf dagen, met een uitkering door het UWV. Vanaf 1 juli 2020 komen daar vijf weken kraamverlof bij. De uitkering gedurende deze periode bedraagt 70% van het dagloon.

 

Vernieuwing pensioenstelsel

Het kabinet wil het pensioenstelsel hervormen, waarbij de doorsneesystematiek (herverdeling tussen jong en oud) wordt afgeschaft en de nadruk ligt op een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

 

Het regeerakkoord geeft enkel de intenties weer van ons kersverse kabinet. De vraag is natuurlijk of deze plannen ook werkelijkheid gaan worden. Wij volgen dit met grote belangstelling.

 

Indien u nog nadere informatie wenst over dit artikel, dan kunt u contact opnemen met Jolien Macken (tel. 076 5136 192, macken@rassers.nl) of met Taco van der Dussen (tel. 076 5136 107, dussen@rassers.nl).

RASSERS ADVOCATEN  •  Sophiastraat 22-28  •  4811 EM Breda  •  T +31 (0)76 513 61 36  •  info@rassers.nl